Historisch verslaafd

Vier jaar van zwoegen, zweten en tranen – als vrouw wil ik best toegeven dat ik er ook om gehuild heb. En mij quasi elke week wel eens afgevraagd waarom ik ook alweer was begonnen aan dat schijnbaar onmogelijke werk. Ik sleepte mij naar kantoor, ik las tientallen boeken en artikels waar ik slechts met moeite een bruikbaar element kon uitpikken. Ik ging naar huis, las verder, ging naar bed, maalde verder, werd wakker, en begon van voren af aan. Turtoise thinking, hoorde ik het John Cleese ooit eens noemen. Je maalt en maalt, en uiteindelijk komt het inzicht. Hij bleek gelijk te hebben, want na vier jaar (en enkele maanden, toegegeven) lag het er. Dat proefschrift.

Die bevrijdende weken nadat dat onding eindelijk was afgegeven, die angst naar de verdediging, de algehele opluchting omdat ik er eindelijk, eindelijk, eindelijk van verlost was. En dan de persistentie van die ene vraag. Waarom heb ik dit nu gedaan? Omdat ik er mijn brood mee kon verdienen – natuurlijk – maar dat kon ik ook op een andere manier. Omdat ik zo’n enorme liefde koester voor geschiedenis – natuurlijk – maar die kon ik ook op een andere manier botvieren. Omdat het verslavend is – natuurlijk?

Verslavend. Geduldig, nauwkeurig en kritisch onderzoek in stoffige bibliotheken en archieven. Het klinkt als een onmogelijke combinatie. En toegegeven – die archieven en bibliotheken zijn een noodzakelijk kwaad. Het is de enige manier om tot de ontdekking te komen van die twee kleine elementen in een wereld vol papier, die niemand honderden jaren lang heeft samen gelegd, maar die ontegensprekelijk matchen. Het ontstaan van eenSociété Philanthropique des Belges in Rijsel in 1889, waarbij de deelnemers van de manifestatie van 10 februari datzelfde jaar aan verminderde prijs konden lid worden. En ergens elders, in een obscure map in de departementale archieven van Rijsel, een liedblad met als titel Les Belges Reconnaissants, gecomponeerd door Émile Baetens en gezongen tijdens de manifestatie te Rijsel op – jawel – 10 februari 1889. De adrenaline stroomde op dat moment door mijn hele lijf, ik wou eureka! schreeuwen en iedereen de vondst tonen en uitleggen, maar ik bevond mij – verdorie nog aan toe – in een archief in Rijsel, waar de genealogen zich nog verbaasden over de aanwezigheid van een vrouwelijke twintiger die karren vol dozen doornamen, laat staan zich afvroegen waarom ze zo opgewonden rond zich heen stond te kijken met een te brede glimlach en stiekem een paar danspasjes deed.

Het was een eenmalige sensatie – latere ontdekkingen hadden nooit meer dezelfde impact op mijn lichaam en gemoed, noch dezelfde draagwijdte in mijn onderzoek. Dat ene moment van euforie, van die hele serie aan historische verklaringen voor de manifestatie en de vereniging die zich in mijn hoofd ontplooide, bepaalde mijn route voor de volgende jaren. Het leidde naar een eerste publicatie in een internationaal tijdschrift, wat bevestigdend werkte en – hoe kan het ook anders – zeer verslavend bleek te zijn. Eén moment tijdens al dat zwoegen dat het, achteraf bekeken, waard was.

(Saartje Vanden Borre)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *