Gastblog door Elias Feys
Iedere twee weken wordt een Belgische vrouw gedood door haar partner. Femicide – de opzettelijke doding van een vrouw vanwege haar gender – is helaas een fenomeen van alle tijden. Wat ook tijdloos lijkt, is het typische discours dat daders in rechtszaken hanteren. De moordenaars slaan mea culpa (“het was niet zo bedoeld”), maar schuiven tegelijk de schuld in de schoenen van het slachtoffer. Een moordzaak die 500 jaar geleden plaatsvond in het Nederlandse Sluis is daar een treffend voorbeeld van.
Een verhaal van paarden en koeien
Op 12 september 1509 ging Ghislain Devos naar een herberg om met enkele vrienden in te drinken. Voor zijn vertrek had hij zijn vrouw en kinderen bevolen een paard klaar te maken zodat hij gemakkelijk kon terugkeren. Na enkele potten bier begon hij aan de terugweg, maar tot zijn ergernis stond het gevraagde paard niet klaar. Gefrustreerd wandelde hij naar zijn huis. Tot zijn ontsteltenis trof hij bij zijn thuiskomst losgelopen koeien op zijn erf aan. Om zich af te reageren, “zoals een dronken man gewoonlijk doet,” schold hij zijn kinderen uit voor “hoerenkinderen” en sloeg hij hen.
Binnen trof hij zijn vrouw aan, die duidelijk niet opgezet was met zijn gedrag. Ze zei dat hij beter thuis was gebleven om te werken in plaats van hun kinderen te slaan. Ghislain schold haar uit en sloeg haar met zijn tas. Zijn vrouw, die daar niet tevreden mee was, vloekte, waarop Ghislain nog bozer werd en haar opnieuw sloeg met dezelfde tas. Maar in die tas stak een mes dat een van zijn makkers eerder die dag in de kroeg had achtergelaten. Ghislain besloot het mes toen mee te nemen om het later terug te geven. De tas met daarin het mes trof zijn echtgenote in haar keel. Zwaar dronken als hij was, merkte hij niet op dat ze dodelijk verwond was, en hij ging zijn roes uitslapen bij het haardvuur.
Toen hij wakker werd, vertelden buren hem dat hij zijn vrouw dodelijk had verwond. Aanvankelijk geloofde hij het niet, maar bij het zien van haar bijna levenloze lichaam was hij diep bedroefd. “Bitter wenend” nam hij haar in zijn armen, riep God, Onze-Lieve-Vrouw en alle heiligen aan, maar kort daarna stierf zij. Bang voor een zware veroordeling, hoewel hij verklaarde tot dan toe altijd in vrede met haar te hebben geleefd, sloeg Ghislain op de vlucht.

Pedagogische tik
Het verhaal zoals hierboven weergegeven komt bijna letterlijke uit de petitie om genade die Ghislain samen met een advocaat neerschreef. Hij richtte zich met dit relaas tot Maximiliaan van Oostenrijk en zijn kanselarij in de hoop een kwijtschelding van zijn misdaad te bekomen – die hij uiteindelijk ook kreeg. Typisch voor dergelijke genadebrieven, is dat de aanvrager zichzelf in een zo positief mogelijk daglicht stelt, terwijl het omgekeerde bij het slachtoffer wordt gedaan. Een betrouwbare weergave van wat er écht gebeurde is het dus niet: gelooft u dat het mes dat in de tas van Ghislain stak de keel van zijn vrouw per toeval raakte? Maar we kunnen op basis van deze bronnen wél achterhalen welke ideeën en denkbeelden over partnergeweld- en moord in een legale context aanvaard werden in de middeleeuwen.
Een eerste klassiek argument is dat het ging om gerechtvaardigd en gebalanceerd geweld. In de middeleeuwse samenleving (en nog lang daarna) was het sociaal aanvaard om als man je echtgenote te slaan. Dat mocht niet zomaar, er moest een goede aanleiding toe zijn, zoals ongehoorzaamheid, opstandigheid of slecht gedrag. Bovendien moest het geweld ook redelijk zijn: sommige rechtsteksten uit die tijd bepaalden bijvoorbeeld dat de wonden niet mochten bloeden. Bont en blauw slaan was dus uit den boze; het moest om een beheerste reactie gaan. In het verhaal van Ghislain sloeg hij zijn vrouw een eerste keer door het wanordelijk huishouden, en een tweede keer omdat ze begon te vloeken. Eén corrigerende tik per misstap dus.

Quade wijven
Een tweede legale strategie zien we in het schetsen van het beeld van het slachtoffer. De vrouwen die slachtoffer zijn van partnermoord, hebben in die verhalen altijd iets mispeuterd. Enerzijds kon dat vrouwelijk immoreel gedrag zijn, zoals overspel, kindermishandeling of dronkenschap. Anderzijds ging het om rebellerend gedrag, waarbij vrouwen de autoriteit van hun echtgenoten in vraag stelden. De vrouw van Ghislain toonde immers weerstand en luiheid doordat ze het bevel van haar echtgenoot had genegeerd en geen paard had klaargemaakt, maar ook doordat er koeien op het erf rondliepen. Het huishouden was met andere woorden wanordelijk.
Hoewel mannen hun vrouwen in een negatief daglicht stelden, illustreerden die laatsten tegelijkertijd dat echtgenotes niet zomaar opgezet waren met de wangedragingen van hun echtgenoten. In het verhaal sprak de vrouw Ghislain aan op het feit dat hij liever ging drinken dan haar bij te staan in het huishouden. Dat was regelrecht ingaan tegen de patriarchale hiërarchie, waarbij de rol van Ghislain als pater familias in vraag werd gesteld. Vrouwen krijgen in zulke verhalen dus niet zomaar een passieve rol toebedeeld: ze ondernemen actie en gaan indien nodig in tegen hun echtgenoten.
Emoties uitbuiten
Ten derde lezen we in de genadebrieven voor partnermoord opvallend meer emoties dan in andere genadebrieven. Daders speelden daarbij in op aanvaardbare en niet-aanvaardbare emoties binnen het juridische discours. Bij die eerste categorie hoorden mannelijke woede en verdriet, terwijl bij die laatste vrouwelijke woede paste. Ghislains narratief toont een type boosheid dat langzaamaan opbouwt: eerst ontbrak het paard, daarna ontdekte hij de chaos in het huishouden, en als druppel die de emmer deed overlopen begon zijn vrouw zijn acties in vraag te stellen. Na zijn roes uitgeslapen te hebben, ontdekte hij de totale destructie die hij had aangericht. Hij benadrukte zijn gevoel van verdriet en wanhoop door te vermelden dat zijn vrouw in zijn armen stierf terwijl hij huilend God en hemel aanriep. Je zou er medelijden van krijgen, en dat is precies waar Ghislain op doelde.

Genadebrieven over partnergeweld- en moord laten zien dat van een goede echtgenoot werd verwacht dat hij zijn vrouw onder controle hield, terwijl een goede echtgenote geacht werd zich aan de wil van haar man te onderwerpen. Tegelijk tonen ze dat huwelijksconflicten zowel ontstonden wanneer vrouwen zich niet onderwierpen, als wanneer mannen niet voldeden aan de normen van een goed huishouden. Uiteindelijk tonen de verhalen dat het doden van de echtgenote in dergelijke omstandigheden vergeven konden worden.
Meer lezen?
Feys, Elias. “‘A Hot-tempered, Capricious, Jealous and Compassionless wife’. Marital Conflicts and Homicide in Pardon Letters of Burgundy and the Low Countries (1450–1535)”. Journal of Family History 50, nr. 4 (2025): 425-43.
Butler, Sara. The Language of Abuse: Marital Violence in Later Medieval England. Later Medieval Europe 2. Brill, 2007.
Bodiou, Lydie, en Frédéric Chauvaud red. Les archives du féminicide,. Psychanalyse en questions. Hermann, 2022.
Elias Feys is doctoraatsonderzoeker aan de KU Leuven en ULille. Hij onderzoekt narratieven en denkbeelden over geweld op, door, en vanwege vrouwen in de laatmiddeleeuwse Lage Landen.
Titelafbeelding: miniatuur uit de Roman de la Rose (British Library, Harley 4425, f. 85).
