Door Felix Deckx
De geschiedenis van het kerkhof – what’s in a name – startte in de middeleeuwen toen vrome christenen voor hun eeuwige rust een plaatsje zo dicht mogelijk bij het huis van God verkozen. Voorname lieden werden begraven in de kerk. De modale onderdaan kreeg daarentegen een plaats in het “hof” rond de kerk. Van impressionante blijvende gedenktekens was bij die laatsten doorgaans geen sprake. Zie het als natuurbegraven avant la lettre, snel door gras overgroeid en in de herfst bedekt met de neergevallen bladeren van de traditioneel rond gebedshuizen aangeplante notenbomen.
Dat alles veranderde de Oostenrijkse keizer-koster Jozef II met een enkele pennentrek. Zijn decreet van 26 juni 1784 bepaalde dat begraafplaatsen zich om hygiënische redenen voortaan buiten de muren van de steden moesten bevinden. Dit type dodenakker is vandaag nog makkelijk te herkennen aan de destijds verplichte kerkhofmuur, het centraal geplaatste calvariekruis en het huis voor de grafdelver.
Ook wanneer tien jaar later Frankrijk de Zuidelijke Nederlanden binnenviel en onze gewesten annexeerde, bleef de Oostenrijkse wetgeving in voege. Napoleon bouwde daarop verder. Hij gaf in 1804 de gemeente – en niet langer de Kerk – het gezag over de begraafplaatsen en introduceerde het begrip “concessie”. Dat hield in dat nabestaanden tegen betaling een perceel grond konden verwerven om een grafmonument voor hun overleden naasten op te richten. De allerrijksten kozen er vaak voor een concession à perpétuité aan te gaan. De gemeente zou dan in principe nooit de grafmonumenten mogen verwijderen, noch de stoffelijke resten ontgraven.
Een kerkhof zonder graven?
In 1971 werden, de historische aspiraties voor requiem aeternam ten spijt, alle eeuwigdurende vergunningen omgezet in concessies van vijftig jaar. Omdat die termijn in 2021 afliep en tegelijkertijd bleek dat maar weinig nabestaanden – als die er nog waren – ervoor warmliepen om de concessies van hun meer of minder monumentale familiegraven te verlengen, startte in veel Vlaamse steden en gemeenten een denkproces over de toekomst van de oude op Oostenrijkse leest geschoeide begraafplaatsen.
Het Turnhoutse stadsbestuur besliste in 2022 bijvoorbeeld om het oude kerkhof aan de Kwakkelstraat om te vormen tot “een modern natuurpark”. Experten kregen de opdracht grafmonumenten “met historische waarde” te ontwarren uit het onoverzichtelijke palimpsest van tweehonderd jaar funeraire architectuur. Niet-verlengde graven zonder erfgoedwaarde zullen begin 2026 onherroepelijk plaats moeten maken voor parkbeplanting en buitenmeubilair. Het uiteindelijke doel: een evenwicht vinden tussen eeuwige rust en recreatie in een historisch waardevol kader.
Aan de vooravond van Allerzielen stond ik nog eens op dat Turnhoutse kerkhof met emmer en poetsdoek in de hand aan het graf van mijn overgrootouders. Dat de “groene” herbestemming voor zeer binnenkort is, ontluikte bij me zowaar enkele florale mijmeringen. Anders dan de voorbije jaren zag ik de begraafplaats plotsklaps niet meer als een enigszins benauwend om ter grootste en om ter hoogste van funeraire monumenten. Tussen die opeenstapelingen van Belgische hardsteen viel me op dat zo goed als alle graven ook levende elementen in zich droegen. Om aan te tonen dat beplanting, in alle vormen, soorten en maten een essentieel deel uitmaakt van de historische begraafcultuur, presenteer ik u hieronder daarom vijf al dan niet zo groene troeven van de dodenakker aan de Kwakkelstraat.
Graftrommels
Omdat, net als een mensenleven, ook een plantenleven slechts tijdelijk is, zochten nabestaanden doorheen de (recente) geschiedenis naar oplossingen om bloemenpracht op grafmonumenten te kunnen vereeuwigen. De meest tot de verbeelding sprekende oplossing was die van de graftrommels. Die met glasplaten afgesloten kuipen waarin zich bloemenkransen met zinken bloemen en planten bevonden waren erg populair in gegoede middens rond 1900. Aan sommige trommels werden spreuken in aluminium letters of foto’s van overledenen toegevoegd. Na de Tweede Wereldoorlog nam hun populariteit af en verdwenen ze geleidelijk aan van de begraafplaatsen. Op de Turnhoutse begraafplaats zijn nog enkele exemplaren te vinden, al dan niet in goede staat. Deze ingeblikte kunststukjes slagen er zo een eeuw later nog steeds in de illusie van florale graciositeit over te brengen aan verwonderde voorbijgangers.

Voorouderlijke flora
Ook levende planten hebben de kracht om gedachten weg te voeren naar vroeger tijden. Tijdens m’n korte wandeling over het kerkhof waande ik me bij momenten in de tuin van “de bomma”. Het meest in het oog springend waren de haagjes van Japanse broodboom, zo kenmerkend voor de Vlaamse voortuinen van midden vorige eeuw, maar vandaag grotendeels uit het straatbeeld verdwenen. Hetzelfde geldt voor de schoenlapperplant die met zijn typische paarse bloemen en dikke bladeren veelvuldig voorkwam als bodembedekker.
Andere goede vrienden uit vroeger tijden: een dozijn aan conifeervariëteiten en de onvermijdelijke palmlelie, werden eveneens gespot. Alleen de apenboom ontbrak nog. Er is maar een korte safari nodig om te beseffen dat oude begraafplaatsen de ideale biotoop vormen voor uit de gratie gevallen sierplanten om de modegrillen der mensheid te overleven. Op die manier vormen grafperken stille getuigen van elders verdwenen tuinontwerpen.

Een veilige haven voor buxus
Op het eerste zicht komen ook “moderne” haagplanten zoals buxus en taxus veelvuldig voor op de Turnhoutse begraafplaats. Begraafplaatsangst lijkt zo haast het enige zwakke punt van die vermaledijde buxusmot. Als één van de meest gehate insecten van fermette-Vlaanderen kan het beestje een totale ommezwaai van het tuinlandschap op zijn conto schrijven.
Wie er moderne tuinontwerpen op naslaat, merkt op dat hagen – zeker die uit buxus – volledig hebben afgedaan. Tegenwoordig zijn prairietuinen en vogue en is het al grassen dat de klok slaat. Ronde sierboompjes en Japanse hulst als hip buxusalternatief zorgen voor volume in deze wereld van vijftig tinten pelouse. Gelukkig is er nog het kerkhof aan de Kwakkelstraat, waar ik later aan mijn kinderen zal uitleggen welke plantensoorten de tuin van mijn jeugd maakten.
Op de purp’ren hei
De uitdrukkelijke wens van het Turnhoutse stadsbestuur om de begraafplaats op te smukken met plantensoorten die van nature in de Kempen voorkomen, heeft ook zijn historische antecedenten. In de omheinde perken voor verschillende monumentale graven zijn oude heide en brem terug te vinden. Voorzien van uitgekiende survival skills bleken deze typische planten niet alleen vol kleurenpracht te gedijen in de Turnhoutse vennen, maar ook op de arme kerkhofgrond.
Daarnaast namen heide en brem aan het begin van de twintigste eeuw ook hun plaats in als florale vertegenwoordigers van het Antwerpse hinterland. Volksliederen als “Op de purp’ren hei” en “Als de brem bloeit” demonstreren het belang van beide kruiden binnen de Kempense cultuurbeleving. Ook andere regio’s zijn plantkundig vertegenwoordigd. Geheel in lijn met de Engelse rozencultuur bloeit er zo een eenzame rode roos nabij het graf van een Britse soldaat. Of hoe ook planten een cultureel geladen betekenis met zich meedragen.

De opper grafbloem
Het zijn dan wel geen blijvende getuigen, maar wie begraafplaatsplant zegt, zegt natuurlijk chrysant. Die kleurrijke herfstbloem werd duizenden jaren geleden al in China en Japan gekweekt en door de Oude Grieken ingezet als beschermer tegen demonen. Mogelijks ontstond daaruit de Rooms-Katholieke traditie om de plant met Allerzielen – de gedenkdag voor dierbare overledenen – als grafbloem te gebruiken.
Hoewel de voorbije decennia de kleinbloemige bolchrysanten de kerkhoven rond de tweede dag van november domineerden, valt het op dat de grootbloemige chrysant terug van weggeweest lijkt te zijn. Het toont nog maar eens aan hoe geschiedenis – en tevens de relatie tussen mensen en hun planten – nooit een rechtlijnig gegeven is.

Groen op oude begraafplaatsen – verzinkt, aangeplant of tijdelijk – kan ontegensprekelijk beschouwd worden als deel van het funeraire erfgoed. Graftrommels geven inzicht in de strijd van de mens tegen florale vergankelijkheid. Het laisser-fairebeleid van stad en concessie-eigenaars resulteerde in een unieke safe space waar elders reeds lang ontwortelde planten – in leven en welzijn – een laatste rustplaats vinden. Meer nog dan een Artis-Historia te zijn van Vlaamse tuinontwerpen, dragen begraafplaatsplanten ook dieperliggende betekenissen met zich mee. Het bijzondere parcours van de chrysant maakt dan weer duidelijk dat, hoewel sommige zaken zich misschien lijken te herhalen, ze dat nooit op identiek dezelfde wijze doen. Ooit de norm, zijn de “ouderwetse” grootbloemige chrysanten nu de staple plant bij uitstek voor funeraire durvers.
Felix Deckx is als aspirant van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen verbonden aan de Onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750 van de KU Leuven. Hij voert onderzoek naar de evolutie van de behandeling, beleving en sociaal-culturele betekenis van lepra in Congo tussen 1930 en 1980.
Titelafbeelding: Zicht op de historische begraafplaats aan de Kwakkelstraat in Turnhout. Foto: Felix Deckx.


Mooi geschreven Felix! Zo leer je het akelige kerkhof eens zien door een andere bril !
Prachtig geschreven Felix ! Ik ga deze tekst delen op de Facebookpagina van Turnhout van Vroeger.
Mooi geschreven, het is inderdaad tijd om een landschapsarchitect gerichtte aanplantingen te laten doen, en dan wordt de begraafplaats ook nog een botanische tuin !!! Overal waar ik op andere begraafplaatsen ga krioelt het van leven, vuursalamandertjes allerhande … Maar Turnhout heeft hier nog niet op ingezet. Mvg,
En opnieuw wordt er een pagina ingekleurd in het Grote Turnhoutse Geschiedenisboek.
Dankzij mensen zoals Felix wordt ons verleden gekoesterd en verdwijnt het niet onder het stof der eeuwen.
Prachtige tekst Felix. Een wandeling op het kerkhof Kwakkelstraat is altijd rustgevend en daar voel je de verbondenheid met familie zelfs als je die nooit persoonlijk hebt gekend. Ikzelf onderhoud daar 3 graven van mijn grootouders en overgrootouders en doe dat graag.
Beste Felix,
Wij zijn altijd blij, dat wij een artikel kunnen lezen over de Historische Begraafplaats Turnhout HBT.
Er is nog VEEL werk om alles in orde te krijgen. Elke maand ontdekken wij iets waar wij misschien al regelmatig zijn voorbij gelopen, en nu er iets ontdekken wat van Historisch Belang is. De lichtinval, de zon, de duisternis, alles kan een rol betekenen! Blij dat wij nog eens een artikel van je mogen lezen over deze waardevolle Historische Begraafplaats van Turnhout.
Hartelijke groeten,
Rob Cornelissen
Vrijwilliger en
Funerair Adviseur HBT