Waarom veerkrachtige samenlevingen beter bestand zijn tegen pandemieën

Gastblog door Maïka De Keyzer.

Rampen lijken zeer vaak een donderslag bij heldere hemel. Weinigen konden het scenario van een dodelijke pandemie in Europa nog voor de geest halen.  De aardbeving in Lissabon in 1755 verraste de stedelingen in hun diepe slaap. De Zwarte Dood doemde op als een onbekende en snelle moordenaar. Vele hongersnoden worden veroorzaakt door episodes van extreme weersomstandigheden.

Toch zijn deze rampen minder onvoorspelbaar dan ze lijken. De inwoners van Noordwest-Europa konden de extreme droogte in de lente en zomer van 1556 en 2019 niet voorspellen. Maar weersextremen in het algemeen, daarentegen, kennen een repetitief patroon. Aardbevingen vinden vooral plaats in zones met tektonische activiteit en komen ook met een zekere regelmaat terug in deze gebieden. Nieuwe virussen en bacteriën, zoals Covid-19 vandaag, plaatsen ons voor een raadsel, maar de confrontatie met besmettelijke ziekten is een constante doorheen onze geschiedenis. Kortom, maatschappijen in het verleden en heden worden regelmatig geconfronteerd met exogene schokken en uitdagingen, die bijzonder destructief of dodelijk kunnen zijn.

Ongelijke impact van rampen

De hongersnood tijdens de bezetting van Leiden (Les Delices de Leide, Pieter van der Aa, 1712. Wellcome Collection. CC BY 4.0).

Toch zijn niet alle maatschappijen even kwetsbaar voor deze uitdagingen. De Zwarte Dood is hier een goed voorbeeld van.  Alle gebieden die in aanraking kwamen met de door Yersinia Pestis besmette vlooien in 1348-1349, kenden een hoge mortaliteitspiek. Toch was het effect van deze pandemie zeer verschillend doorheen Europa. Voor sommige gebieden betekende de oversterfte het begin van een langdurige economische crisis. In grote delen van Engeland bereikte de bevolking en de economie pas het 14de-eeuwse niveau tijdens de 16de eeuw. Andere gebieden vertoonden een opvallende veerkracht. In de Antwerpse Kempen, bijvoorbeeld, groeide de bevolking snel terug aan en de economie kende zijn hoogdagen doorheen een periode die doorgaans als de laatmiddeleeuwse crisis bekend staat.

Hetzelfde verhaal gaat op voor de aardappelcrisis van 1845. De aardappelziekte trof de gewassen in heel Europa; vooral de hongersnood in Ierland is welbekend. De crisis werd nog verergerd door een misoogst van graan in de zomer van 1846. Ierland was echter niet de enige zwaar getroffen regio. De gemiddelde oversterfte in Kust- en Binnen-Vlaanderen bereikte een piek van 40%. Toch was de situatie niet overal even rampzalig. Opnieuw de Kempen, op agrarisch vlak nochtans een onvruchtbare en onproductieve regio, werden minder sterk getroffen met een oversterfte van “slechts” minder dan 20%. Ook de Ardennen en grote delen van Wallonië werden minder hard getroffen.

Tekortkomingen van crisismaatregelen  

De centrale vraag is dus: wat maakt maatschappijen kwetsbaar of veerkrachtig? Waarom leiden exogene schokken zoals pandemieën of extreme weersomstandigheden bij de ene maatschappij tot een regelrechte ramp en worden rampscenario’s bij andere maatschappijen vermeden? Een aspect delen alle veerkrachtige maatschappijen. Ze hebben robuuste instellingen die schokken kunnen opvangen. Het gaat dan zowel om wetgeving of regels die ons gedrag, de politiek of economie vormgeven, als principes zoals de gezondheidszorg, sociale zekerheid, etc.

Pestmaatregelen uitgevaardigd in Ferrara in 1681 (Ferraran poster/leaflet regarding plague precautions. Wellcome Collection. CC BY 4.0).

Grotendeels bestaan er twee soorten instellingen. Enerzijds zijn er de instellingen die gericht zijn op directe, crisis-gerelateerde, korte-termijn oplossingen, zoals quarantainemaatregelen, de veiligheidsraad, “social distancing” en een verbod op export van voedsel ten tijde van hongersnood. Anderzijds zijn er de institutionele structuren die al langer bestaan en niet alleen in crisissituaties van belang zijn. Goed uitgeruste ziekenhuizen en een sterke sociale zekerheid zijn hedendaagse voorbeelden van de tweede categorie. Als de geschiedenis één ding kan aantonen, is het wel het essentiële belang van deze tweede categorie.

