Door Tom Verschaffel

Begraafplaatsen zijn altijd aantrekkelijk. Ze zijn rustig, groen, vreedzaam (‘paisible’), troostend. Het zijn plaatsen waar aandacht en zorg aan is besteed; plaatsen van schoonheid, kunst, van betekenis en emotie – ook met de overdrijvingen en het ‘theater’ dat daarbij hoort, soms sentimenteel of pathetisch.

Ik bezoek ze graag, waar en wanneer ook, maar zeker in Parijs. Daar zijn veel begraafplaatsen: twintig ongeveer, waarvan er veertien zich ‘intra muros’ bevinden. Sommige zijn (zeer) groot, andere klein, maar ze hebben elks een eigen karakter en sfeer, afhankelijk van het stadsdeel waarin ze liggen, de aard en de vorm van het terrein, de begroeiing, en het zicht op de stad die boven de muren uitsteekt.

Maar de aantrekkingskracht die begraafplaatsen op me uitoefenen, hangt natuurlijk ook samen met wie er ligt, van de aanwezigheid van graven van mensen die een bijzondere betekenis hebben, en die in mijn leven een rol hebben gespeeld. De kans dat zich dat in Parijs voordoet, is – en dan druk ik me voorzichtig uit – aanzienlijk. Parijs was immers eeuwenlang het centrum en een aantrekkingspool van cultuur, van kunst, van literatuur en van muziek. Bij de keuze van de begraafplaatsen waar ik het meest aan gehecht ben laat ik me dan ook niet enkel leiden door mijn culturele obsessies, maar onvermijdelijk ook door mijn lopend onderzoek, dat zich grotendeels in Parijs afspeelt. Het gaat dan om de negentiende-eeuwse kunstenaar Alfred Stevens (1823-1906) en zijn familie en vrienden. Stevens groeide op in Brussel, maar woonde zowat zijn hele volwassen leven in Parijs; zijn gezin en zowat zijn hele kennissenkring komen dan ook van die stad.

1. Père Lachaise

Hoewel ik natuurlijk geen té voor de hand liggende keuzes wil maken, kan de bekendste begraafplaats van Parijs – en misschien  zelfs van de wereld – hier niet ontbreken. Al was het maar omdat Alfred Stevens zelf hier begraven ligt. In een familiegraf, waar ook zijn vrouw, kinderen en andere familieleden rusten: ‘Alfred Stevens, artiste peintre, 1823-1906, et sa famille’ staat er te lezen op de grafzerk. Bovendien is Stevens niet slecht omringd: onder meer de schrijver Georges Rodenbach en… de historicus Fernand Braudel liggen in de buurt begraven. Ook Sarah Bernhardt ligt hier, de beroemde actrice, die nauw bevriend was met Stevens en zijn gezin.

Graf van Alfred Stevens en zijn familie op Père-Lachaise (foto: Tom Verschaffel)

Père Lachaise is immens groen, en eindeloos veel beroemdheden zijn er begraven, waaronder ook heel wat uit de verschillende segmenten van mijn culturele voorkeuren. Te veel om op te noemen; ik vermeld hier alleen de zanger Georges Moustaki, de cineast Claude Chabrol en de jong gestorven schrijver Raymond Radiguet (één van de drie mensen aan wie ik, lang geleden, mijn proefschrift heb opgedragen).  

2. Cimetière de Passy

Het Cimetière de Passy is minder bekend en meer verborgen, ook al ligt het aan Trocadéro en dus in de schaduw van de Eiffeltoren. Ook hier liggen personages uit mijn onderzoek, met name de beide dochters uit het eerste huwelijk van Arthur Stevens, de jongere broer van Alfred. Het meest bijzondere graf is dat van zijn eerste vrouw, Mathilde Kindt, die schrijfster, journaliste en feministe was. In dat graf, niet groots of indrukwekkend, liggen ook haar jongste dochter Juliette en haar gezin begraven. Het gaat dan over onder meer haar zoon, de bekende modernistische architect en ontwerper Robert Mallet-Stevens. Anders dan bij het graf van Alfred, staan hier wél de namen van de anderen vermeld.

Het kerkhof van Passy is uiteraard véél kleiner dan Père Lachaise, maar ook hier liggen door mij geliefde grootheden als de schilders Edouard Manet en Berthe Morisot, in één graf met ook zijn vrouw Suzanne Leenhoff en Berthes man Eugène, de broer van Manet. (Het verbergt een pakkend en ook dramatisch verhaal, maar daarvoor ontbreekt hier de plaats.)

Graf van Mathilde Kindt, haar dochter en schoonzoon en hun nakomelingen op het Cimetière de Passy (foto: Tom Verschaffel)

3. Cimetière de Montparnasse

Montparnasse is de op één na bekendste begraafplaats van Parijs, en eveneens een waar pantheon. Ook hier liggen enkelen van mijn helden begraven: op het vlak van de cinema onder meer mijn meest geliefde regisseur, Eric Rohmer, en, opnieuw verenigd in één graf, Agnès Varda en Jacques Demy. Daarnaast zijn er in Montparnasse ook de groten van het Franse orgel te vinden: César Franck, Alexandre Guilmant en Louis Vierne, en de grootste orgelbouwer van de negentiende eeuw, Aristide Cavaillé-Coll.

Cimetière de Montparnasse (foto: Tom Verschaffel)

Uit het verhaal van de Stevens hier enkele belangrijke nevenfiguren zoals de dichter en kunstcriticus Charles Baudelaire, de schrijver Guy de Maupassant, en Louise Abbéma, schilderes en de levenspartner van Sarah Bernhardt.   

4. Cimetière d’Arcueil

De laatste begraafplaats onder mijn Parijse favorieten, dit keer extra muros, bevindt zich in Arcueil, dat in het zuiden tegen Parijs aanligt. Deze begraafplaats is slechts bijzonder omwille van één man: de Franse componist Erik Satie. Hoewel hij door heel wat jonge collega’s werd vereerd – er wordt gesproken van de ‘Ecole d’Arcueil’ –  werd hij in zijn eigen tijd door het publiek miskend en leefde hij in armoede. In 1898 verhuisde hij uit de stad naar een kamer in een onopvallend gebouw in Arcueil. Een plakkaat herinnert daaraan, maar Satie ligt dus ook op de lokale begraafplaats begraven. Zijn graf is te vinden tegen de muur van het kerkhof aan, en is, in tegenstelling tot de andere voorbeelden in deze tekst, niet omringd door illustere, maar door gewone mensen. Het is bevreemdend, en ontroerend.

Graf van Erik Satie op het Cimetière d’Arcueil (bron: Wikipedia)

Titelafbeelding: Cimetière de Montparnasse, foto genomen door Tom Verschaffel.

Eén gedachte over “De vier zomerse favoriete Parijse begraafplaatsen van Tom Verschaffel”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.