Hoe de arts een rechter werd

Op 1 januari 1931 werd de wet tot Bescherming van de Maatschappij van kracht. Krankzinnige delinquenten konden, zo bepaalde die wet, aan verzorgingsmaatregelen onderworpen worden. Ze werden geïnterneerd in gespecialiseerde penitentiar-psychiatrische instellingen, waar speciaal opgerichte commissies beslisten over hun plaatsing en eventueel (voorlopige) vrijlating. Ook al was het een rechter die besliste over het effectief in kracht stellen van de maatregel, het was duidelijk een arts die besliste of een delinquent ervoor in aanmerking kwam of niet. Vrijlatingen waren enkel mogelijk indien een psychiater oordeelde dat de geestestoestand van de geïnterneerde opnieuw ‘normaal’ was. Met die wet was de arts een rechter geworden.

Dat mocht Marie ondervinden toen ze in de winter van 1954 in de buurt van Brussel gearresteerd werd voor poging tot moord. Ze had thuis de gaskraan opengedraaid, haar dochter was ternauwernood aan de dood ontsnapt. Marie ontkende de moordpoging en beweerde dat ze enkel zichzelf van het leven wilde benemen. Ze bevond zich naar eigen zeggen in een zeer zware periode en had genoeg van het leven.

Enkele dagen na de feiten verscheen Marie in het justitiepaleis voor de onderzoeksrechter. Ze vertoonde er vreemd gedrag en at meermaals papier op. Onder meer door deze ‘crises’ besliste de onderzoeksrechter haar onmiddellijk te laten opnemen in de psychiatrische vleugel van de gevangenis van Vorst. Hij beval bovendien een volledig psychiatrisch onderzoek door een gerechtspsychiater. Die verklaarde dat Marie zich zowel tijdens het plegen van de feiten als in de periode erna in een staat van krankzinnigheid bevond. Ze had haar daden niet onder controle. In overeenstemming met de wet van 1931 werd Marie dan ook geïnterneerd voor een periode van vijf jaar.

Een vaag begrip  

Zaal voor geïnterneerden in het Etablissement voor Sociaal Verweer in Bergen, een van de penitentiair-psychiatrische instellingen waar de commissie geïnterneerden naar toe kon zenden.
Zaal voor geïnterneerden in het Etablissement voor Sociaal Verweer in Bergen, een van de penitentiair-psychiatrische instellingen waar de commissie geïnterneerden naar toe kon zenden.

Bij Marie had de onderzoeksrechter, onder meer omdat ze papier had opgegeten, een concrete aanleiding om haar te laten onderzoeken door een gerechtspsychiater. Toch was het in de jaren 1950 niet altijd duidelijk waarom bepaalde criminelen wel en anderen niet in aanmerking kwamen voor internering. Dat had voornamelijk te maken met het feit dat een duidelijke definitie voor het begrip ‘krankzinnigheid’ zowel in de juridische als in de medische wereld afwezig was. Het begrip had bijgevolg een zeer ruime betekenis.

Zeker in de jaren 1950 beging de meerderheid van de krankzinnige delinquenten kleine delicten. In de psychiatrische annexen verbleef een diverse groep van onder meer recidivisten, drugs- en alcoholverslaafden, depressieven, daklozen of seksuele delinquenten. Soms haalden gerechtspsychiaters in hun verslagen specifieke psychiatrische (persoonlijkheids)stoornissen aan, maar dit was zeker niet altijd het geval. Voor Marie was een verwijzing naar haar emotionele instabiliteit en haar depressieve toestand voldoende om haar ontoerekeningsvatbaar te laten verklaren. Allicht voelde de arts ook geen behoefte hier dieper op in te gaan, omdat ze in het verleden al meermaals was opgenomen voor psychische stoornissen. De vaagheid van het begrip krankzinnigheid zorgde er bovendien voor dat een uitgebreide en gefundeerde argumentatie niet altijd nodig was.

Korte evaluatie van de gevangenisarts na Marie’s aankomst in de gevangenis van Vorst.
Korte evaluatie van de gevangenisarts na Marie’s aankomst in de gevangenis van Vorst.

Eens abnormaal, altijd abnormaal

De interneringsmaatregel werd vaak voorgesteld in specifieke omstandigheden. Vreemd gedrag tijdens de arrestatie of een zwaar  strafblad waren voor de onderzoeksrechter duidelijke signalen. Ze gingen meestal gepaard met pogingen tot zelfmoord, met onvrijwillige doodslag op een kind of partner, vrijwillige brandstichting, diefstal, kleine zedendelicten, landloperij of desertie in vredestijd.

Cartoon gemaakt door een geïnterneerde die aantoont hoe hij het voorkomen bij de commissie ervoer.
Cartoon gemaakt door een geïnterneerde die aantoont hoe hij het voorkomen bij de commissie ervoer.

Slechts bij één categorie misdadigers was geen twijfel mogelijk: diegenen met een psychiatrisch of interneringsverleden. Wanneer een crimineel eenmaal de stempel van ‘abnormaal’ of geestelijk ziek kreeg opgedrukt, zat hij of zij ermee opgezadeld tot het einde van zijn of haar dagen. Zo was Marie volgens de gerechtspsychiater gedurende haar leven meermaals het slachtoffer geweest van ‘nerveuze crises’. Om deze ‘crises’ te behandelen had zij enkele maanden in een psychiatrische instelling verbleven. Dit verklaart mee waarom de onderzoeksrechter onmiddellijk beval Marie door een psychiater te laten onderzoeken. De psychiater gebruikte bovendien Maries verleden als onweerlegbare argumentatie in zijn verslag.

Hoewel het advies van de psychiater niet bindend was,  bestond er amper een weg terug. In beroep gaan was bovendien een ingewikkelde procedure en leverde zelden resultaat op.  De ‘krankzinnige’ crimineel kon moeilijk aan de stigmatisering ontsnappen.

Tijdens de periode van internering ageerden artsen bijna als rechters. Enkel wanneer zij groen licht gaven, kon de geïnterneerde in aanmerking komen voor een voorlopige vrijlating. Hun macht groeide nog meer na de wetsverandering van 1964, die de vaste interneringstermijnen van vijf, tien of vijftien jaar afschafte. Het werd een maatregel van onbepaalde duur, waarbij de adviserende arts grotendeels instond voor de beslissing tot definitieve vrijlating. Sommige daders, al hadden ze slechts zeer kleine misdaden gepleegd en was de argumentatie vaag, werden zo meer dan twintig jaar opgesloten in een penitentiar-psychiatrische instelling.

Diane Staelens is Master in de Geschiedenis. Ze studeerde af in de richting Cultuurgeschiedenis vanaf 1750 met een masterproef over De vergeetput van justitie. Internering in België en de invloed van experten (1955-1975).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *