Waarom Franse vrouwen tijdens de Franse Revolutie guillotinekapsels droegen (of niet)

In het Nederlandse programma Tussen kunst en kitsch, vergelijkbaar met het Vlaamse Rijker dan je denkt, kwam vorig seizoen een Frans schilderijtje aan bod. De kunsthistoricus van dienst beredeneerde dat het van de late jaren 1790 moest dateren. Hij deed dit op basis van het kapsel van de dame die op het kunstwerk was afgebeeld. Haar haardracht, een zogenaamd kapsel à la victime, zou op het einde van de achttiende eeuw onder aristocratische vrouwen populair zijn geweest. Het achtergrondverhaal dat de expert bij dit kapsel gaf klonk dermate fantastisch dat ik het niet zonder meer voor waar kon aannemen.

De overlevering

Portret door Jacques-Louis David van de tweeëntwintigjarige Suzanne Le Peletier de Saint-Fargeau in 1804, in modieuze kleding en met kort haar.

Volgens de televisie-expert verwezen jonge adellijke dames in het Frankrijk van de late achttiende eeuw met dit kapsel naar de guillotine. In de eerste helft van de jaren 1790 waren namelijk duizenden tegenstanders van de Franse Revolutie, maar ook gematigde politici en aristocraten, gearresteerd en daarna met behulp van de guillotine onthoofd. Na de val van het regime dat de executies had aangemoedigd, het zogenaamde Schrikbewind, zouden jonge welgestelde dames met hun korte haardracht hebben verwezen naar hun geguillotineerde familieleden en vrienden. Het haar van de veroordeelden was voorafgaand aan hun executie immers ook kort afgeknipt om het werk van ‘het nationale scheermes’ te vergemakkelijken.

De legende gaat zelfs nog verder. De kortgekapte dames zouden ook zogenaamde bals des victimes hebben bezocht die ter ere van het einde van de vele executies zouden zijn georganiseerd. Op deze decadente bijeenkomsten zouden enkel familieleden van geguillotineerden welkom zijn geweest. Zij zouden hun trauma’s hebben verwerkt door met hun kleding naar de guillotine te verwijzen. Volgens de legende verschenen ze bijvoorbeeld net als de slachtoffers van de guillotine blootsvoets en droegen ze een rood lint op de plek waar het mes de nek van een terdoodveroordeelde raakte. De aanwezigen zouden hun danspartners zelfs niet hebben begroet met een vriendelijke knik, maar met een plotselinge ruk van het hoofd, als imitatie van het moment van onthoofding.

Romantische historici

De guillotine maakte veel slachtoffers onder de voormalige Franse adel. Op deze afbeelding zien we de executie van de Franse koning Lodewijk XVI.

Deze verklaring voor het in die tijd populaire kapsel werd tot vrij recent algemeen aanvaard en duikt nog steeds regelmatig op. Hoewel het een mooi verhaal is, betreft het helaas een fabel. Waarschijnlijk is de legende een negentiende-eeuwse fictie van romantische Franse auteurs. Negentiende-eeuwse historici als Jules Michelet en Louis Blanc veroordeelden de hypocrisie en de ‘respectloze lichtheid’ die uit dit ‘valse rouwproces’ van de elite zou spreken. Niet alle historici veroordeelden de bals des victimes even scherp; wel waren ze het er tot diep in de twintigste eeuw over eens dat de bals in ieder geval plaatsgevonden hadden.

De verbazing was dan ook groot toen bleek dat er geen historisch bewijsmateriaal over de bals bestaat. Eind twintigste eeuw gingen kritische historici op zoek naar direct bewijs in de Franse archieven, en vonden daar niet de grote hoeveelheden aankondigingen van bals des victimes die ze hadden verwacht. Ze vonden zelfs geen vermeldingen van de bals in de documenten van de goed geïnformeerde revolutionaire politie. Nochtans zou die toch zeker op de hoogte moeten zijn geweest van dergelijke subversieve bijeenkomsten van aristocratische jongelingen.

Vanwege de rode halsketting wordt dit portret van Madame Fouler vaak gebruikt in hedendaagse populaire teksten over de bals des victimes.

Wat blijkt nu? Er is een aannemelijke verklaring voor de populariteit van de verhalen rond de bals. Ze kwamen op in de jaren 1820, een periode waarin ook griezelverhalen als Mary Shelley’s Frankenstein en John Polidori’s Vampyre populair werden, en ze sloten mooi aan bij deze rage. Bovendien konden historici de geconstrueerde herinnering aan deze bijeenkomsten gebruiken als een levendig beeld om de chaos en complexe emoties van de Franse Revolutie aan op te hangen. Dat het bestaan van de bals vanaf de jaren 1820 als algemeen bekend werd aangenomen heeft er vervolgens voor gezorgd dat historici het niet nodig vonden om hun beweringen over de bals te onderbouwen.

En het kapsel à la victime? Dit heeft, zoals we op talloze schilderijen van rond 1800 kunnen zien, uiteraard wel echt bestaan. Dat de haardracht zou verwijzen naar het afgeknipte haar van de geguillotineerden lijkt echter onwaarschijnlijk. Het kapsel stond eind achttiende eeuw nog bekend onder de benaming “à la Titus” en was in feite geïnspireerd was op kapsels uit de Oudheid. Net als de bals des victimes is dus ook de benaming van het kapsel een later, negentiende-eeuws verzinsel.

Meer lezen?

Ronald Schechter, “Gothic Thermidor: The Bals des victimes, the Fantastic, and the Production of Historical Knowledge in Post-Terror France,” Representations, No. 61, (Winter, 1998).

David A. Bell, The First Total War (New York: Houghton Mifflin, 2007), p. 192.

Georges Duval, Souvenirs thermidoriens (Paris: V. Magen, 1844)

Wouter Egelmeers is als doctoraatstudent verbonden aan de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750. Hij onderzoekt de invloed van het eerste visuele massamedium, de toverlantaarn, op het negentiende-eeuwse Belgische onderwijs.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.