Door Kaat Wils

Vorige maand organiseerde het Europees Parlement een publieke hoorzitting met het oog op een verbod op ‘conversiepraktijken’, interventies die erop gericht zijn de seksuele oriëntatie, genderidentiteit of genderexpressie van een persoon te onderdrukken of te wijzigen. De hoorzitting kwam er onder druk van een burgerinitiatief dat meer dan een miljoen handtekeningen had verzameld en zo de Europese Commissie kon dwingen de vraag te behandelen. Voor België zou de verhoopte Europese richtlijn weinig verschil maken: sinds 2023 geldt er al een wettelijk verbod op conversiepraktijken. Hoewel het begrip zelf van recente datum is, blijkt de ambitie om iemands seksuele oriëntatie te ‘corrigeren’ verre van nieuw.

Hypnose als seksuologisch instrument

In de mediaberichtgeving over de Belgische wet kwamen slachtoffers van conversietherapieën aan het woord. Zij vertelden over vormen van exorcisme of duiveluitdrijving die ze in kerkgemeenschappen hadden ondergaan. Een getuige sprak ook over een psychiater die haar had doen geloven dat homoseksualiteit een te behandelen vorm van immature seksualiteit was.

Met die overtuiging stond de psychiater in een traditie die tot de late negentiende eeuw terugging. Binnen het toen nieuwe vakgebied van de seksuologie definieerden en documenteerden artsen allerhande seksuele ‘perversies’. Homoseksualiteit was de seksuele ‘pathologie’ die daarbij het meeste aandacht kreeg.

In de negentiende-eeuwse zoektocht naar medische behandelingen stelden artsen heel wat hoop op een recent door academici omarmde techniek: hypnose. Wie in een dergelijke, aan slaap verwante bewustzijnstoestand kon worden gebracht, zo was vastgesteld, had een opvallend grote ontvankelijkheid voor suggesties. Dat voedde de hoop dat een persoon met homoseksuele neigingen, eens die in een staat van hypnose was gebracht, ervan kon worden overtuigd het eigen seksueel verlangen op mensen van het andere geslacht te richten.

Vanaf de late jaren 1880 gingen seksuologen zoals de Duitse psychiater Richard von Krafft-Ebing effectief met homoseksuele patiënten aan de slag, in de hoop hen te ‘genezen’ van hun ‘verkeerde’ seksuele verlangens. Ook een te grote neiging tot masturbatie bij kinderen en volwassenen leek zo te kunnen worden behandeld. De therapie werd gezien als een vorm van versterking van de wilskracht van de patiënt. Het geloof van de patiënt in de noodzaak en de mogelijkheid om te genezen, werd als een essentiële voorwaarde voor succes gezien.

Seksuele gevaren

“Comment on produit l’état hypnotique”: illustratie uit Louis Figuier, Les mystères de la science, [1887], p. 88.

Dat hypnose door artsen werd ingezet om seksuele neigingen te onderdrukken, was eigenlijk een merkwaardige, haast ironische twist van de geschiedenis. In de samenleving werd hypnose immers met seksueel grensoverschrijdend gedrag, veeleer dan met beteugeling van seksualiteit geassocieerd. Al sinds het ontstaan van het zogenaamde ‘dierlijk magnetisme’ of ‘mesmerisme’, een voorloper van hypnose, werd de praktijk geplaagd door verdenkingen van ongeoorloofd seksueel gedrag van mannelijke magnetiseurs of hypnotiseurs ten aanzien van vrouwelijke patiënten. De populariteit van hypnoseshows voedde bovendien de angst dat toeschouwers zelf zouden gaan experimenteren, en dat dit de weg zou vrijmaken voor verkrachtingen onder hypnose.

In België leidde deze morele paniek in 1892 tot een wet die hypnoseshows verbood en een quasi-monopolie aan artsen gaf voor het therapeutisch gebruik van hypnose bij de behandeling van geesteszieken en minderjarigen. In het discours van artsen stond het idee centraal dat hypnotherapie een vorm van wilskrachttraining was. De wil van patiënten of onhandelbare kinderen moest worden versterkt om weerstand te kunnen bieden tegen de vele verleidingen van de moderne, overgeseksualiseerde samenleving. De medische disciplinering van seksualiteit paste helemaal in dat kader.

