Vaccinatie: goddelijk of kwaadaardig?

Gastblog door Cécile Vanderpelen-Diagre en Valérie Leclercq.

De hele wereld hoopt dat onderzoekers zo snel mogelijk een vaccin vinden tegen COVID-19, om zo de huidige sanitaire, sociale en economische crisis in te dammen. Voor sommige gelovigen wordt deze hoop ingegeven door de verwachting dat God zal tussenkomen om het proces te versnellen. Andere gelovigen zijn de mening toegedaan dat alleen het “spirituele” vaccin van tel is, aangezien een medisch vaccin enkel het lichaam geneest. Nog anderen zijn van oordeel dat deze planetaire ziekte een teken is van goddelijke kastijding. Gelovigen hebben dus heel verschillende meningen over het recht op vaccinatie, en de legitimiteit ervan. Dat is niet nieuw. 

Pokkenepidemieën, variolatie en vaccinatie

Een vergelijking tussen de puisten bij pokken (rechts) en koepokken (links) (1896, Wellcome collection, CC BY 4.0).

Variolatie is het veroorzaken van een milde vorm van pokken bij een gezond individu om dit individu te beschermen tegen toekomstige aanvallen van de ziekte. In China vindt men hiervan sporen vanaf de zestiende eeuw. Deze gewoonte verspreidde zich vervolgens, bij het begin van de achttiende eeuw, via de zijderoute richting Frankrijk en Engeland. Hoewel het vrijwillig inenten van een gevaarlijke stof in een gezond lichaam op heel wat weerstand stuitte, waren geneesheren en leiders overtuigd  van de heilzame effecten.

Aan het eind van de achttiende eeuw stelde de Engelse chirurg Edward Jenner vast dat koeienmelksters tijdens epidemieën immuun leken tegen de pokken. Hij experimenteerde met het inenten van mensen met het vocht dat werd gewonnen uit de builen die verschenen op koeienuiers. Dit koepokvirus, verwant aan de pokken, had het voordeel veel minder gevaarlijk te zijn voor de mens, maar deze laatste toch te beschermen tegen de pokken.

De ontdekking van vaccinatie, het inenten met de mildere koepokkenvariant, veroorzaakte een gevoel van enthousiasme en opwinding in een periode waarin pokkenepidemieën de bevolking uitdunden en overlevenden gebukt gingen onder tal van misvormingen en levenslange handicaps.

God heeft de geneesmiddelen van de aarde gecreëerd 

Instruction sur la vaccine, B. P. Despeaux (Parijs, 1808).

Tot 1891, het jaar waarin de Russische arts Elie Metchinokoff het mechanisme van antilichamen ontdekte, bleef het een mysterie waarom vaccinatie leidde tot het voorkomen van ziektes. De meeste leden van de clerus beschouwden immuniteit als een zegen.

Omstreeks 1800 organiseerden Italiaanse priesters processies om mannen, vrouwen en kinderen naar publieke vaccinatiesessies in ziekenhuizen te leiden. Kerkelijke autoriteiten werkten aan pamfletten over bescherming tegen de pokken, en bisschoppen zetten priesters ertoe aan om hun volgelingen op de hoogte te brengen van de noodzaak om hun familie te laten vaccineren. In alle Europese Staten werden geestelijken uitgenodigd om deel te nemen aan de organisatie van de publieke gezondheidszorg; dit gold ook voor missionarissen in de kolonies, waar de inheemse bevolking werd gevaccineerd.

Nochtans bestond er bij bepaalde priesters en predikers een zeker ongemak. Moesten zij hun taken niet beperken tot de zielenzorg van gelovigen? Als reactie hierop herinnerden theologen eraan dat Jezus de zieken genas, en dat de Kerk zich ook steeds heeft ingezet voor de geneeskunde.

Kon men de plannen van de Goddelijke Voorzienigheid doorkruisen? Dat was wat anderen zich afvroegen. Bij theologen ontstond hierover een zekere mate van consensus: God houdt van de levenden en verbiedt hen niet zich te beschermen tegen ziektes. Werden de geneesmiddelen van de aarde immers niet door God voor de mens geschapen?

Een ander argument tegen vaccins werd gevormd door de bezorgdheid over het introduceren van delen van dierenlichamen in de menselijke soort. Deze angst dat de mens zou bedorven worden, noemde men “minotaurisering”. Maar, zo antwoordden een aantal theologen, de mens neemt al lang koeienmelk en -vlees tot zich. 

Tegenstanders van vaccinatie in de negentiende eeuw

Bestrijding der vaccine, Abraham Capadose, (Amsterdam, 1835).

Het is duidelijk dat het verzet tegen vaccinatie niet bij de clerus of bij theologen gezocht moet worden. Geneesheren, onder wie tal van katholieken, namen in de negentiende eeuw deel aan grootschalige vaccinatiecampagnes en kregen daarbij de steun van de clerus. Verder verdedigden velen onder hen verplichte vaccinatie, wat slechts langzaam op gang kwam in Frankrijk en België. Ze respecteerden tegelijkertijd ook het liberale argument van de autonomie van de huisvaders, dat dominant was in het liberale negentiende-eeuwse België. Volgens dit argument had de Staat het recht niet om verplicht een vervuilende materie in het lichaam van zijn burgers binnen te brengen.

Dit laatste principe lag aan de basis van de argumentatie van de anti-vaccinatieverenigingen die vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw actief waren. De gelijkstelling van het vaccin met een vervuilende materie was trouwens niet ongefundeerd. Aangezien inentingen van arm tot arm werden uitgevoerd, hebben ze soms (door de toevallige overdracht van geïnfecteerd bloed van de ene gevaccineerde naar de andere) geleid tot de overdracht van ziektes zoals syfilis. Sommige moralisten en geneeskundigen gingen zelfs een stap verder en trachtten te bewijzen dat de invoering van het vaccin de menselijke soort aantastte en verzwakte.

Fundamentalistisch verzet, politiek verzet

Poster voor vaccination tegen pokken (Engeland, 1923, Wellcome Collection, CC BY 4.0).

Religieus gemotiveerd verzet tegen vaccinatie was meer het werk van individuen dan van bewegingen. Aan het begin van de negentiende eeuw was de Nederlandse calvinistische arts Abraham Capadose bijvoorbeeld de enige die zei dat de mens niet het recht heeft voor God te spelen door het lichaam van gezonde individuen te veranderen. Tijdens de Franse periode in België (1795-1814) zwengelde een aantal priesters op het Vlaamse platteland de vijandigheid van de bevolking tegenover vaccinatie aan, maar hun acties maakten tegelijkertijd deel uit van een breder politiek verzet. Ze waren gekant tegen het republikeinse antiklerikale regime dat vaccinatie wilde opleggen aan de bevolking. Ook in de kolonies kwam het verzet tegen vaccinatiecampagnes niet alleen voort uit lokale geloofstradities, maar wijst het ook op een verwerping van de koloniale macht door de gekoloniseerde bevolking.

Vandaag is de opkomst van de ‘vaccinofobie’ uitermate uitgesproken in protestantse landen zoals de Verenigde Staten. Het antivaccinatie-argument van de individuele vrijheid wordt er verbonden met het Amerikaanse grondrecht van “religious freedom”. De geschiedenis bewijst het: vaccinatie en religieuze bekommernissen hebben elkaars pad op verschillende manieren gekruist.

Meer weten?

Yves-Marie Bercé, « Le clergé et la diffusion de la vaccination », Revue d’histoire de l’Église de France, 69, 182, 1983, 87-106.

Françoise Salvadori et Laurent-Henri Vignaud, Antivax : Histoire de la résistance aux vaccins du XVIIIe siècle à nos jours (Parijs, Vendémiaire, 2019)

Cécile Vanderpelen-Diagre en Valérie Leclercq zijn gastbloggers. Cécile Vanderpelen-Diagre is professor in de hedendaagse geschiedenis aan de Université libre de Bruxelles. Valérie Leclercq is postdoctoraal onderzoekster aan de Université libre de Bruxelles. Ze onderzoekt de ideologische conflicten in de vaccinatiegeschiedenis en in de psychiatrie.

Titelafbeelding: Edward Jenner vaccinating patients in the Smallpox and Inoculation Hospital at St. Pancras: the patients develop features of cows. Watercolour after J. Gillray, 1802. Credit: Wellcome Collection. CC BY 4.0.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.