De meesters van de wetenschap

Dineren aan de zijde van de Zweedse koningin, eregast zijn op het jubileumfeest van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en koffie slurpen bij Filip en Mathilde. Zoveel eer viel de Brusselse hoogleraar en fysicus François Englert te beurt sinds hij op 10 december 2013 de Nobelprijs voor Fysica in ontvangst mocht nemen. Maar zoveel eer betekent ook: een al te zoengretige minister van Wetenschappen, spuugdeeltjes van een ijverige Wim De Vilder en een roedel journalisten op je hielen. ‘Ik ga me verstoppen’, zuchtte de onwillige fysicaheld. Ondergedoken of niet, Englert vervoegt nu een illustere bende van Belgische Nobelprijshouders in de Wetenschappen. Onze trotse natie ging immers al vijf maal eerder uit de bol, en dat voor Jules Bordet, Corneel Heymans, Christian De Duve, Albert Claude en Ilya Prigonine… Wie zegt u?

De bende van Nobel

In 1919 ging de Nobelprijs voor Wetenschappen voor de eerste maal naar een Belg. Niet geheel onverwacht was dat Jules Bordet, een Brusselse bacterioloog verbonden aan het Pasteurinstituut, die hoge ogen gooide met zijn pionierswerk op het vlak van immunologie. De volgende Belg in het rijtje was Corneel Heymans. Deze Gentse hoogleraar viel in 1938 in de prijzen door zijn ontdekking van het belang van carotide lichaampjes voor de regeling van de ademhaling. Het Leuvens duo Cristian De Duve en Albert Claude (UCL) waren de derde die de trofee in de wacht sleepten, in 1974 alweer. Zij dankten de onderscheiding aan hun baanbrekend onderzoek naar de structuur en werking van de cel. Amper drie jaar later haalde België met Ilya Prigogine voor de vierde maal een Nobelprijs binnen. De in Rusland geboren maar onder het communisme naar België uitgeweken scheikundige ontving de erkenning voor zijn doorslaggevende bijdrage aan de niet-evenwichtsthermodynamica, in het bijzonder de theorie van de dissipatieve structuren. Met Prigogine scoorde België tegelijk voor het eerst in het Nobeldepartement van de chemie. Englert, de voorlopig laatste in de hall of fame van Belgische laureaten, werd samen met de Brit Peter Higgs bekroond voor de theoretische uitwerking van het Brout-Englert-Higgsmechanisme, waarin één specifiek deeltje alle andere deeltjes massa geeft. Dit minieme deeltje is nadien onder de vlottere naam Higgs boson populair geworden.

Grijze genieën

Jules Bordet
Jules Bordet

De Nobelprijs beloont dus elke keer een zeer concreet omschreven onderzoek of ontdekking. Toch is hij de facto veeleer een bekroning van een leven gewijd aan de wetenschap. Voor de onderzoeker vormt hij de pièce de résistance van een lange loopbaan vol onderscheidingen, titels en eredoctoraten. De meeste laureaten waren dan ook geen piepkuikens meer op het moment van hun ultieme internationale erkenning. Met zijn 46 lentes vormde Heymans nog de uitzondering, maar voor het overige is elke nieuwe winnaar weer wat grijzer dan de vorige – overigens een algemene tendens voor Nobelprijslaureaten. Bordet was 49 jaar, De Duve 57, Prigogine 60 en Albert Claude 76 jaar! Eminence grise Englert spant met zijn 81 jaar voorlopig de kroon als oudste – én meest hardhorige – genobelde Belg.

Journalist: Congratulations. My name is Kounteya and I’m from the Times of India. Very interestingly, the press release here starts with the line “Here at last!” Professor, how true is that?

Englert: I’m sorry I didn’t hear what you said.

Journalist: I was saying that the first line in the press release says “Here at last!” How true is that?

Englert: Huh. I’m afraid … maybe it’s my phone or maybe it’s my ear, but I don’t understand exactly what you say…

Klein deeltje, grote eer

Corneel Heymans
Corneel Heymans

De Nobelprijs oefent traditioneel een bijzondere aantrekkingskracht uit op het publiek. Wereldwijd geniet de jaarlijkse uitreiking veel media-aandacht. Laureaten plaats in de geschiedenisboeken verzekerd, maar ook de instellingen waaraan ze verbonden zijn, zijn erop gebrand om zichzelf via hun prijsbeest de eeuwige roem in te katapulteren. Voor het vieren van de illustere bende van Nobel werden kosten noch moeite gespaard. De afgematte laureaten waren net terug van een week vol feest in het hoge noorden, maar niettemin werden ze met fanfaregeschal onthaald en van plechtigheid naar plechtigheid getroond. Eminente persoonlijkheden stortten karrenvrachten lof over hen uit. Tijdens feestdiners werd bij elke gang zo uitgebreid getoost dat het niet anders kon dan dat de gasten de exquise gerechten koud moesten opeten. De kampioenen namen applausregens in ontvangst tot hun oren tuitten en schudden handjes tot hun arm lam werd. Ze kregen veelal ook een geschenk overhandigd. Zo werd aan Heymans een blinkende universiteitsmedaille geschonken. De schuchtere Bordet nam met enige gêne een min of meer gelijkend portret in ontvangst – waarover hij zich overigens wijselijk noch negatief noch positief uitliet.