Op consultatie in Brussel

Ondanks de grote publieke belangstelling voor hypnose in het laat negentiende-eeuwse België,  is het moeilijk om sporen terug te vinden van de behandeling van homoseksualiteit met hypnose. Echt verwonderen doet dat niet. Zoals historicus Wannes Dupont aantoonde, hielden Belgische artsen zich ver van het wetenschappelijk onderzoek naar seksuele ‘perversies’ dat in de buurlanden zo populair was. In een overwegend katholieke context en binnen een medisch veld waarin de psychiatrie weinig erkenning of gezag genoot, was er nauwelijks animo om homoseksualiteit niet langer als zonde, maar veeleer als medisch probleem te benaderen.

Toch betekent dat niet dat Belgische artsen niet op de hoogte waren van het werk van hun buitenlandse collega’s. Duitse, Franse en Britse artikels over de behandeling van masturbatie of homoseksualiteit met hypnose verschenen geregeld in de Belgische medische vakpers. Belgische artsen met expertise in hypnose publiceerden ook geregeld in buitenlandse vaktijdschriften waarin de thematiek aan bod kwam.

Plattegrond van de praktijk van Van Velsen in Brussel (uit Prosper Van Velsen, Hypnotisme. Suggestion. Psychothérapie, Brussel: Albert Dewit, 1912.)

Het enige concrete spoor dat ik tot nog toe terugvond van een behandeling van homoseksualiteit, leidt naar een van die artsen: Prosper Van Velsen. Na medische studies in Leuven en een aanvullende hypnoseopleiding in Frankrijk vestigde deze katholieke arts tijdens de jaren 1890 een Brusselse privépraktijk in hypnotherapie. In een artikel uit 1895 bood hij een overzicht van de 223 patiënten die hij het voorbije jaar met hypnose had behandeld in een naburig medisch instituut waar hij twee keer per week spreekuur hield.

Propsper Van Velsen, ‘À propos de l’hypnotisme’, Annales de l’Institut Chirurgical de Bruxelles, 2(1895), 129.

Een lastige erfenis

Desondanks zou hypnose tot ver in de twintigste eeuw worden ingezet als een vorm van conversietherapie. Medische publicaties die het succes ervan bevestigden, bleven verschijnen. Het is een erfenis waarmee hedendaagse zorgverleners met expertise in hypnose verveeld zitten. Naar aanleiding van de Pride Month van 2024 publiceerde de Britse National Council for Hypnotherapy een statement waarin ze die geschiedenis betreurt.

Hypnose is nochtans een bij uitstek geschikt instrument om mensen uit de LGBTQ+ gemeenschap therapeutisch te ondersteunen, zo wordt in dezelfde tekst benadrukt. Daarbij wordt onder meer gedacht aan de verwerking van de trauma’s die kunnen resulteren uit het leven in een homofobe, transfobe en seksistische wereld. Hoewel de doelstellingen dus veranderd zijn, blijkt het geloof in het therapeutisch nut van hypnose op het terrein van seksualiteit springlevend.

Kaat Wils, Catholic Engagement with Animal Magnetism, Spiritism and Therapeutic Hypnotism in Nineteenth-Century Belgium, Dix-Neuf, 29(2025).

Wannes Dupont, Unwilling to Know. Male Homosexuality at the Crossroads of Europe, 1870-1965, Cambridge University Press, 2026.

Kaat Wils is gewoon hoogleraar moderne Europese Cultuurgeschiedenis en hoofd van de Onderzoekseenheid Geschiedenis van de KU Leuven.

Titelafbeelding: Albert von Schrenck Notzing was een van de artsen die hypnose inzette bij de behandeling van seksuele ‘pathologieën’. Albert von Keller, Hypnose bei Schrenck-Notzing (ca. 1855).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.