Door Tim Debroyer

“De financiële problemen van het Brusselse Gewest zijn zo groot dat de metro-uitbreiding best voor jaren in de koelkast gaat, tot de begroting op orde staat.”

Terwijl ik de uitspraak van Bernard Quintin, minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, over de investeringen in de Brusselse metro 3 lees, vraag ik me tijdens deze zomermaanden af of een tocht langs andere nutteloze bouwwerken inspiratie kan bieden voor de toekomst van zulke megalomane projecten. De metrolijn die Sint-Gillis via het stadscentrum met Evere moet verbinden, zou oorspronkelijk haar eerste rit maken in 2024. Al snel strandde het project echter in de moerassige ondergrond aan het Zuidstation. Miljarden aan bijkomende investeringen zouden een gedeeltelijke opening van de lijn mogelijk maken vanaf 2039, gevolgd door een volledige afwerking tot Evere tegen 2046. Dreigt metro 3 hierdoor binnenkort het lijstje van iconische nutteloze bouwwerken te vervoegen?

Een gelijkaardige vraag hield onderzoeksjournalist Jean-Claude Defossé al bezig in de jaren 1980. In zijn reportagereeks ‘Journal des Travaux Inutiles’ voor RTBF kaartte hij – in satirische en soms ronduit surrealistische stijl – herhaaldelijk de absurditeit van zulke bouwprojecten aan. Zo verkende Defossé vermomd als ontsnappende gevangene de lang in onbruik gebleven gevangenis van Brugge, waande hij zich Sint-Pieter met de sleutels van de ongebruikte vleugel van het Leuvense Sint-Pietersziekenhuis, of doorkruiste in ware Dallas-stijl het megalomane project van de ‘Manhattanwijk’ aan het Brusselse Noordstation. In de voormalige Sovjetlanden kreeg dit soort bouwwerken zelfs een eigen naam: dolgostroj — constructies die nooit tot voltooiing kwamen. Laten we Defossé achterna gaan en deze zomer enkele Belgische dolgostrojs verkennen.

1. De “Métro léger” van Charleroi

Afbeelding 1: De “Métro Léger” van Charleroi aan het station “Beaux-Arts” (Wikimedia Commons).

Tussen de terrils en fabrieksruïnes, symbolen van vergane industriële glorie, kronkelt het uit de kluiten gewassen metrostelsel van Charleroi. Binnen een investeringsprogramma in enkele grote Belgische steden werd doorheen de jaren 1960 een netwerk uitgetekend waar trams deels ondergronds op acht verschillende lijnen de buitenwijken van de stad via een centrale ring zouden verbinden. In 1976 opende een eerste deel maar tot vandaag zouden slechts drie lijnen geopend worden. Defossé verhief het bouwwerk in zijn reportage tot ware ‘kathedralen van beton en staal’. In de ‘zijbeuk’ van de ‘basiliek’ die metrostation Beaux-Arts kan zijn, treft hij ‘één trouwe gelovige’ aan: “Meneer, het is 18 uur. Gebeurt het vaak dat u op dit uur helemaal alleen bent, hier in station Beaux-Arts?” Waarop de geamuseerde man antwoord: “Ja, dat is me al vaker overkomen. En ook vandaag bent u de bevoorrechte getuige van mijn eenzaamheid.” Ondanks kritiek op de uitvoering van dit megalomane project, ondersteunt het metrostelsel vandaag mee de grote vernieuwingsplannen van de voormalige industriestad. Door nieuwe investeringen zou één van de spooklijnen in 2027 zelfs geopend worden.

2. De “Belgian Bridge” in Bangkok

Van Charleroi volgen we Defossé naar een Belgisch onnuttig bouwwerk in … Bangkok. Naar aanleiding van de Wereldtentoonstelling van 1958 werd besloten om op de Brusselse kleine ring een tijdelijk viaduct te bouwen van het Rogierplein tot Koekelberg. Ondanks klachten van buurtbewoners die plots een autoweg aan hun slaapkamerraam zagen voorbijkomen, besloot het stadsbestuur door het stijgende autoverkeer de brug te behouden. Door de aanleg van een verkeers- en metrotunnel werd de brug vanaf 1979 vervangen door een gemakkelijk te demonteren tijdelijk viaduct dat in 1984 afgebroken werd. Met zo’n in onbruik geraakt demonteerbaar viaduct in het achterhoofd, trok Louis Olivier in 1986 als minister van Openbare Werken op staatsbezoek naar Thailand waar hij het als staatsgeschenk aanbood. Toen het viaduct daar opende in 1988 werd het omgedoopt tot de Thai-Belgian Bridge. Kan het op deze manier wel een onnuttig bouwwerk worden beschouwd? Toen het Belgisch koningspaar in 2013 op staatsbezoek was in Thailand, konden ze met eigen ogen zien hoe het viaduct volledig gerenoveerd werd en nog steeds in gebruik is.

Afbeelding 2: Het tijdelijke viaduct aan de Leopold II-laan met op de achtergrond de Basiliek van Koekelberg, 1984 (Erfgoedbank Molenbeek, collectie Brukselbinnenstebuiten, BRKM00020).

3. De scheepslift van Strépy-Thieu

Terug in België bezoeken we samen met Defossé de omstreden scheepslift van Strépy-Thieu in de buurt van La Louvière. In 1982 begon hier de bouw van een lift die het hoogteverschil van twee sluizen en vier scheepsliften van het oude Centrumkanaal moest opvangen. “Deze betonnen en stalen mastodont had in principe 5,5 miljard moeten kosten, betaald uit de compensatiekredieten die Vlaanderen aan Wallonië verschuldigd was voor de bouw van de haven van Zeebrugge. Maar net als Zeebrugge zelf is het budget voor de lift ruimschoots overschreden, en zitten we inmiddels aan het bescheiden bedrag van 25 miljard.”

Afbeelding 3: De scheepslift van Strépy-Thieu in aanbouw, jaren 1990 (Wikimedia Commons).

Door de overheveling van bevoegdheden naar het Waalse Gewest liep het project bijkomende vertraging op en werd het pas in 2002 voltooid. De scheepslift kwam nog in de nationale belangstelling toen de N-VA, als jonge partij, er in 2005 actie voerde tegen de geldtransfers tussen Noord en Zuid, met twaalf bestelwagens valse bankbiljetten. De ontspoorde financiering van dit Waalse project, gebouwd in ruil voor de haven van Zeebrugge, was daarbij een treffend voorbeeld. Ondanks de controverse bewees de scheepslift in de jaren nadien wel degelijk haar nut, met jaarlijks zo’n 5000 scheepspassages.

4. De Brusselse metro 3

Eens thuisgekomen van onze zomerse tocht keren we terug naar de Brusselse metro 3, die met enkele bijkomende investeringen misschien geen onnuttig bouwwerk hoeft te worden. Zoals blijkt uit de metro van Charleroi, de Belgian Bridge en de scheepslift van Strépy-Thieu, kunnen zulke projecten ondanks vertragingen en bijkomende kosten op lange termijn wel hun nut bewijzen. Toch waarschuwde Jean-Claude Defossé dat we op deze manier ook de democratische controle kunnen verliezen: “Wanneer er een project voor openbare werken is, wordt er een bepaald bedrag aangekondigd, en men kan bijna automatisch vaststellen dat dit bedrag systematisch veel lager ligt dan wat het uiteindelijk zal kosten. Dat vraagt volgens mij om reflectie. Ofwel zijn degenen die de ramingen opstellen onbekwaam, ofwel zijn het leugenaars. En in beide gevallen is dat verontrustend, want democratische controle op degenen die beslissen om deze werken uit te voeren, is dan niet mogelijk.” De ‘onnuttige’ bouwwerken die we tijdens onze zomerse tocht verkenden groeiden uit tot lieux de mémoire van de naoorlogse Belgische geschiedenis. Tegelijk zetten ze, met Defossé in het achterhoofd, aan tot reflectie over hoe we vandaag de maatschappelijke verantwoording van projecten zoals metro 3 vormgeven.

Ontdek alle reportages van het ‘Journal des Travaux Inutiles’ via een YouTube playlist of RTBF Auvio.

Jean-Claude Defossé, Le petit guide des grands travaux inutiles, Brussel, 1990.

Douglas De Coninck, Blijvende blunders: de grote nutteloze werken, Leuven, 1993.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.