Categorie archief: Lijsten

4 manieren om embryo’s te bemachtigen in de negentiende eeuw

De vroege stadia van de zwangerschap waren in het begin van de negentiende eeuw een medisch mysterie. De menselijke eicel werd pas ontdekt in 1827; Oscar Hertwig beschreef het principe van de bevruchting voor het eerst correct in 1876. In populaire voorstellingen werd het ongeboren leven veelal weergegeven als een kind in klein formaat: zwangerschap was in deze reeksen geen proces van ontwikkeling, maar louter van groei.

Zwangerschap als groei, maar niet als ontwikkeling. Reeks van embryo’s in het publieke anatomische museum La Specola, circa 1800.
Zwangerschap als groei, maar niet als ontwikkeling. Reeks van embryo’s in het publieke anatomische museum La Specola, circa 1800.

In een periode waarin studies over vrouwelijke anatomie frequent verschenen en de vergelijkende embryologie een hoge vlucht nam, bleef de kennis over de menselijke bevruchting en over de ontwikkeling van het menselijke embryo beperkt. Hoewel dit vandaag eigenaardig lijkt, is er een logische verklaring voor de trage ontwikkeling van de menselijke embryologie. In een tijdperk waarin er geen in-vitro technologie bestond, was het niet evident om zicht te krijgen op de eerste dagen en weken van de zwangerschap. Om embryo’s onder hun microscoop te krijgen, waren anatomen aangewezen op hun creativiteit – en op een flinke portie geluk.

  1. Miskramen

In de negentiende eeuw was de meest voorkomende ‘bron’ van embryo’s het miskraam. Wanneer vrouwen in het ziekenhuis onverwacht bloed verloren, grepen medici naar de microscoop in de hoop een embryo te ontdekken. Ook gewone vrouwen leerden om een arts te raadplegen bij abnormaal bloedverlies. De ontwikkeling van de embryologie ging zo hand in hand met een medicalisering van het miskraam, dat niet langer ‘afval’ of ‘klonters bloed’ maar een belangrijk medisch object produceerde: het embryo. Dit had gevolgen voor de ervaring van de zwangerschap: door de ontwikkeling van de embryologie werd het ongeboren leven vroeger als mens (h)erkend.

  1. Per post

In de tweede plaats waren embryologen afhankelijk van hun netwerk om ‘onderzoeksmateriaal’ te verkrijgen. Studenten en alumni werden aangemoedigd om bij interessante gevallen hun professor te contacteren. Dit was aantrekkelijk voor hen, omdat het gepaard ging met professioneel prestige. Een schenking van een interessant preparaat aan het anatomische museum betekende immers een vermelding van hun naam in wetenschappelijke genootschappen en tijdschriften. Om deze reden werden embryo’s en foetussen soms zelfs opgestuurd per post.

  1. Geluk bij autopsie

Miskramen brachten voornamelijk embryo’s voort met een lichamelijke beperking of pathologie, waardoor embryologen moeilijk zicht kregen op de normale ontwikkeling van het ongeboren leven. Daarom spoorden ze pathologen die een autopsie uitvoerden aan om steeds de inhoud van de baarmoeder te bekijken. Je wist immers nooit of de vrouw op de autopsietafel zwanger was geweest. In 1871 zwijmelde een Brusselse embryoloog van blijdschap:

“Een foetus van de eerste maand, integer en omringd door alle relevante organen… Deze vondst leidt tot een zeldzame vorm van geluk bij een oplettende arts.”

  1. Kweekprogramma’s
De bekende Normentafel van de Duitse embryoloog Wilhelm His (1831-1904) toont de zwangerschap als een proces van zowel groei als ontwikkeling.
De bekende Normentafel van de Duitse embryoloog Wilhelm His (1831-1904) toont de zwangerschap als een proces van zowel groei als ontwikkeling.

Om hun kans op dit ‘zeldzame geluk’ te vergroten, gingen embryologen in de jaren 1930 over tot geplande programma’s. De Boston Egg Hunt, georganiseerd door het Carnegie instuut, is vandaag het bekendst. In dit project hoopten embryoloog John Rock en patholoog Arthur Hertig door middel van gynaecologische operaties embryo’s jonger dan veertien dagen oud te vinden. Hiertoe rekruteerden ze getrouwde vrouwen van minder dan 45 jaar oud met minstens twee kinderen, die een hysterectomie (een verwijdering van de baarmoeder) moesten ondergaan. Ze werden gevraagd om een dagboek bij te houden over hun menstruatiecyclus, lichaamstemperatuur en seksleven. Deze data bepaalden de planning van hun operatie, die meestal plaatsvond vlak na de eisprong om zo de kans op wetenschappelijk succes te vergroten. De 34 embryo’s die Rock en Hertig vonden bij 211 onwetende vrouwen, vormen nog steeds de basis voor onze voorstelling van de vroegste 17 dagen – of ‘Carnegie stages’ 1 tot 5 – van het menselijke leven.

Het resultaat

Dankzij deze vier methoden werd de menselijke ontwikkeling in kaart gebracht. In populaire voorstellingen werden de gevonden embryo’s en foetussen gerangschikt van klein naar groot – van bevruchting tot bevalling. Deze reeksen gingen steeds meer de schoonheid en het vernuft van het ongeboren leven belichamen. Toch berustten de eerste representaties van het zich ontwikkelende embryo op miskramen, doodgeboortes en abortus. In een tijdperk zonder in-vitro technologie kon kennis over het leven slechts verkregen worden via de omweg van de dood.

Tekst: Tinne Claes. Titelafbeelding: Hermann Friedrich Kilian, Geburtshülflicher Atlas in 48 Tafeln und erklärendem Texte (Dusseldorf 1835-44). Wellcome Library, London (CC-BY-4.0).

De 7 grootste wijsheden uit meer dan 38 miljoen boeken

In 1897 opende de nieuwe Library of Congress in Washington, DC. Al wie zich in dat gebouw waagt, moet zich meteen bewust zijn van het belang van de collectie, die intussen meer dan 38 miljoen boeken omvat. Daarom werden de muren van de ‘Great Hall’ onder meer versierd met de grootste boekenwijsheden. De zeven opmerkelijkste zijn:

  1. Science is organized knowledge
  2. There is but one temple in the universe and that is the body of man
  3. The true university of these days is a collection of books
  4. Only the actions of the just smell sweet and blossom in the dust
  5. The history of the world is the biography of great men
  6. Knowledge comes, but wisdom lingers
  7. Ignorance is the curse of God, knowledge the wing wherewith we fly to heaven

De citaten komen uit een weinig universele canon. Ze zijn vooral ontleend aan Britse schrijvers als Shakespeare en Carlyle, aangevuld met antieke en Bijbelse zinsneden. Steeds wordt de mens centraal geplaatst, met een alomvattende kennis om hem heen. Die kennis was direct toegankelijk – tegenwoordig is de bibliotheek wel uitgerust met veiligheidspoortjes – en bruikbaar.

Een deel van de decoratie van de ‘Great Hall’, met onder andere het drukkersmerk van ‘Harper & Brothers’ uit New York.
Een deel van de decoratie van de ‘Great Hall’, met onder andere het drukkersmerk van ‘Harper & Brothers’ uit New York.

Zoals dat hoort in Amerika, was de instelling ondergebracht in het ‘grootste, duurste en veiligste’ bibliotheekgebouw ter wereld. Dat mocht ook wel, want voor de bibliotheek in 1897 in het huidige gebouw terechtkwam, was al twee keer een groot deel van de collectie in vlammen opgegaan. In haar nieuwe huisvesting kon de bibliotheekverzameling werkelijk omvangrijk en universeel worden. De opmerkelijke ‘Beaux Arts’-decoratie moest in woord en beeld duidelijk maken dat de Amerikaanse cultuur aan de Europese kon tippen, en deze zelfs overtrof. Baseball en football werden er op het plafond op dezelfde hoogte geplaatst als de oude Olympische sporten.

Marnix Gijsen, de stem uit Amerika, stelde in de jaren 1920 vast dat de Amerikaanse bibliotheken zich ‘dichter bij het hart des volks’ bevonden dan de Europese. Maar de ‘ontzaggelijk rijke’ Library of Congress, die vond hij maar lelijk.

Meer lezen?

John Y. Cole, On These Walls. Inscriptions and Quotations in the Buildings of the Library of Congress, Washington, DC, 1995.

Marnix Gijsen, Ontdek Amerika, Brussel en Bussum, 1927.

Tekst: Timo Van Havere. Afbeeldingen: Library of Congress, LC-DIG-npcc-30429 en LC-DIG-highsm-02218.

Vijf redenen waarom we lijsten posten

Met cultuurgeschiedenis.be willen we het verleden naar buiten brengen. De blog is een etalage van open wetenschap. Een blog is echter een medium met een oneindigheid aan mogelijkheden. Om steeds een nieuw publiek aan te spreken en ons bestaande publiek te blijven boeien, experimenteren we geregeld met nieuwe formats. Vanaf vandaag starten we daarom met lijsten. Vanaf nu brengen we daarom om de twee weken – afwisselend met onze langere stukken in lopende tekst – een lijst met cultuurgeschiedenis. Daar hebben we vijf redenen voor.

  1. Lijsten zijn een cultureel fenomeen

eco-betoveringlijstenLijsten maken we al de hele geschiedenis lang. Het is haast onmogelijk de menselijke geschiedenis te bestuderen zonder een lijst te ontmoeten. Een van de grote pleitbezorgers van de lijst was de dit jaar overleden Italiaanse schrijver en semioticus Umberto Eco. “De lijst is de oorsprong van de cultuur”, zei Eco in een interview. “Hij is deel van de geschiedenis van de kunst en literatuur. Wat wil cultuur? Oneindigheid begrijpelijk maken. Orde creëren – niet altijd, maar vaak. En hoe, als mensen, gaan we om met oneindigheid? Hoe proberen we het onbegrijpelijke te begrijpen? Door lijsten, door catalogi, door collecties in musea, door encyclopedieën en woordenboeken.”  Er zijn lijsten bij Homeros, bij Thomas Mann en bij James Joyce; bij Perec, Prévert en Whitman; bij Galileo, Borges en Warhol. Lijsten zijn een onontkoombaar deel van de cultuur.

  1. Lijsten hebben de geschiedenis veranderd
De stellingen van Luther.
De stellingen van Luther.

In 1517 spijkerde Luther een lijst 95 controversiële religieuze stellingen aan een kerkdeur in Wittenberg. Het debat dat hij daarmee opende wordt algemeen aanvaard als een van de aanleidingen voor het ontstaan van het protestantisme. Met zijn lijst legde Luther de basis van een enorme breuk in de christelijke geloofsgemeenschap. Ze leidde tot hernieuwde geloofsijver en religieuze oorlogen. De lijst van Luther heeft de wereldgeschiedenis veranderd.

De stellingen van Luther is zeker niet enige lijst die een enorme impact heeft gehad. De Tien Geboden legden de basis van een nog steeds nazinderende christelijke moraal. De Veertien Punten van de Amerikaanse president Woodrow Wilson hebben het leven na de Eerste Wereldoorlog bepaald en leidden onder meer tot de oprichting van de Volkenbond. De lijst met de rechten van de mens, in vele vormen aangenomen van de achttiende tot de twintigste eeuw, heeft de basis gelegd van heel wat nationaal en internationaal beleid.

Niet alleen op hoog niveau, maar ook in het alledaagse leven spelen lijsten een niet te onderschatten rol. De boodschappenlijst, de bucket list, de to-do lijst, de Ultratop – het zijn stuk voor stuk lijsten die ons dagelijks leven sterk beïnvloeden. Als de lijst zo’n grote invloed heeft, dan mag ze niet op onze blog ontbreken.

  1. Lijsten dwingen ons tot nadenken

Lijsten zijn dus belangrijke historische en culturele fenomenen. Maar ook voor historici is het interessant om zelf lijsten te maken, net omdat we het niet gewoon zijn. We denken meestal in zinnen en paragrafen, in delen en hoofdstukken. Het formaat van de lijst dwingt ons onze gedachten en onze materialen op een andere manier te ordenen – een manier die misschien tot nieuwe inzichten kan leiden, zowel voor de schrijver als voor de lezer.

  1. Lijsten trekken mensen aan

We willen er ook niet flauw over doen: we maken ook lijsten omdat ze erg populair lijken te zijn. Ons met stip meest gelezen bericht ooit is meteen onze enige (vroegere) lijst: De vijf meest gebruikte scheldwoorden in middeleeuws Vlaanderen. Er zijn al tal van wetenschappelijke en minder wetenschappelijke studies naar gebeurd: mensen houden van lijsten. Ze suggereren een omschreven, bevatbare realiteit. Ze suggereren informatie de gemakkelijk en snel te verwerken is. Net omdat de informatie op het internet zo onbegrensd is, spreekt de lijst, met haar illusie van begrensdheid, ons zo aan.

We hopen dan ook met onze lijsten een nieuw publiek te kunnen aanboren, dat zo misschien ook de weg kan vinden naar onze langere, lopende teksten. Tegelijk hopen we ons bestaande publiek – u, beste lezer – met dit nieuwe format te kunnen blijven boeien. De lijst past zo in onze doelstellingen om cultuurgeschiedenis naar een zo breed mogelijk publiek te verspreiden.

  1. Cultuurpessimisme is passé

Er wordt wel eens meewarig gedaan over de vele onnozele lijstjes die het internet rijk is. Ze herleiden de mens tot hersenloze klikmachines. Ze bieden sensatie zonder inhoud, oppervlakkige weetjes zonder diepgang. Het internet met al haar lijstjes en fragmenten zorgt ervoor dat we ons niet meer op een langere diepgaande tekst kunnen concentreren.
(lees verder onder de afbeelding)

Cartoon van XKCD - http://xkcd.com/1283/
Cartoon van XKCD.

Aan dergelijke cultuurkritiek – misschien zelfs cultuurpessimisme – willen we niet meedoen. Op gezette tijden weerklinken kritieken op nieuwe media en nieuwe genres. De roman werd bij haar opkomst verketterd, neergesabeld. De televisie was een ramp voor de jeugd. De komst van de tabloid is nog altijd niet verteerd. Daarmee willen we niet beweren dat kritiek op die nieuwe genres en media altijd onterecht is. Er zijn inderdaad veel lijstjes die te onnozel voor woorden zijn. Misschien zijn online lijstjes vaak te oppervlakkig en te fragmentarisch. Maar de kunst is niet om kritiek te geven op een populair genre. De kunst is om het genre naar je hand te zetten. Dat willen we doen met cultuurgeschiedenis.be. Met de nodige humor, uiteraard. Sensatie, ook. Maar steevast ook met een cultuurhistorische meerwaarde.

En jullie?

Wat denken jullie? Zijn lijsten een zinvol medium op deze blog? Hebben we argumenten over het hoofd gezien?