De Belgische inspiratiebron voor Disneyland

Sinds 1966 omvat een bezoek aan Disneyland bijna onvermijdelijk een bezoekje aan de intussen iconische attractie ‘It’s a small world’, genoemd naar de gelijknamige oorwurm die er in eindeloze herhaling wordt afgespeeld. Een boottocht van een tiental minuten neemt er de bezoekers mee langs miniatuurversies van verschillende landen, bevolkt door vrolijke kinderen die tegen achtergronden zoals de Franse Eiffeltoren, Nederlandse windmolens of de Indische Taj Mahal uit volle borst ‘It’s a small world’ zingen. De muziek is gecomponeerd door The Sherman Brothers, maar het ontwerp voor de attractie is van de hand van Walt Disney zelf. Het is niet alleen Disneys pleidooi voor wereldvrede, maar ook een ode aan de wereldtentoonstellingen, die een belangrijke inspiratiebron vormden voor de moeder van het moderne themapark.

De wereld tentoongesteld

Het Pepsi Pavillon met 'It's a Small World' op de Wereldtentoonstelling in New York in 1964.
Het Pepsi Pavilion met ‘It’s a Small World’ op de New Yorkse wereldtentoonstelling in 1964.

‘It’s a small world’ kende haar eerste bijval op de wereldtentoonstelling van 1964 in het New Yorkse Flushing Meadows. Daar maakte ze deel uit van het Pepsi Pavilion, dat gecreëerd werd als een eerbetoon van de frisdrankgigant aan het werk van UNICEF. De attractie werd massaal bezocht: tien miljoen kinderen en volwassenen hesen zich enthousiast in één van de bootjes om een wereldreis te maken. Dat een succesnummer van op een wereldtentoonstelling een even glansrijk tweede leven kende nadat het internationale evenement definitief de deuren sloot, is uitzonderlijk. De meeste expopaviljoenen en –attracties werden ook bij hun ontwerp al als tijdelijk geconcipieerd en vervaardigd in weinig duurzame materialen. Bovendien bleken ze veelal hun magie enkel te kunnen bewaren in die heel specifieke context van de wereldtentoonstelling.

Drukte in het Belgisch dorp op de wereldtentoonstelling van 1933 in Chicago.
Drukte in het Belgisch dorp op de wereldtentoonstelling van 1933 in Chicago.

Zowel ‘It’s a small world’ als Disneyland trachtten net die context te recreëren en boden de bezoeker dat wat ook de wereldtentoonstellingen zo aantrekkelijk maakte: de mogelijkheid om op een hele korte tijd een hele nieuwe wereld te ontdekken, waar conventionele regels niet meer golden en plots alles mogelijk leek. Dat is beslist geen toeval: Walt Disney was een fervent bezoeker van wereldtentoonstellingen (hij bezocht er minstens vijf) en haalde er ook een flinke portie mosterd bij het creëren van zijn themapark Disneyland, dat in 1955 werd geopend als “a source of joy and inspiration to all the world.” Het zou met name een Belgische inzending zijn geweest die een belangrijke inspiratiebron vormde voor Disney’s sprookjesland. Bij zijn bezoek aan de wereldtentoonstelling in Chicago in 1933 raakte hij gefascineerd door ‘Picturesque Belgium’, volgens de officiële gids “een nauwgezette kopie van een ommuurde Vlaamse stad zoals die er mogelijk uitzag in 1800”.

Disneyland avant-la-lettre

Het ‘Belgische dorp’, het resultaat van een samenwerking tussen Amerikaanse en Vlaamse ondernemers, vormde het contrapunt van de moderniteit, vooruitgang en urbanisatie die zo centraal stonden op de wereldtentoonstelling. Dit universum van hout en plaaster omvatte meer dan honderd huizen en onder meer replica’s van het vijftiende-eeuwse Antwerpse Sint-Niklaasgodshuis en van twee middeleeuwse Brugse stadspoorten, omringd door een wijde gracht waarop witte zwanen dobberden. In de geplaveide straten ontmoette de bezoeker niet alleen melkmeisjes met hun door een hond getrokken kar, maar ook klompenmakers en glasblazers, kantklossters en smeden. Daarnaast waren er winkels, restaurants en cafés en aangepast entertainment in de vorm van volksdansende jonge meisjes in ‘traditionele’ Vlaamse kostuums.

Volksdansen in het Belgisch dorp in 1933.
Volksdansen in het Belgisch dorp in 1933.

Het hele concept was zeker niet nieuw. Dit soort themapark was voorafgegaan door Bruxelles-Kermesse in 1897 en 1910, Vieux Liège in 1905 en Oud Antwerpen uit 1894. Er waren ook internationale voorlopers, zoals Vieux Paris, dat een plek kreeg op de wereldtentoonstellingen van 1889 en die van 1900. Waren die eerste ‘tijdelijk oude’ dorpen, wijken of parken nog opgevat als archeologische reconstructies en bekrachtigd door de organiserende overheid als een soort visuele samenvatting van de hele natie, dan kwam vanaf 1910 de entertainmentwaarde op de eerste plaats. Net zoals het latere Disneyland zijn deze tegenpolen van het officiële programma van de wereldtentoonstelling pittoreske en zorgeloze oorden van plezier die een perfecte illusie creëren. Zowel Disney’s creatie als zijn inspiratiebronnen zijn universa tussen droom en werkelijkheid waar het gewone leven op zijn kop wordt gezet en waar bizarre paradoxen plots aannemelijk worden, zoals ‘authentieke, middeleeuwse’ steden die voor zes maanden verrijzen en toch als geloofwaardig worden beleefd.

Grote ambities

Brusselse wafels to koop in het Belgisch dorp op de wereldtentoonstelling van 1964 in New York.
Brusselse wafels to koop in het Belgisch dorp op de wereldtentoonstelling van 1964 in New York.

Deze voorlopers van themaparken verdwenen niet zodra hun succesvolle opvolgers op het toneel verschenen. Op de New York World’s Fair van 1964 waar Disney zijn ‘It’s a small world’ voorstelde, maakte het Belgische dorp dat hij in 1933 bezocht een gesmaakte comeback na een eerdere herneming voor Expo 58. Even zag het er naar uit dat de attractie wegens te grote ambities en daaruit volgend geldgebrek een ongetwijfeld niet onopgemerkte aanpassing zou ondergaan. De eigenaar van het dorp klopte in zijn zoektocht naar fondsen immers aan bij Hugh Hefner, met wie hij het idee uitwerkte om een Playboy Club te installeren in het stadhuis, met Playboy Bunnies gekleed in ‘Vlaamse kostuums uit de tijd van Breughel’. Dat plan stootte echter op een resoluut ‘nee’ vanuit de organisatie. Het geld werd alsnog elders gevonden, waardoor de editie van 1964 uiteindelijk herinnerd zou worden voor iets wat minder pikant was: de uitvinding en popularisering van de ‘Belgische wafel’.

Nelleke Teughels is als doctor-assistent verbonden aan de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750.  Ze doet onderzoek naar het voedsel dat werd gepresenteerd en geserveerd door de Belgische afvaardiging op de Wereldtentoonstellingen tussen 1851 en 2010.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *