Toeschouwers zijn indringers

Met ongeveer vijfduizend waren ze, de re-enactors die op 19 en 20 juni 2015 in (de buurt van) Waterloo de gelijknamige veldslag hebben nagespeeld. Ze kwamen naar verluidt uit meer dan vijftig landen en waren allerminst met elkaar in oorlog. Integendeel, het was een feest van verbroedering, een jamboree waar de re-enactors aller landen verzamelen hadden geblazen. Besloten was hun bijeenkomst niet, want zij was tegelijk ook een voorstelling, waarmee de re-enactors aan de buitenwereld wilden laten zien wat ze kunnen. En daar zijn blijkbaar velen nieuwsgierig naar. De kaartjes, nochtans bepaald prijzig, waren lang op voorhand uitverkocht en zowat honderdduizend toeschouwers, onder wie ook duizenden uit het buitenland, vulden de tribunes.

De voorstelling van het verleden

In vele opzichten was het spektakel indrukwekkend, met zijn enorme speelterrein, galopperende paarden, kanongebulder en rook. Maar toch ontbrak het gevoel naar iets échts te kijken of een idee te krijgen van wat het moet zijn geweest om toén op het slagveld te zijn. Op één of andere manier werkt het niet. Natuurlijk omdat je als toeschouwer weet dat je naar een voorstelling zit te kijken, en dat allerlei dingen niet kloppen. Vijfduizend soldaten is veel, maar veel minder dan het er in 1815 zijn geweest, de locatie is niet precies die van de slag, die duurde in werkelijkheid langer en het weer was veel slechter. Je ziet het ook: de boerderijen op het terrein zijn houten decorstukken, en als de rook optrekt blijven geen lijken op het slagveld achter.

Wat echter vooral de historische illusie verstoort, is de aanwezigheid van het publiek zelf en alles wat gedaan wordt om het spektakel voor dat publiek begrijpelijk te maken: de altijd zichtbare tribunes, de klankband met commentaar (in drie talen) en muziek (onder andere Orffs Carmina Burana). Het zou oneerlijk zijn dit de organisatoren of de re-enactors zelf aan te wrijven. Publieksgerichtheid hoort nu eenmaal bij de show. Maar het maakt wel duidelijk dat ‘voorstelling’ en ‘re-enactment’ niet goed samengaan.

De ervaring van het verleden

Napoleon overziet zijn slagveld.
Napoleon overziet zijn slagveld.

De essentie van re-enactment ligt immers in de ervaring van het verleden. