Waterlootanden, ca. 1815.
Waterlootanden, ca. 1815.

Deze tanden zijn mogelijk afkomstig van een militair die gesneuveld is in de Slag bij Waterloo op 18 juni 1815. De lijken en gewonden bleven na afloop van de veldslag soms wekenlang liggen in weiden, grachten en toegangswegen naar Brussel en Charlerloi. Bij het vallen van de avond werden zij het slachtoffer van plunderaars die op zoek waren naar waardevolle bezittingen. Deze boeven van de nacht slopen vervaarlijk rond op de weides en schrokken er niet voor terug om de gewonden te vermoorden bij enig vertoon van verzet.

Plunderaars hadden het onder meer gemunt op de tanden van militairen. Vooral in de eerste helft van de negentiende eeuw waren ze in trek bij gegoede, maar tandeloze burgers. De tanden stonden bekend om hun kwaliteit, omdat ze veelal afkomstig waren van jongemannen met een gezond gebit. Ze kregen dan ook al snel de naam ‘Waterlootanden’. Maar ook later in de negentiende eeuw werden menselijke tanden uit andere militaire campagnes, zoals de Krimoorlog of de Amerikaanse burgeroorlog, onder het mom van ‘Waterlootanden’ gepromoot.

Vóór 1815 maakten tandartsen bij het vervaardigen van kunstgebitten vooral gebruik van tanden van veroordeelde criminelen of vondsten van grafrovers. Er werd ook al geëxperimenteerd met valse tanden, maar de namaakexemplaren van ivoor of porselein konden breken en rotten. Bovendien hadden ze een weinig aantrekkelijk voorkomen. De ontwikkeling van gedegen kunstgebitten kwam pas vanaf de jaren twintig en dertig van de negentiende eeuw op gang. Tot en met het midden van de negentiende eeuw waren tandartsen echter vooral aangewezen op ‘echte’ tanden.

Tekst: Jolien Gijbels. Foto: Universiteitsmuseum Utrecht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *