Door Antje Van Kerckhove
Sommige onderzoekspistes beginnen met een lange queeste. Zo ook mijn zoektocht naar Linda Valins, de Britse auteur van When a Woman’s Body Says no to Sex, waarvan de eerste versie verscheen in 1988. In haar boek schrijft Valins over vaginisme: een aandoening waarbij de spieren rond de vagina onvrijwillig samentrekken, waardoor seks of het inbrengen van een tampon pijnlijk en zelfs onmogelijk wordt. Valins was de eerste vrouw die een boek aan het onderwerp wijdde. Dat deed ze door haar eigen ervaring en die van lotgenoten te verweven met medische inzichten over de behandelingsmethodes voor vaginisme.
In april 2025 besloot ik Valins op te sporen. Hoewel ik mijn zoektocht vol goede moed aanvatte, bleek dat al snel een moeilijke opgave. Hoe kan iemand die zo openlijk over seksuele pijn schreef in de jaren 1980 – een periode waarin nagenoeg niemand anders het haar nadeed – volledig uit beeld verdwijnen?
De magie van lokale facebookgroepen
Wie anno 2025 een onbekende wil opsporen, begint niet in de bibliotheek, maar in de zoekbalk van Google. Helaas bleef mijn digitale speurwerk zonder veel resultaat: ik vond geen e-mailadres of telefoonnummer van Valins en op sociale media was ze eveneens onvindbaar. De uitgever van het boek reageerde niet op mijn mails en een zoektocht naar een oud adres van Valins liep ook dood.
Gelukkig vond ik haar terug in een interview voor The Guardian uit 2023. Het artikel had niets te maken met vaginisme, maar de vrouw op de bijhorende foto leek als twee druppels water op de auteur op de achterflap van Valins’ boek. Bingo, dacht ik. Even snel de journalist en fotograaf van het stuk contacteren en ik zou zo bij haar uitkomen… maar ook na twee herinneringsmails bleef mijn mailbox leeg.
Over naar plan B dan maar: de andere vrouwen die in het artikel aan het woord kwamen contacteren. Ze poseerden samen op de foto – iemand moest Linda Valins toch kennen? Verschillende Facebook -en Instagramberichten later – opnieuw zonder enige reactie – stond ik nog altijd geen stap dichter bij de steeds mysterieuzere auteur. Terwijl mijn vertrouwen in een goede afloop daalde, nam mijn nieuwsgierigheid naar Valins enkel toe.
Ik had nog één (wanhopige) zoekstrategie achter de hand: mezelf lid maken van élke mogelijke Facebookgroep in de regio rond East-Sussex. Mijn poging in de ‘Wadhurst community group’ was allesbepalend. Zonder te vermelden waarover mijn onderzoek precies gaat (seks kan nu eenmaal afschrikken), plaatste ik een berichtje en hoopte op het beste. En jawel, nog geen halfuur later liet een zekere Maya me weten dat ze Linda kende. Tien minuten daarna verscheen een e-mail in mijn inbox: “Hallo Antje, ik heb begrepen dat je interesse hebt in een gesprek over vaginisme?”
Pionier
Enkele dagen later vertelde Valins me aan de telefoon uitgebreid over haar boek. Het was Valins’ psychiater die haar aanmoedigde om haar gedachten en gevoelens op papier te zetten. Wat begon als een artikel voor een vrouwenmagazine, groeide gaandeweg uit tot een boek. “Ik kon gewoon niet stoppen met schrijven”, vertelde Valins, “Ik moest mijn stem laten horen, want ik wist dat er miljoenen vrouwen waren die net als ik in stilte aan het lijden waren.” Het boek doorbrak de onbespreekbaarheid van vaginisme: niet alleen door de veelheid aan mogelijke oorzaken en oplossingen in kaart te brengen, maar ook door de schaamte en eenzaamheid, die vaak met seksuele problemen gepaard gaan, bloot te leggen.
Ik moest mijn stem laten horen, want ik wist dat er miljoenen vrouwen waren die net als ik in stilte aan het lijden waren.
Die eenzaamheid ervoer Valins zelf (opnieuw) toen ze haar verhaal naar buiten wilde brengen. Meer dan vijftig uitgeverijen moest ze contacteren voordat ze een uitgever vond die het boek wilde publiceren. De terughoudendheid van de uitgeefwereld stond in schril contrast met de reacties die volgden. Valins ontving honderden brieven van vrouwen overal ter wereld die zich herkenden in haar verhaal – vrouwen die nooit eerder van vaginisme hadden gehoord en niet wisten wat er met hen scheelde.
De overweldigende respons van lotgenoten beschouwde Valins als de grootste verdienste van haar werk. “Ik had het gevoel dat ik niets voor hen had gedaan,” zei ze, “maar sommigen schreven me dat ik hun leven had gered.” Het boek maakte haar in één klap zichtbaar: in kranten, op radio en televisie. Er volgde zelfs een boekentournee door de Verenigde Staten. Kort na de publicatie richtte ze Resolve op, de eerste zelfhulpgroep voor vrouwen met vaginisme. Uiteindelijk eiste dat engagement zijn tol en besloot Valins een punt te zetten achter het initiatief.
Geen plaats voor pijn?
Dat Valins haar zelfhulpgroep stopzette, had niet alleen persoonlijke redenen, maar hing ook samen met het gebrek aan een bredere, structurele omkadering. Zo kon ze binnen feministische kringen op weinig steun rekenen. Het thema vaginisme kreeg er nauwelijks aandacht. De tweede feministische golf bracht een emancipatoir verhaal waarbinnen ervaringen van pijn moeilijk pasten. Bovendien benadrukte het feministische discours nadrukkelijk de clitoris als voornaamste bron van seksueel genot en keerde daarmee weg van de vagina, waardoor problemen rond penetratie minder urgent leken. Valins uitte overigens haar frustratie over de afwijzing van penetratieseks door sommige feministen, voor wie penetratie gold als een fundamenteel problematische, zo niet gewelddadige seksuele praktijk.
Die marginalisering werkt tot vandaag door. Hoewel vrouwen sinds #MeToo over meer taal beschikken om seksueel misbruik en grensoverschrijdend gedrag te benoemen, blijft pijnlijke seks – en zeker pijn binnen een consensuele of liefdevolle relatie – opvallend moeilijk bespreekbaar. Het gebrek aan taal wijst op een blijvende blinde vlek in het maatschappelijke gesprek over vrouwelijke seksualiteit. Bovendien versterkt het vaak tijdelijke karakter van vaginisme die onzichtbaarheid. Veel vrouwen herstellen na verloop van tijd, zoals ook Valins, waardoor de noodzaak om te blijven spreken verdwijnt zodra de pijn afneemt. Dat bemoeilijkt het ontstaan van duurzame initiatieven. Vaginisme duikt de laatste jaren sporadisch op in de media, zoals bijvoorbeeld in het programma De maagdenclub van VRT, maar verschijnt meestal als een individueel verhaal dat even snel weer verdwijnt als de persoon die het belichaamt.
In De maagdenclub komt vulvodynie aan bod in het kader van pijnlijke seks.
Tegen die achtergrond is het niet onlogisch dat Valins’ initiatief geen blijvend vervolg kreeg en dat ook zij zelf langzaam uit beeld verdween. Hoewel haar stem op de achtergrond raakte, blijft haar bijdrage betekenisvol: Valins was de eerste vrouw die vaginisme voor vele vrouwen een naam en een gezicht gaf. Haar moeilijk te traceren nalatenschap zegt minder over haar persoonlijke keuzes dan over de structurele moeite om seksuele pijn een plaats te geven in feministische, medische en maatschappelijke kaders.
Meer lezen?
Linda Valins, When a Woman’s Body Says No to Sex: Understanding and Overcoming Vaginismus (Penguin Books, 1992).
Hannah Srajer, “Imperfect Intercourse: Sexual Disability, Sexual Deviance, and the History of Vaginal Pain in the Twentieth-Century United States,” Journal of American History 109, no. 4 (2023): 782–803.
Antje Van Kerckhove is als FWO aspirant verbonden aan de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750. Haar onderzoek richt zich op de recente geschiedenis van vaginisme in België en de Verenigde Staten. Concreet onderzoekt ze hoe zorgverleners, vrouwenbewegingen en vrouwen met vaginisme sinds de jaren 1950 met de aandoening zijn omgegaan.
Titelafbeelding: boekomslag van Linda Valins, When a Woman’s Body Says No to Sex: Understanding and Overcoming Vaginismus (Penguin Books, 1992).

