In de schaduwen van morgen

Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen, als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij, waaruit deze arme Europese mensheid achterbleef in verstomping en verdwazing, de motoren nog draaiend en de vlaggen nog wapperend, maar de geest geweken.

Alom de twijfel aan de hechtheid van het maatschappelijk bestel waarin wij leven, een vage angst voor de naaste toekomst, gevoelens van daling en ondergang van de beschaving. Het zijn niet louter benauwingen die ons overvallen in de ijle uren van de nacht, als de levensvlam laag brandt. Het zijn weloverwogen verwachtingen, op waarneming en oordeel gegrond. De feiten overstelpen ons. Wij zien voor ogen, hoe bijna alle dingen, die eenmaal vast en heilig schenen, wankel zijn geworden: waarheid en menselijkheid, rede en recht. Wij zien staatsvormen, die niet meer functioneren, productiestelsels, die op bezwijken staan. Wij zien maatschappelijke krachten, die in het dolzinnige doorwerken. De dreunende machine van deze geweldige tijd schijnt op het punt om vast te lopen.

Meteen dringt zich de tegenstelling op. Er is nooit een tijd geweest, waarin de mens zich zo de gebiedende taak bewust was, om samen te werken aan het behoud en de volmaking van aardse welvaart en beschaving. Nooit te voren was arbeid zo in ere. De mens was nimmer zo bereid te werken en te wagen, elk ogenblik zijn moed en zijn gehele persoon te geven aan een algemeen heil. Hij heeft de hoop niet verloren.

Zal deze beschaving gered worden, zal zij niet verzinken in eeuwen van barbarie, maar met behoud van de hoogste waarden, die haar erfgoed zijn, overgaan tot een nieuwere en vastere staat, dan is het wel nodig, dat de nu levenden zich terdege rekenschap geven, hoever het bederf, dat haar bedreigt, is voortgeschreden.


Johan Huizinga, hoogleraar geschiedenis te Leiden, publiceerde in 1919 zijn befaamde studie over ‘levens- en gedachtenvormen der veertiende en vijftiende eeuw in Frankrijk en de Nederlanden’. Herfsttij der Middeleeuwen werd een cultuurhistorische klassieker. Maar onder de indruk van de Grote Oorlog schemerde er ook een cultuurkritiek in het werk door: Huizinga beschreef de Bourgondische cultuur niet als het begin van iets nieuws, een renaissance, maar als het apocalyptische einde van een gruwelijke, overgevoelige en verstarde beschaving.

Johan Huizinga.
Johan Huizinga.

De deelname van de Verenigde Staten aan de oorlog in 1917 en een reis naar Amerika in 1926 deden Huizinga verder nadenken over wat een cultuur krachtig maakt, en wat haar bedreigt. In de jaren 1930 maakte het politieke, economische en sociale klimaat deze reflectie nog urgenter. In 1933 ontzegde Huizinga als rector magnificus een Duitse nationaal-socialist om zijn antisemitische uitlatingen de toegang tot de Leidse universiteit. Hij maakte zich in toenemende mate zorgen – zorgen over de toekomst van Europa, over de Nederlandse identiteit, over de massacultuur, over een kunst zonder vaste vormen, over het politieke radicalisme, over de brutaliteit van de omgangsvormen, over de luidruchtigheid, over de duistere moderniteit.

Dat leidde in 1935 tot de publicatie van In de schaduwen van morgen. Het kleine boek was niets minder dan ‘een diagnose van het geestelijk lijden van onzen tijd’. Het trok meteen veel aandacht. ‘Professor Huizinga’ werd er op slag beroemd door, ook bij een breder publiek en ver buiten Nederland. De estheet-cultuurhistoricus was verveld tot een populaire cultuurcriticus. Hij sprak als Demosthenes in de storm: ‘Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het.’

Meer lezen

Carla du Pree, Johan Huizinga en de bezeten wereld. De rol van publieke intellectueel tussen twee wereldoorlogen, Leusden: ISVW, 2016.

Tekstfragment: Johan Huizinga, In de schaduwen van morgen. Een diagnose van het geestelijk lijden van onzen tijd, Haarlem, 1935. In het hier aangehaalde fragment werd de spelling van de oorspronkelijke tekst op enkele punten aangepast.

Toelichting: Jo Tollebeek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *