Door Christiaan Engberts
Tijdens het feestjaar naar aanleiding van 600 jaar KU Leuven schrijft postdoctoraal onderzoeker Christiaan Engberts elke maand een blogtekst over de geschiedenis van de Leuvense universiteit in de wereld. Dit is de negende blogtekst uit de reeks, zijn andere blogteksten kan je hier lezen.
Leuvense Universiteitscollecties
De KU Leuven biedt onderdak aan veel verzamelingen. Sommigen daarvan, zoals de zoölogische collectie van het Dierkundig Museum, zijn welbekend omdat ze voor een breed publiek toegankelijk zijn. Andere verzamelingen, zoals het gedrukte religieuze erfgoed van de Lage Landen in de Maurits Sabbebibliotheek, bevatten precies het soort objecten dat we verwachten in een instelling met een rijk religieus verleden. Er zijn echter ook collecties die voor velen een verrassing zullen zijn. Misschien wel de meest opvallende is de bananenverzameling, die met zo’n 1700 soorten de grootste ter wereld is. Hoe en waarom is die opmerkelijke collectie in Leuven terechtgekomen?
Congolese wortels
De expertise die het mogelijk maakte om de bananencollectie in Leuven aan te leggen is deels ontwikkeld in het koloniale tijdperk. Al in de late negentiende eeuw openden experts uit België bescheiden botanische onderzoeksstations in Congo. Vanaf 1933 kwam het onderzoek naar lokale gewassen daar in een stroomversnelling terecht met de oprichting van het Nationaal Instituut voor de Landbouwkunde in Belgisch Congo (NILCO). Die overheidsinstelling had een tweeledig doel: enerzijds de bevordering van agronomisch onderzoek en anderzijds de ontwikkeling van de lokale landbouw. Omdat bananen en bakbananen tot de belangrijkste voedselgewassen in de kolonie behoorden, ontwikkelde bananenonderzoek zich al snel tot een van de speerpunten van de organisatie.

In een publicatie uit 1960 stelde NILCO dat die inspanningen zeer succesvol waren: Ze zouden ertoe hebben bijgedragen dat de Congolese bananenopbrengst per hectare tussen 1935 en 1950 met 50% toegenomen was. Tegen het einde van de jaren vijftig zette NILCO-onderzoeker Edmond De Langhe een eerste bananencollectie op in het onderzoeksstation in Yangambi. Ook na de Congolese onafhankelijkheid bleef De Langhe actief in het bananenonderzoek door internationale samenwerkingsverbanden waar ook de Leuvense universiteit deel van uitmaakte. In 1979 werd hij als hoogleraar aan de KU Leuven aangesteld, waar hij al snel een nieuwe bananencollectie opzette.
Internationale uitdagingen en samenwerkingen
Kort na de Leuvense aanstelling van De Langhe werd het belang van zijn collectie op tamelijk dramatische wijze benadrukt. Bananen zijn kwetsbaar voor een grote verscheidenheid aan schimmels, bacteriën en virussen, en in de vroege jaren tachtig ontwikkelde een schimmelziekte, de zwarte sigatokaziekte, zich tot een steeds grotere bedreiging voor de wereldwijde bananenoogst. In reactie daarop financierden de Belgische, Franse en Canadese overheid de oprichting van het International Network for the Improvement of Banana and Plantain (INIBAP) in 1984. De belangrijkste doelstellingen van die organisatie waren het behoud van de genetische diversiteit in banaanplanten en het faciliteren van de wereldwijde uitwisseling van genetisch materiaal, zowel voor onderzoek als voor de landbouw.

Hoewel het hoofdkantoor van INIBAP in het Franse Montpellier gehuisvest werd, vonden haar bananencollectie en het International Musa Germplasm Transit Centre (ITC) – het bijhorende uitwisselingscentrum – een onderkomen in Leuven. Daar waren verschillende redenen voor: een eerste belangrijke reden is het feit dat De Langhe aan de Leuvense universiteit al de kiem had gelegd van een nieuwe bananencollectie. Een tweede belangrijke omstandigheid was de financiering door de Belgische overheid. Een belangrijke derde overweging was tenslotte het gegeven dat bananen niet van nature in België voorkomen. Dat heeft twee belangrijke voordelen: de collectie kan niet besmet worden door inheemse ziektekiemen en er is geen lokale populatie die besmet kan worden met ziekten die per ongeluk via het uitwisselingscentrum het land binnenkomen.
Distributie en onderzoek

Al snel groeide het Leuvense uitwisselingscentrum uit tot een belangrijke schakel in een internationaal netwerk van onderzoekscentra, NGO’s, overheden en landbouwers. Tussen 1985 en 2020 verspreidde het niet minder dan 18.000 bananensamples, die in 113 verschillende landen terechtkwamen. Meer dan 11.000 van die samples werden opgestuurd naar de nationale landbouwinstituten van ontwikkelende economieën. Het grootste deel van de overige verzendingen was bestemd voor universiteiten en andere onderzoeksinstellingen in Europa en Noord-Amerika.
De Leuvense bananencollectie inspireerde daarnaast ook nieuw onderzoek. Het bewaren van bananen is namelijk niet zo eenvoudig. Veel plantensoorten kunnen lang bewaard worden door de zaden te drogen, maar bij bananen ligt dat moeilijker. De eetbare varianten zijn zo gecultiveerd dat ze veel vruchtvlees maar nauwelijks kiembare zaden bevatten. Bij het ITC werden de afgelopen decennia verschillende oplossingen voor dat probleem uitgewerkt. Zo is er veel onderzoek verricht naar de juiste temperaturen, lichtsterkte, en luchtvochtigheid om banaankiemen lange tijd in vitro te bewaren. Nog baanbrekender was echter de ontwikkeling van nieuwe methoden om genetisch materiaal op zeer lage temperaturen op te slaan, oftewel cryopreservatie. De protocollen die daarvoor vanaf de late jaren negentig in Leuven werden ontwikkeld, worden nu wereldwijd gebruikt voor de duurzame bewaring van andere zaadloze gewassen, zoals aardappels, cassaves en yamswortels.
Nieuwe netwerken in een nieuwe tijd
Door de eeuwen heen heeft de Leuvense universiteit op verschillende manieren deel uitgemaakt van transnationale netwerken. Zoals eerdere blogs in deze serie hebben laten zien, hebben persoonlijke relaties van toonaangevende geleerden daarin vaak een belangrijke rol gespeeld, net als de netwerken waartoe de katholieke kerk toegang bood. Het ITC is echter een voorbeeld van een nieuwe manier waarop de universiteit zich verhoudt tot een steeds kleiner wordende wereld. Het bestaat niet binnen maar naast de oudere facultaire universiteitsstructuren en is het resultaat van een samenwerking met veel en zeer verschillende partners over de hele wereld. De enorme verscheidenheid aan bananensoorten in – of all places – Leuven is voor de meeste mensen die ik hierover heb gesproken nog altijd een wonderbaarlijke verrassing.
Meer lezen?
Lorna Piatti-Farnell, Banana: A Global History (London, Reaktion Books, 2016)
Ines Van den houwe, Rachel Chase, Julie Sardos, Max Ruas, Els Kempenaers, Valentin Guignon, Sebastien Massart, Sebastien Carpentier, Bart Panis, Mathieu Rouard and Nicolas Roux, ‘Safeguarding and using global banana diversity: a holistic approach,’ CABI Agriculture and Bioscience 1(15) (2020).
Christiaan Engberts werkt als postdoctoraal onderzoeker aan de transnationale geschiedenis van de Leuvense universiteit in het kader van haar 600-jarige jubileum in 2025. In 2019 promoveerde hij aan de Universiteit Leiden met een proefschrift over wetenschappelijke deugden en wederzijdse evaluatie onder Duitse geleerden in de late 19e en vroege 20e eeuw. In de jaren voorafgaand aan het onderzoek naar de transnationale geschiedenis van de Leuvense universiteit doceerde hij cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht en publiceerde hij onder meer over de geschiedenis van de oriëntalistiek en de psychologie.
Titelafbeelding: Een mooie verzameling bananen (Bron: Wikimedia Commons).