Christian De Duve
Christian De Duve

Bloemen en kronen: niet alleen voor de laureaat, ook de instellingen zelf kloppen zich blijkbaar maar wat graag op de borst. Ongeduldig lopen universiteiten, academiën en politici elkaar voor de voeten in hun poging om de gelauwerde als ‘un de nous’, één van ons, toe te eigenen. ‘C’est un grand honneur qui a été fait a notre cher Confrère’, klonk het tijdens Bordets huldeviering vanwege de Academiën voor Wetenschappen en Geneeskunde. De directeur van de Klasse voor wetenschappen voegde daar gretig aan toe: ‘Een eer die afstraalt op de Academie!’ Een andere hoogleraar stelde dan weer dat Bordets onderscheiding de glorie van de Universiteit van Brussel definitief vestigde. En de provinciegouverneur van Brabant, waar Bordet het Pasteurinstituut leidde, jubelde niet geheel belangeloos: ‘Het provinciebestuur wenst vurig de eerste te zijn die zijn vreugde en erkenning betuigt aan de medewerker waarvoor hij de meeste trots voelt. Vous êtes son agent cher Maître, que dis-je, vous êtes sa gloire et sa couronne!’

Claude Albert
Claude Albert

Met dezelfde fierheid dicht de Université Libre de Bruxelles zichzelf naar aanleiding van Englerts bekroning een cruciale rol toe als kweekkamer voor Nobelwinnaars. Op haar website schrijft ze dat ‘dit succes verklaard wordt door de vrijheid en de open onderzoeksgeest die tot het handelsmerk van de universiteit behoren.’ En ook Waals minister-president Rudy Demotte bouwt verder op het gekende discours wanneer hij laat optekenen dat de onderscheiding van professor Englert een ‘immense eer betekent voor de wetenschap in Wallonië en Brussel’. Maar hoezeer de instellingen de Nobelprijshaantjes ook pogen te recupereren als een-van-hén, over één ding zijn ze het unaniem eens: de laureaten zijn de Maîtres en couronnes van een glorierijke Belgische natie.

Very Important Scientist

Ilya Prigogine
Ilya Prigogine

Voor de Nobellaureaat staan internationale faam en een leven in de spotlights in de sterren geschreven. Zo wordt verteld dat de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog zodanig onder de indruk was van het morele gezag van Nobelwinnaar Heymans dat hij hem ongestoord hulpacties voor de bevolking liet organiseren. Bordet maakte dan weer listig van zijn nieuwverworven faam gebruik om fondsen te werven bij de Rockefeller Foundation. Ook voor de andere laureaten deed de Zweedse erkenning deuren openzwaaien. Zij werden als erelid of voorzitter gevraagd in prestigieuze internationale raden, adviesorganen en academies.

De gloed van de Nobelprijs straalt eveneens af op de instelling waarmee de laureaat verbonden is. Hoogleraar André de Schaepdrijver beschreef bijvoorbeeld hoe het Fysiologisch Instituut na de erkenning van zijn directeur Heymans uitgroeide tot ‘een Mekka van de experimentele fysiologie’: een instituut met een ronkende naam die goed stond op het cv van ambitieuze vorsers. De Duve richtte in het jaar van zijn bekroning het International Institute of Cellular and Molecular Pathology op, waarvan hij ook de eerste voorzitter werd. Het instituut kende omwille van zijn befaamde stichter onmiddellijk succes. Sommige laureaten maakten zelf ook gretig van hun onderscheiding gebruik om hun moederinstelling de schijnwerpers in te praten. Zo stelde Heymans in zijn dankspeech dat zijn laureaatschap de zopas vernederlandste Universiteit van Gent een ‘internationale eer van onbetwistbare waarde’ zou verschaffen. Heymans’ hoopvolle voorspelling was zonder grond. Net als zijn vader, Gents rector Jan Frans Heymans, was junior een groot voorvechter voor de vernederlandsing van het onderwijs. Prigogine, op zijn beurt, liet niet na om in een autobiografische notitie naar aanleiding van zijn prijsviering, de cruciale bijdrage van de Brusselse School voor Thermodynamica in de verf te zetten. Hij was er dan ook de belangrijkste beheerder van…

François Englert
François Englert

Zoals de traditie het wil lijkt ook Englert zinnens om zijn plotse bekendheid te mobiliseren voor zijn projecten en overtuigingen. Hij kaartte al de publication pressure aan waaronder jonge onderzoekers vandaag gebukt gaan. Tevens suggereerde hij de naamsverandering van het Higgsdeeltje naar Brout-Englert-Higgsdeeltje. Daarnaast blijft Englert nog steeds zijn samenwerking verlenen aan de Interuniversitaire Attractiepool ‘Fundamental Interactions’. Zal de genobelde wetenschapper, net als zijn illustere voorgangers, met zijn beroemde naam nieuwe deuren zien opengaan? Een voorval op het jubileumfeest van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek bakent alvast de grenzen van nobelroem af: de bekroonde fysicus begaf er zich onder het flitslicht van camera’s richting de vestiaire. Hij moest er zijn naam opgeven. De onthaaldame was verward, ze had het niet begrepen. Haar vinger gleed traag langs haar namenlijst. Het duurde wat lang. ‘E-N-G-L-E-R-T’, spelde de laureaat haar ten slotte voor. Een stilte volgde, waarop ze aarzelend en licht blozend herhaalde: ‘E-N-G-E-R-D?’

Meer over bekende en minder bekende Belgische wetenschappers vind je op www.bestor.be.

(Lyvia Diser)

Lyvia Diser is research fellow van de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750. Ze  verdedigde in 2013 haar proefschrift Ambtenaren in witte jas. Laboratoriumwetenschap in het Belgisch overheidsbeleid (1870-1940). Momenteel is ze wetenschappelijk medewerker voor Bestor (Belgian Science and Technology Online Resources), een wetenschapshistorisch project onder de vleugels van het Nationaal Comité voor Logica, geschiedenis en filosofie der wetenschappen en Nationaal Centrum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *