Was het nu ’t Stuc, STUC of STUK?

Dit voorjaar viert Kunstencentrum STUK zijn 37,5 jarig bestaan. Een boek en een tentoonstelling vertellen het verhaal van bijna vier decennia Leuvense avant-garde. ‘Was het nu ’t Stuc, STUC of STUK’, de titel van de tentoonstelling, is méér dan een knipoog naar de nostalgische feestjes van Studio Brussel. Het verwijst naar vele transformaties die het kunstencentrum onderging. Wie zich steeds in de artistieke voorhoedes wenst te begeven, legt nu eenmaal geen rechte weg af.

Jubilea in kunstenland

MarleenBrock-Stuk-OpeningsafficheStucMet zijn ‘tegendraadse’ 37,5e verjaardag hoopt STUK zich te onderscheiden in de stroom van jubileumvieringen die momenteel het Vlaamse kunstenlandschap overspoelt. Vooruit in Gent vierde in 2013 zijn honderdjarig jubileum met eveneens een boek en een expo. De Beursschouwburg was dit jaar aan de beurt en blaast vijftig kaarsjes uit, terwijl het Kunstenfestivaldesarts in Brussel inmiddels aan zijn twintigste editie toe is. Ook de AB en Behoud de Begeerte lieten recentelijk hun muzikale en literaire geschiedenis boekstaven.

Waar komt dit gedeelde verlangen om terug te blikken vandaan? De kunstencentra als groep – naast STUK behoren hiertoe onder meer Beursschouwburg en Kaaitheater in Brussel, Monty in Antwerpen, Vooruit en Campo (eerder Nieuwpoorttheater) in Gent en Buda (eerder Limelight) in Kortrijk – vertonen een dubbelzinnige verhouding ten opzichte van het eigen verleden. Aan de ene kant is er trots: het model van de kunstencentra is uniek in de wereld. Zij hebben mede gestalte gegeven aan dé vernieuwingsbeweging uit de Vlaamse theatergeschiedenis: de zogenaamde ‘Vlaamse golf’. Internationaal befaamde kunstenaars als Anne Teresa De Keersmaeker, Jan Lauwers, Jan Fabre, Ivo Van Hove, Guy Cassiers en Wim Vandekeybus kregen er in de jaren 1980 hun eerste creatie- en speelkansen. De kunstencentra koesteren deze verworvenheid dan ook zorgvuldig. Aan de andere kant is er de vrees dat hun legitimiteit enkel in het verleden ligt en dat de kunstencentra ergens onderweg hun bestaansrecht verloren zijn.

Studentencentrum

Het verhaal van Kunstencentrum STUK beweegt zich tussen twee polen: de lokale Leuvense context en het bredere Vlaamse kunstenveld. STUK ontwikkelde zich in 37,5 jaar van kleinschalig studenteninitiatief (’t Stuc) tot gerespecteerd kunstencentrum (STUK).‘’t Stuc’ verwijst naar het ‘Studentencentrum’, een rechthoekig gebouw midden op de campus van Sociale Wetenschappen dat op 19 oktober 1977 feestelijk werd geopend als culturele ontmoetingsplek voor en door studenten.

Niet iedereen betoonde zich grote voorstander van 't Stuc.
Niet iedereen betoonde zich grote voorstander van ’t Stuc.

Geheel in lijn met de links-politieke missie van de georganiseerde studentenbeweging propageerde Stuc in de beginjaren een activistische houding. Cultuur was een middel om individu én maatschappij te (her)vormen. Onder meer het geëngageerde theater van Het Trojaanse Paard, Radeis en de Internationale Nieuwe Scene stonden op de affiche van Stuc, naast cabaret en kleinkunst, poëzie, jeugdtheater en alle soorten muziek: van klassiek tot minimal music, rock, folk, jazz en punk. Daarnaast bood Stuc een gevarieerd pakket van werkgroepen aan. De cultuuropvatting was breed. Eind jaren 1970 konden studenten er leren spinnen, pottenbakken, rietvlechten, goochelen, wijnbouwen, salondansen, balletdansen, fotograferen, theaterspelen, en nog veel meer.

Aan het begin van seizoen 1981-1982 liet Stuc deze ‘hobby-achtige’ cursussen varen. Het centrum veranderde van koers. Diepgang en experiment werden de sleutelwoorden. Voortaan focuste Stuc zich op het presenteren én maken van theater, hedendaagse dans, film en video. Regisseur Paul Peyskens kreeg er vijf jaar carte blanche en ook Jan Decorte, Jan Fabre, Wim Vandekeybus en Guy Cassiers werkten er aan nieuwe producties. Tijdens de befaamde ‘filmparties’ samengesteld door Dirk Lauwaert kon het Leuvense publiek kennismaken met experimentele film van over heel de wereld.

In 1983 werd de multimediale happening Klapstuk omgevormd tot een tweejaarlijks dansfestival. Internationale grootheden als Merce Cunningham en Trisha Brown stonden naast beginnende Vlaamse choreografen als Anne Teresa De Keersmaeker en Alain Platel. Leuven groeide door Klapstuk uit tot een ‘mekka voor de dans’. Het Belgische publiek kon er kennismaken met een ander soort bewegingstaal dan die van het klassieke ballet: de hedendaagse dans.

The origin of a species

De gevel van het Stuc in de Van Evenstraat (foto Rob Stevens).
De gevel van het Stuc in de Van Evenstraat (foto Rob Stevens).

Stuc en Klapstuk vonden vrijwel meteen aansluiting met een opkomend ‘alternatief circuit’ van gelijkaardige centra in Vlaanderen. De ontluikende kunstencentra toonden en ondersteunden deels dezelfde kunstenaars, in een verzet tegen het in hun ogen ‘oubollige’ en ‘vastgeroeste’ programma van de stadstheaters en de cultuurcentra. Het was hun missie om de podiumkunsten in ‘arm Vlaanderen’ op hun grondvesten te doen schudden. Met succes. Maar de middelen die de centra tot hun beschikking hadden waren schaars: vervallen ruimtes, nauwelijks loon, beperkte toelagen. Er werd druk geijverd voor erkenning door de Vlaamse overheid. Die kwam er met het Podiumkunstendecreet  in 1993 dat een aparte subsidiecategorie voor de kunstencentra omvatte. Een nieuwe soort was geboren.

Voor Stuc was het zoeken naar een manier om als gevestigd kunstencentrum even tegendraads te blijven als voorheen. Dat betekende dat Stuc vanaf de jaren 1990 regelmatig van koers veranderde. Waar het centrum eerst nog kleinschalig en exclusief probeerde te werken, gooide het vernieuwde STUK (mét een K van Klapstuk) vanaf januari 2002 de deuren van zijn nieuwe gebouw aan de Naamsestraat wagenwijd open, om zowel studenten als ‘gewone’ Leuvenaars een gevarieerd cultureel programma te presenteren.

‘Het zichzelf voortdurend heruitvinden zit in het DNA van STUK’, zo stelde voorzitter Jo Stulens in februari 2014 tijdens de bekendmaking van de meest recente koerswijziging. Vanaf seizoen 2015-2016 zal STUK zich presenteren als een Huis voor Dans, Beeld en Geluid. De terugblik op 37,5 jaar STUK – in de vorm van het boek en de tentoonstelling – dient dus ook als een moment om even stil te staan en om te kijken, om vervolgens een symbolisch tabula rasa te maken en van een ‘Kunstencentrum’ te vervellen in een ‘Huis voor Dans, Beeld en Geluid’.

MarleenBrock-Stuk-BoekCoverMeer lezen?

Marleen Brock, STUK, een geschiedenis 1977-2015Veurne, 2015.

De tentoonstelling ‘Was het nu ’t Stuc, STUC of STUK’ liep tot 24 mei 2015 in STUK.

Marleen Brock is research fellow van de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis. Ze promoveerde in 2015 op een proefschrift over de geschiedenis van kunstencentrum STUK.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *