Zondagsrust of zondagsdrukte?

Moeten winkels open zijn op zondag of niet? Het debat laaide niet lang geleden weer hoog op. Er zijn vele argumenten pro en contra. Het voornaamste argument is het comfort en de dienstverlening voor de consument. Er wordt gesproken over de extra omzet voor individuele ondernemers en over de economische voordelen voor de steden waar winkels open zijn. Anderen waarschuwen dat zondagsopening niet altijd rendabel is en dat zelfstandigen ook rust moet worden gegund. Het kan niet de bedoeling zijn, stelt Unizo, dat winkeliers hun winkel open houden uit angst voor de concurrentie. Ook de winkelbedienden lieten al van zich horen. Het is bij die groep dat het debat over zondagsrust ooit begon, meer dan een eeuw geleden.

Zondagssluiting

Tot aan het eind van de negentiende eeuw was het gebruikelijk om op zondag te gaan winkelen of boodschappen te doen. Arbeiders en winkelbedienden werkten dan ook vaak lange dagen en volle weken. Pas in de jaren 1890 kwam de idee van zondagssluiting op de politieke agenda. In fabrieken waren directeurs vrij snel overtuigd, maar in de kleinhandel bestond meer weerstand. Het probleem was dan ook complexer. De discussie werd namelijk niet alleen  gevoerd tussen winkelbedienden en hun bazen, maar ook die bazen waren het oneens. Grotere winkels voor de burgerij konden zich de zondagssluiting makkelijker veroorloven dan de kleinste winkeliers die leefden van de klandizie van arbeiders. Het duurde dan ook tot 1905 voor er een wet kwam die het winkelen op zondag beperkte.  In de wet van 1905 werd vastgelegd dat het winkelpersoneel recht had op één vrije dag per twee weken en dat winkels slechts beperkt open mochten zijn op zondag.

Het debat werd destijds gevoerd in gelijkaardige termen als vandaag. Voorstanders van de zondagsrust waren bezorgd om het welzijn van de winkelbedienden en tegenstanders waren begaan met de omzet en de concurrentie. Anders dan vandaag, maakte het vraagstuk van de zondagsrust rond 1900 deel uit van een ruimere discussie. Het kaderde in een meer omvattende strijd voor betere werk- en levensomstandigheden voor arbeiders en bedienden: kortere werkdagen, voldoende rustmomenten, een goede verloning en een eerlijke behandeling.

Ligue sociale des acheteurs

AnneleenArnout-Zondagsrust-BourseVanzelfsprekend waren vakbonden en politici voorvechters in deze strijd, maar minder voor de hand liggend en anders dan vandaag stonden ook groepen consumenten op de barricades. Een van die consumenten was een anonieme adellijke dame die op 5 oktober 1913 een anonieme brief liet publiceren in L’Indépendance Belge. Daarin klaagde ze de hoge werkdruk aan die tijdens de eindejaarsperiode de modehuizen van Brussel zou beheersen. Omdat iedereen in november en december nieuwe outfits wilde bestellen, moesten de naaisters en winkeljuffrouwen vaak overuren draaien. De anonieme schrijfster wees daarbij op de verantwoordelijkheid van de klant: ‘Hebben we al eens stilgestaan bij het enorme labeur dat in onze modehuizen en haute couture ateliers moet worden verzet tijdens de maanden november en december? En dat alleen omwille van de onbedachtzaamheid, het egoïsme – laten we een kat een kat noemen –, van het vrouwelijk cliënteel?’ Om het euvel te verhelpen riep ze haar lezeressen op hun bestellingen wat vroeger te plaatsen.

Deze anonieme briefschrijfster was niet alleen met haar pleidooien. Her en der werden ­­­in die periode zogenaamde ‘Ligues sociales des acheteurs’ opgericht door dames van stand. Ze verdedigden niet hun eigen belangen, maar die van het personeel van de winkels die ze frequenteerden. Ze pleitten voor de invoering van een verplicht sluitingsuur tijdens de lunch en een strengere wetgeving met betrekking tot de zondagsrust. De ‘ligues’ wilden de consument opvoeden, want als het personeel van de modehuizen en winkels werd uitgebuit, was dat ten dele omdat de consumenten veel te hoge eisen stelden. Zij verenigden zich dan ook onder het motto dat de verandering alleen kon komen onder impuls van de consument. Op voorwaarde dat die consument zich organiseerde, kon er druk uitgeoefend worden op fabrikanten en ondernemers.

Sinds de invoering van de zondagsrust is er uiteraard veel veranderd. De situatie van het kleinhandelspersoneel is er op vooruit gegaan. De meeste winkelbedienden hebben twee vrije dagen per week en ook zelfstandige kleinhandelaars – bakkers uitgezonderd – zijn op zondag vrij. Bovendien is zondag voor het gros van de bevolking niet langer de logische heilige dag van ooit. En toch zijn de ingrediënten van het debat over de zondagsrust niet echt veranderd. Alleen is het nog wachten op dames (en heren) die zich verenigen, want voorlopig blijven de consumentenverenigingen vooral stil.

(Anneleen Arnout)

Anneleen Arnout is als aspirant FWO verbonden aan de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750. Ze doet onderzoek naar winkelcultuur in Brussel tussen 1830 en 1914.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *