Hoe het belfort zich kritisch uitliet over de politieke situatie in het achttiende-eeuwse Gent

Door Vanessa Van Puyvelde

Wat heeft het Gentse belfort te maken met het perslandschap van de achttiende-eeuwse revolutietijd? Het oproer dat de woelige periode van de Brabantse Omwenteling (1789-90) kenmerkte, vond zijn weerklank in satirische tijdschriften, zoals het Dagelyks Nieuws van Vader Roeland (december 1792-maart 1793). In dit dagblad vertolkte dichter en publicist Karel Broeckaert (1767-1826) de positie van de ‘gewone man’. Zijn Dagelyks Nieuws vormt dan ook één van de eerste aanzetten tot het voeren van een binnenlands debat over politiek dat een zo breed mogelijk publiek wilde bereiken. Na tien afleveringen zou Broeckaert de naam van zijn blad wijzigen naar het Dagelyks Nieuws van Klokke Roeland. Deze verwijzing naar Klokke Roeland, de grootste klok van het Gentse belfort, is dan ook een teken aan de wand dat Broeckaert meerdere lagen van de samenleving bij de politieke conversatie wilde betrekken.

Père Duchêne

Nr. 2 van het Dagelyks Nieuws

In zijn Dagelyks Nieuws voerde Broeckaert zichzelf op als personage. Bijna elke aflevering ving aan met een anekdote waarin Roeland de lezer vertelde over zijn recentste bezoek aan de lokale ‘estaminet’ waar de maatschappelijke problemen van zijn tijd besproken werden. Met zijn blad richtte Broeckaert zich dus tot de lezer als lokale caféganger, één die klare taal sprak en steevast zei waar het op stond. Deze Vader Roeland-figuur was een toespeling op de Parijse Père Duchêne-figuur, een populaire figuur die afstamt van een prerevolutionaire traditie van burleske theatervoorstellingen, waarbij doortastende waarheden in de mond van personages uit de lagere klassen werden gelegd. Père Duchêne vertegenwoordigde zo de stem van het volk en werd, vanwege zijn immense populariteit, door journalisten van verschillende politieke stromingen ingezet om sociale onrechtvaardigheden aan de kaak te stellen.

Deze volkse figuur kan dan ook best als een collectief product gelezen worden: Père Duchêne werd (aanvankelijk) ingezet door journalisten van diverse politieke overtuigingen als middel om onopgeleide mannen en vrouwen aan te spreken. Onder invloed van de toenemende radicalisering van de Franse revolutie zou deze verscheidenheid geleidelijk afnemen, tot er eind 1793 nog maar één krant overbleef: de Père Duchêne van Jacques René Hébert (1757-94). Hoewel Hébert aanvankelijk een gematigd republikein was, zou hij gedurende zijn leven aanzienlijk naar links opschuiven, totdat hij uiteindelijk één van de meest gelezen woordvoerders voor de Parijse sansculottes zou worden.

Vader Roeland was dus een Vlaamse adaptatie van een succesvolle formule die door een tiental Parijse auteurs werd gebruikt om een breder publiek aan te spreken. De figuur van Vader Roeland mag dan gebaseerd zijn op een figuur die sterke wortels heeft in de Franse cultuur, het karaktertype van de dwaas die via grove waarheden de politieke actualiteit becommentarieert is niet vreemd aan andere vormen en literaturen. Deze knoopt aan bij een bredere Europese traditie, die teruggaat op figuren zoals de Shakespeareaanse fool, de Zanni van de Italiaanse commedia dell’arte en zelfs meer lokale figuren zoals Pierlala. De eenvoudige afkomst van zulke fictieve vertellers stond dan ook centraal: Vader Roeland, die ‘eenen zeer geringen man, eenen Stove-maeker’ was, profileerde zich als deel van zijn lezerspubliek. Hij beloofde ze dat hij altijd zou zeggen waar het op stond, zonder zich een blad voor de mond te nemen. Men zou ‘eerder de dulle griete doen schuyffelen als Vader Roeland zynen mond […] stoppen als hy regt heeft van te spreken’ (p. 22).

Gents gemeenschapsgevoel

‘Klokke Roeland’

Broeckaert schreef in eerste instantie voor de Vlaamse bevolking, in het bijzonder die van Gent. Cruciaal voor de verspreiding van politieke ideeën bij een minder geleerd publiek, verschafte de Vlaamse pers grotere groepen in de samenleving toegang tot maatschappelijke debatten. Broeckaert koos dan ook niet voor niets voor het Nederlands, ‘zoo dat een iegelyk die zal konnen hooren en wel verstaen’. Hoewel Broeckaert niet expliciet aangeeft waarom hij na tien afleveringen het blad omdoopte tot het Dagelyks Nieuws van Klokke Roeland, is het duidelijk dat hij van de associatie met Père Duchêne af wil. Vermoedelijk hadden de ontsporing van de Franse Revolutie en de toenemende radicalisering van de uitspraken van Héberts Père Duchêne hier iets mee te maken.

Het blad droeg niet langer ‘pendant van Père Duchêne’ als ondertitel, maar voegde een eigen motto toe: ‘Als ik kleppe ’t is brand / Als ik luye, ’t is Victorie in ’t Land’. Deze vorm van beeldspraak, waarbij de grootste klok van het Gentse belfort werd voorgesteld als een menselijke figuur, sprak vast tot de verbeelding van Broeckaerts lezers. Omdat het belfort, en tegelijk zijn klokken, sterk verbonden waren met het ruimtelijke en sociale centrum van het Gentse stadsleven, droeg deze personificatie bij aan het gemeenschapsgevoel dat Broeckaert onder zijn lezers wilde creëren. Hij profileerde zijn Dagelyks Nieuws dan ook steeds duidelijker als een lokaal nieuwsorgaan, als ‘ons Gends Nieuwsblaedjen’.

Opkomst van de publieke opinie

Prent van Karel Broeckaert (1767-1826)

Hoewel de figuur van Père Duchêne efficiënt door Broeckaert werd aangewend om een breder publiek aan te spreken, moet de democratische waarde ervan niet overschat worden. Alleen al het feit dat zijn Roeland een adaptatie was van de Père Duchêne formule toont aan dat dit tijdschrift ook nauw samenhing met de interesses van meer geschoolde lezers. Het Dagelyks Nieuws, hoewel het de bedoeling had om mensen in ‘hun’ taal te bereiken, was geen product van die cultuur, en richtte zich naar een publiek dat klassengrenzen overschreed. Het blad legt dan ook de moeilijkheden bloot die auteurs zoals Broeckaert ondervonden om de belangen van het volk te ondersteunen, wanneer bleek dat de meerderheid van dat volk haar standpunten niet of onvoldoende onder woorden kon brengen. Vermoedelijk weerhielden de eisen van het dagelijkse leven en de geringe vertrouwdheid die de gewone burger had met de politieke sfeer de meesten ervan actief deel te nemen aan intellectuele debatten.

Wat echter belangrijker is, is de mogelijkheid dat een breder publiek deze tijdschriften las of, hetgeen meer waarschijnlijk is, voorgelezen hoorde worden in de publieke ruimte. Het Dagelyks Nieuws volgde de beslissingen van de wetgevende macht op de voet, voedde politieke discussies en, omwille van de taal waarin het geschreven werd, vergrootte de schaal waarop over politiek gepraat werd. Broeckaert voerde zo een nieuwe machtsfactor op – de publieke opinie – waarmee machthebbers rekening moesten houden.

Vanessa Van Puyvelde is een doctoraatsonderzoeker met interesse voor de geschiedenis, cultuur en literatuur van de (lange) achttiende eeuw. Haar huidige onderzoek maakt deel uit van het FWO-project “Shaping ‘Belgian’ Literature before 1830”, waarbij zij zich toelegt op de rol van tijdschriften in processen van identiteitsvorming in de Zuidelijke Nederlanden. Zij behaalde een masterdiploma in Gender en Diversiteit alsook in de Engelse en Franse taal- en letterkunde aan de Universiteit Gent.

Titelafbeelding: Hôtel de Ville. Gand. The town Hall, Theodore Fourmois, 1835.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.