Terwijl crisis-gerelateerde maatregelen van wezenlijk belang zijn, lopen ze vaak achter de feiten aan. Overheden in het verleden vaardigden bijna steevast een verbod op het exporteren van graan uit in tijden van hongersnood. Dit brengt echter weinig zoden aan de dijk wanneer het voedselbestand  al te klein is voor de bevolking. In Binnen-Vlaanderen was er het onderliggende probleem van een sterk verarmde en geproletariseerde bevolking die volkomen afhankelijk was geworden van haar magere aardappeloogst. Hetzelfde kunnen we momenteel waarnemen in de coronacrisis. De capaciteit in de zorg snel opkrikken in landen zonder universele gezondheidszorg, onbestaande voorraden van mondmaskers aanvullen en online onderwijs voorzien zonder voldoende expertise of laptops verloopt al snel chaotisch en te traag.

Basisrecept voor veerkracht

De Meesters van de Heilige-Geesttafel delen brood uit onder de disarmen van de Sint-Jakobsparochie in Gent in 1436 (Rijksarchief Gent, Archief Sint-Jakobskerk, Reg. Nr. 649, Fol. 1).

Het geheim van veerkrachtige maatschappijen zijn de instellingen van de tweede categorie, die bestaan ongeacht het voorkomen van een ramp. Recent onderzoek heeft aangetoond dat de Kempen veel minder kwetsbaar waren tegenover allerlei soorten schokken, zoals hongersnood, pandemieën en economische crisissen, doordat de maatschappij permanente institutionele schokdempers had ingebouwd. Hongersnoden werden tot een minimum beperkt doordat de meeste huishoudens een stuk land bezaten en hun privégrond konden aanvullen met uitgestrekte collectieve heide- en hooilanden. Deze combinatie garandeerde de minimum vereiste productie en stond een gemengde landbouw toe die minder vatbaar was voor misoogsten. Deze crisisbestendige voorzieningen werden bovendien aangevuld met een verregaande herverdeling en solidariteitsmechanismen. De armenzorg in de premoderne Kempen leverden de cruciale voedselvoorraden of goederen zoals brandstof en kledij voor de zwakkeren van de maatschappij.

Deze permanente instellingen waren ingebed en functioneerden goed in alle tijden. Ze bleven standhouden in tijden van crisis. Kinderfouten en problemen met de implementatie waren hier geen probleem. Eenzelfde evolutie zien we ook vandaag. Wat veel efficiënter in werking treedt dan de ad hoc maatregelen voor de COVID-19 crisis, is ons sociaal vangnet. Net zoals de Belgische bevolking in internationaal perspectief op korte termijn met verbazingwekkend weinig kleerscheuren door de economische crisis van 2008 kwam, blijft de economische schok van de coronacrisis voor onze gezinnen beperkt als we dit vergelijken met andere landen. Het systeem van tijdelijke werkloosheid is goed ingebed en kon meteen geïmplementeerd worden.

Een soortgelijk plaatje zien we in onze gezondheidzorg. Landen met een sterke en robuuste gezondheidszorg hebben voldoende opgeleid personeel, medisch materiaal en een grotere buffercapaciteit om de plotse toestroom aan patiënten op te vangen. Hoewel de druk van deze pandemie ons systeem in zijn voegen doet kraken, houdt het voorlopig goed stand. Investeren in een robuuste maatschappij die te allen tijde schokken kan opvangen zonder volkomen afhankelijk te zijn van crisismaatregelen is dus van essentieel belang. De meest robuuste en veerkrachtige maatschappijen zijn die maatschappijen die per definitie crisisbestendig zijn dankzij hun structurele instellingen.

Maïka De Keyzer is gastblogger. Zij is als docent verbonden aan de onderzoeksgroep Middeleeuwen aan de KU Leuven. Ze onderzoekt de oorzaken en gevolgen van welvaart, ongelijkheid, maatschappelijke veerkracht en collectieve actie in de pre-moderne periode.

Titelafbeelding: Plague, war and famine. Etching by Sadler after M. de Vos. Credit: Wellcome Collection. CC BY 4.0.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.