Enkel ticketje naar Canada

In het midden van de negentiende eeuw was Vlaanderen een arme, overbevolkte regio met weinig toekomstperspectieven. Van landbouw viel er nauwelijks te leven, de huisnijverheid was in elkaar gestort en in de steden krioelde het van mensen die tevergeefs werk zochten in de textielindustrie. Wie kon en durfde, vertrok – naar Frankrijk, naar de Verenigde Staten, of naar elders. Maar ook emigreren kostte geld, geld dat de meerderheid van de bevolking niet had. Sommigen, zoals de West-Vlaamse Leon Cool in Canada, vroegen zich af waarom de Belgische staat zijn onderdanen niet te hulp kwam. Een actief emigratiebeleid, was dat geen oplossing voor alle problemen?

Een Belgisch emigratiebeleid

SaartjeVandenBorre-Canada-EmpressSteamerIn Canada waren er alvast mogelijkheden voor Belgische landverhuizers, zo bezwoer Leon Cool in het najaar van 1862 in een brief aan de Brugse bisschop Jean-Baptiste Malou. Cool was afkomstig uit Koekelare en gemigreerd naar Montréal, waar hij aan de slag was als hovenier. Ondanks de afstand was hij zijn vaderland niet vergeten: in de Spectactor of London had hij gelezen over de miserabele toestand van de Vlaamse boerenbevolking. Enkel de landverhuizing kon zijn ongelukkige landgenoten redden! De reis was doodeenvoudig: de steamer deed er vanuit Liverpool slechts tien dagen over. Potentiële landverhuizers moesten er enkel voor zorgen op tijd te komen, liefst voor midden juni, zodat ze nog wat konden zaaien en planten. O ja, en wellicht was het ook beter dat de Belgische overheid hen een startbedrag van vijftig dollar meegaf, zodat de mensen zich bij hun aankomst van de noodzakelijke levensmiddelen konden voorzien.

Vijftig dollar, dat was het equivalent van driehonderd franken, zo gaf Cool nog even ter informatie mee. Een klein offer van de Belgische autoriteiten om de ernstige armoede in het koninkrijk te lenigen en de bevolkingsdruk te verlichten. Cool was overtuigd van de waarde van zijn plannen, en was teleurgesteld dat de heren politici die hij eerder al had aangeschreven weinig enthousiasme voor zijn voorstel aan de dag legden. ‘Daer was altijd iets te kort of te lang, tot zoo verre dat er mij een schreeft dat de zee te diep was, om naer Amerika over te varen’. Hij begreep dat zijn landgenoten werden afgeschrikt door verhalen van mislukte migratiepogingen, maar kon niet snappen waarom de Belgische autoriteiten de emigratie niet promootten en stimuleerden.

Eigenlijk had Cool in zijn eigen brief al het antwoord op die laatste vraag gegeven. Gestuurde emigratiepogingen waren een zware financiële verantwoordelijkheid, waarvoor de Belgische regering terugschrok. In de jaren 1830 en 1840 hadden in de Belgische beleidskringen inderdaad verschillende plannen voor een geplande overzeese emigratie gecirculeerd. Die zou in de eerste plaats de Belgische industrie van nieuwe afzetmarkten verzekeren en België als politieke macht affirmeren. Als gelukkige bijkomstigheid kon de bescheiden poging tot ‘kolonisatie’ ook een oplossing vormen voor de overbevolking. Maar na enkele mislukte pilootprojecten in Zuid- en Midden-Amerika, zag de Belgische regering af van verdere plannen in die richting. Tot het einde van de negentiende eeuw beperkte België zijn officiële emigratiebeleid tot het informeren van zijn onderdanen over de voor- en nadelen van mogelijke bestemmingen.

Een bestemming zonder allure

Het immigratiekantoor in Winipeg, de hoofdstad van de provincie Manitoba in Canada in 1907.
Het immigratiekantoor in Winipeg, de hoofdstad van de provincie Manitoba in Canada in 1907.

Behalve de financiële terughoudendheid van de bevolking en de autoriteiten, speelde ook Canada’s slechte reputatie een rol in de politieke onwil het voorstel van Cool te overwegen. Midden negentiende eeuw gold Canada namelijk niet als een ideale migratiebestemming. Het land werd verbeeld als  een onontwikkelde, eindeloze prairie vol woeste indianen en wilde dieren; met hete zomers, strenge winters en alle agrarische moeilijkheden die een dergelijk klimaat met zich meebracht. Dorpspastoors waarschuwden bovendien voor de gevaarlijke invloed van het protestantisme. De migratiestroom van België naar Canada was in het midden van de negentiende eeuw gering, en de Belgische overheid had weinig zin om daar verandering in te brengen.

Pas op het einde van de negentiende eeuw verbeterde de reputatie van Canada, onder andere door de inspanningen van de Canadese autoriteiten om buitenlandse landbouwers aan te trekken. Belgen waren graag geziene settlers die als ‘gemakkelijk te integreren’ golden. Landverhuizing naar Canada was echter minder evident dan naar de Verenigde Staten, die vanuit Antwerpen werden aangedaan door de Red Star Line. Pas in 1904 installeerde de Canadian-Pacific Steamship Company een rechtstreekse verbinding tussen de Scheldestad en de Canadese havens. Bij de Canadese volkstelling van 1931 verklaarden ruim 27.000 Canadese inwoners uit België afkomstig te zijn; het aantal Belgen dat tussen 1885 en 1985 naar Canada trok, wordt op zo’n 70.000 geschat.

Een voorstel met bijbedoelingen

SaartjeVandenBorre-Canada-AntwerpenVertrekEmigrantenVier pagina’s lang bezong Cool het Canadese paradijs als de oplossing van alle Belgische problemen. Uit vaderlandsliefde, zo beweerde hij, zou hij zich inzetten om zijn landgenoten te ontvangen bij hun aankomst; hij zou zorgen voor tenten en als ze dat wilden, zelfs al wat land bewerken zodat er meteen kon worden gezaaid en geplant. Een nobele daad, al had Cool wel enige bijbedoelingen. In ruil voor zijn ruimhartigheid deelde hij de bisschop mee dat hij bij een selectie van potentiële landverhuizers ‘den voorkeur aen mijne bloedverwanten of aen deze van mijne vrouw’ gaf. Cool hoopte kennelijk vooral zijn eigen familie op kosten van de Belgische staat in Canada te verwelkomen.

Bisschop Malou las de brief van Cool aandachtig. Maar net zoals de andere hoogwaardigheidsbekleders die de hovenier uit Montréal had aangeschreven, deed hij er weinig mee. In zijn antwoord beweerde hij niet dat de zee te diep was of de onderneming onmogelijk: de landverhuizing was simpelweg niet nodig. De Spectator of London had waarschijnlijk de mistoestanden in Gent in gedachten toen het verslag uitbracht over sociaal-economische situatie in Vlaanderen. Maar de Gentse textielarbeiders vormden bezwaarlijk landbouwers, en kwamen dus niet in aanmerking voor landverhuizing. Op het Vlaamse platteland daarentegen was alles peis en vree, zo stelde de Brugse bisschop de hovenier uit Montréal gerust.

De familie Cool uit Koekelare zou een andere manier moeten vinden om naar Canada te migreren.

Meer lezen:

Marc Journée, ‘De Canadese uitdaging, 1888-1952’, in: Andreas Stynen (red.), Boer vindt land. Antwerpen-Leuven, 2014, pp. 148-163.

Cornelius J. Jaenen, ‘The implantation of Belgian Immigrants in Western Canada’, in: Canadian Ethnic Studies/Études ethniques au Canada 43 (2011) 1-2, pp. 237-251.

Serge Jaumain, ‘De Belgen in Canada: in de watten gelegde inwijkelingen’, in Anne Morelli (red.), Belgische emigranten. Oorlogsvluchtelingen, economische migranten en politieke vluchtelingen uit onze streden van de 16de eeuw tot vandaag. Brussel, 1998, pp. 108-122.

Saartje Vanden Borre is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750. Ze publiceerde over het sociaal-culturele leven en de integratie van Belgische migranten in Noord-Frankrijk in de tweede helft van de negentiende eeuw. Momenteel werkt ze aan een geschiedenis van Kulak.

Een gedachte over “Enkel ticketje naar Canada

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *