Marjoleines 5 favoriete wielergedenktekens

In België verwijzen ruim 180 straatnamen, standbeelden, monumenten, gedenkplaten, muurschilderingen en andere verbeeldingen in de openbare ruimte naar wielerhelden. Hun sportieve prestaties worden vaak als moderne afgodsbeelden vereerd. Tegelijkertijd staan de wielrenners symbool voor de normen en waarden van lokale gemeenschappen die zich identificeren met hun helden. Via gedenktekens brengen ze mythes rond renners tot leven en bestendigen die in het collectieve geheugen. Marjoleine Delva maakte een selectie.

  1. Het eerste monument: Stan Ockers in Sprimont
Stan Ockers © KOERS. Museum van de Wielersport.

In april 1957 – nauwelijks een jaar na zijn vroegtijdige en bruuske overlijden – werd Antwerpenaar Stan Ockers als allereerste Belgische wielrenner vereeuwigd met een monument in de Luikse gemeente Sprimont. Tragiek maakt immers helden. Boven op de top van de Côte des Forges, precies op de plek waar Ockers in 1953 aan zijn zegetocht in de Waalse Pijl begon, staat ‘granieten Stan’ al meer dan zestig jaar te schitteren. Ockers wordt afgebeeld op zijn fiets, met aan weerszijden een gedenkplaat met zijn palmares in het Frans en het Nederlands. De oprichting van het monument betekende meteen de aanzet voor een niet te stoppen wielerdevotie in ons land.

  1. Het lelijkste gedenkteken: Eddy Merckx in Sint-Pieters-Woluwe
Eddy Merckx © KOERS. Museum van de Wielersport.

Op het Goudvinkenplein in de Brusselse gemeente Sint-Pieters-Woluwe werd op initiatief van het gemeentebestuur in 2000 een witstenen zuil ter ere van “de grote Belgische wielerkampioen” Eddy Merckx onthuld. Merckx, die geboren werd in Meensel-Kiezegem, woonde in zijn jeugdjaren lange tijd in Sint-Pieters-Woluwe, zo vermeldt de huldeplaat. Op de zuil werden enkele metalen boogconstructies aangebracht waar – weliswaar met de nodige verbeelding – een fiets in herkend kan worden. Indrukwekkend is het monument geenszins, maar gelukkig is dit slechts een van de vele Merckx-gedenktekens die ons land rijk is.

  1. Het grootste aantal herinneringen: Wielererfgoedstad Roeselare
Jempi Monseré © KOERS. Museum van de Wielersport.

Het grootste aantal wielergedenktekens valt ongetwijfeld terug te vinden in het West-Vlaamse Roeselare. De stad, die zich met wielrenners als Benoni Beheyt, Jean-Pierre Monseré, Patrick Sercu en Freddy Maertens profileert als ‘stad der Wereldkampioenen’ investeert sterk in het vereeuwigen van zijn wielerhelden. De diverse wielererfgoedplekken worden met andere woorden uitgespeeld als toeristische troef. Volkslieveling Jean-Pierre (‘Jempi’) Monseré kreeg onder meer een muurschildering in Krottegem, de Roeselaarse wijk waar hij werd geboren en opgroeide.

  1. Het ‘illegale’ straatnaambord: Philippe Gilbert in Aywaille
Philippe Gilbert © KOERS. Museum van de Wielersport.

In oktober 2013 werd in Aywaille, Gilberts geboorteplaats, de ‘Square Philippe Gilbert’ ingehuldigd door de burgemeester van de gemeente. Dat Gilbert een dergelijk eerbetoon bij leven kreeg, is op zijn minst uniek te noemen. Al sinds 1977 werden er via een decreet enkele beperkingen opgelegd om de wildgroei aan memorienamen te voorkomen. Onder andere het gebruik van namen van nog levende personen werd daarbij verboden. Dat Philippe Gilbert in 2013 een plein naar zich vernoemd kreeg, is dan ook opvallend. Omdat het zogezegd om een plein ging, kon het bordje door de beugel. Ook al vermeldt het straatnaambord ‘Square’, een plein is de ‘Square (lees: Rue) Philippe Gilbert’ allerminst.

  1. De enige vrouw: Hélène Dutrieu in Sint-Denijs-Westrem
Hélène Dutrieu © KOERS. Museum van de Wielersport.

Dat de wielerwereld er vooral een is van mannen, wordt ook in het wielererfgoedaanbod pijnlijk duidelijk. Enkel de Doornikse Hélène Dutrieu wordt herinnerd aan de hand van twee straatnaambordjes, een in Sint-Denijs-Westrem en een in Doornik. Nochtans namen vrouwen al vanaf het begin deel aan wielerwedstrijden. Dutrieu behoorde tot die eerste generatie vrouwelijke wielrijdsters. Op nauwelijks achttienjarige leeftijd vestigde zij in 1895 het werelduurrecord voor vrouwen en in 1897 en 1898 werd ze wereldkampioene op de piste in Oostende. Haar prestaties op de fiets raakten echter in de vergetelheid omwille van haar andere sportieve verdiensten. Na haar carrière als wielrenster wendde ze zich tot de auto- en vliegtuigsport en werd ze de eerste vrouwelijke Belgische pilote. Het straatnaambord in Sint-Denijs-Westrem herinnert aan dit moment.

Meer weten.

Vanaf 9 september zijn alle wielergedenktekens in België via een interactieve touchtable te ontdekken in KOERS. Museum van de Wielersport.

Delva, M., Delheye, P. en Zonneveld, W., ‘Koninginnen van de piste. De eerste wereldkampioenschappen wielrennen voor dames in Oostende, 1896-1898’, De Sportwereld. Geschiedenis en achtergronden van de sport, 85-86 (2018), 32-35.

Zwart, J., Wielermonumenten. Reisgids door de geschiedenis van de wielersport, Amsterdam, 2008.

Marjoleine Delva is als praktijkassistent verbonden aan de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750 en SLO Geschiedenis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *