Studentenblog door Elias Geysen

Op een zonnige dag in 1905 slenterde een toerist over de Korenlei in Gent. Hij stopte even om een postkaart te kopen waarop een prent van het Gravensteen stond. “Een stukje Gent voor thuis”, dacht hij. In een tijd waarin foto’s nog exotische hebbedingen waren en toerisme opkomend, speelden prentbriefkaarten een cruciale rol in de visuele representatie van steden. Tussen 1890 en 1939 boden dat soort kaarten een gestileerd beeld van de Belgische kunststeden, waarmee ze een breed publiek bereikten. Hoe werden steden als Luik en Gent afgebeeld? Welke elementen kregen de meeste aandacht? Door een blik te werpen op de gedigitaliseerde verzameling historische postkaarten van de KU Leuven, krijgen we inzicht in de manier waarop steden zichzelf presenteerden aan de buitenwereld.

De stedelijke iconografie van Gent en Luik

Wanneer we kijken naar de prentbriefkaarten uit die periode, valt een focus op monumentale architectuur op. Zo tonen verschillende kaarten uit Gent de Sint-Baafskathedraal, het Gravensteen of de Sint-Niklaaskerk. Die gebouwen verbeelden niet alleen de historische rijkdom van de stad, maar sluiten ook aan bij het negentiende-eeuwse verlangen naar middeleeuwse grandeur die door de romantiek werd aangewakkerd. Een treffend voorbeeld is een prentbriefkaart uit 1896 met een interieurbeeld van de Sint-Baafskathedraal, waarmee de imposante religieuze kunst van Gent werd geaccentueerd.

In Luik, daarentegen, vallen naast de patrimoniale middeleeuwse architectuur ook verwijzingen naar het industriële karakter van de stad op, gecounterd door verbeeldingen van de groene stadslongen. Het Square d’Avroy, een stadspark in het centrum, verscheen bijvoorbeeld herhaaldelijk op postkaarten. In die zin bieden de prentbriefkaarten van de vurige stede een gebalanceerd beeld tussen noeste nijverheid en burgerlijke ontspanning.

Postkaart: ‘Gand. St. Bavon’, 1896. Bewaard door KU Leuven Artes Universiteitsbibliotheek (GP032087).

De ansichtkaarten en de ontwikkeling van het stedelijk toerisme hadden een positief effect op elkaar. De kaarten boden niet alleen een souvenir voor bezoekers, maar functioneerden ook als promotiemateriaal, bewust ontworpen om de schoonheid van een stad te onderstrepen. Dat verklaart waarom meestal de meest pittoreske en herkenbare plekken in beeld werden gebracht. Die pasten immers het beste binnen de tourist gaze, die door de prentbriefkaarten verspreid werd. Deze manier van kijken verklaart hoe toeristen plaatsen waarnemen en waarderen via cultureel aangeleerde verwachtingen en beelden die bepalen wat als ‘bezienswaardig’ geldt. Rond 1905 werd bovendien de prentbriefkaart met gesplitste achterzijde ingevoerd, zo konden de verzenders een boodschap schrijven naast de adresregel. Voordien werd er vaak over de afbeelding op de voorzijde heen geschreven, en verliep communicatie dus stroever.  

Collages en het Speelse Stadsbeeld

Naast gedetailleerde architectuurbeelden waren collages een populaire vorm in de prentbriefkaartenproductie. Die kaarten combineerden verschillende geïllustreerde stadsgezichten op een dynamische manier met elkaar, wat de indruk wekte van een bruisende, veelzijdige stad. Een goed voorbeeld daarvan is de kaart “Souvenir de Liège” uit 1897, waarop verschillende belangrijke locaties van Luik samen werden gebracht in één beeld. Dat type voorstelling speelde in op de toeristische markt en vatte de stedelijke identiteit samen. Bovendien is dit type grafische vormgeving nog steeds populair; collages zijn alomtegenwoordig op hedendaagse prentbriefkaarten en zelfs op sociale media.

Postkaart: ‘Souvenir de Liége’, 1897. Bewaard door KU Leuven Artes Universiteitsbibliotheek (GP087105).

Dergelijke collages weerspiegelden ook bredere visuele trends in de Belle Époque (1871-1914). In die periode werd de massaproductie van beelden en het spelen met compositie steeds belangrijker. De postkaartindustrie werd sterk beïnvloed door ontwikkelingen in de fotografie en grafische vormgeving, zoals lithografieën in reisgidsen, waardoor een gestileerde, vaak geromantiseerde versie van de stad ontstond.

De evolutie van de stedelijke representatie

De manier waarop steden zich presenteerden via prentbriefkaarten veranderde gevoelig doorheen het fin de siècle. In de vroege periode, rond 1890, lag de nadruk op (neo)gotische esthetiek, in lijn met de herwaardering van dat historische verleden. Dat is onder meer te zien in de vele afbeeldingen van Gentse gildehuizen en kerken. Later, wanneer Luik in 1905 en Gent in 1913 hun wereldtentoonstellingen organiseren, verschuift de aandacht naar de stedelijke innovatie. Er wordt gepronkt met nieuwe paviljoenen of koloniale dorpen.

Naast gebouwen en stadsgezichten, brachten sommige postkaarten ook de inwoners van de stad in beeld, zoals de zogenaamde Botresses van Luik op een postkaart uit 1910. Dat waren vrouwen die zware lasten droegen en ook vaak op straat te zien waren. Ze werden een symbool van de harde werkethiek en  pre-industriële bedrijvigheid van de stedelingen en de steden. De aanwezigheid van dergelijke figuren op postkaarten weerspiegelt niet alleen de sociale realiteit van de stad, maar illustreert ook hoe de bevolking deel uitmaakt van een stedelijke identiteit. In tegenstelling tot de gepolijste, lege stadsgezichten op veel toeristische kaarten, boden beelden als deze een levendiger en schijnbaar authentieker stadsbeeld. Niet enkel haar architectuur, maar ook haar bewoners geven zo betekenis aan de stad. Stedelijke prentbriefkaarten dienden op die manier  niet enkel als toeristische promotie, maar ook als visuele getuigenissen van het ideaalbeeld van het stedelijke leven.

Postkaart: ‘Liége. Botresses’, 1898. Bewaard door KU Leuven Artes Universiteitsbibliotheek (GP087838).

Maar vanaf de jaren 1920 is er een verschuiving zichtbaar. Door de opkomst van het modernisme en de art deco in de architectuur, kregen ook nieuwere bouwwerken aandacht. Dat weerspiegelde een bredere verandering in stedelijke zelfrepresentatie: de stad werd niet langer alleen als historisch bastion afgebeeld, maar ook als een baken van moderniteit en vooruitgang.

De Postkaart als Cultureel Object

Naast hun rol als toeristisch promotiemateriaal en stadsrepresentatie, hadden prentbriefkaarten ook een sociale en emotionele waarde. Ze functioneerden als drager van berichten tussen familieleden, geliefden en vrienden. De keuze voor een bepaalde kaart vertelde op die manier vaak ook iets over de zender.

Belgische prentbriefkaarten waren meer dan simpele souvenirs, ze waren vensters op een stad die zichzelf wilde tonen, vormgeven en verkopen. In het Luik en Gent van toen weerklonk de ambitie om moderniteit en erfgoed te verzoenen, in een beeldtaal die even veelzeggend was als de steden zelf. Misschien is dat nog steeds zo: hoe we onze steden verbeelden, bepaalt hoe we ze herinneren. Dus, de volgende keer dat je een ansichtkaart in handen hebt, vraag je dan af: wat wil deze stad mij nu écht vertellen?

Spenneman, Dirk. ‘The Evidentiary Value of Late Nineteenth and Early Twentieth Century Postcards for Heritage Studies’, in Heritage, 2021, 1460-1496.

Picornell, Mercè. “The Back Side of the Postcard: Subversion of the Island Tourist Gaze in the Contemporary Mallorcan Imaginary” in Island Studies Journal, vol.15(2), 2020, 291–314.

Hunter, William Canon. “A typology of photographic representations for tourism: Depictions of groomed spaces”, in Tourism Management, vol. 29(2), 2008, 354-365.

Bonarou, Christina. “The Poetics of Travel Through Unravelling Visual Representations on Postcards: A Critical Semiotics Analysis”, in Journal of Tourism, Heritage & Services Marketing, vol. 1, 2021, 44-53.

Elias Geysen was student in het onderzoeksseminarie Cultuurgeschiedenis vanaf 1750 en schreef in het academiejaar 2024-2025 een masterproef over de verbeelding van toeristische postkaarten.

Titelafbeelding: Postkaart van ‘Liége. Parc d’Avroy avec La Trinkhall’, 1899. Bewaard door KU Leuven Artes Universiteitsbibliotheek (GP087358).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.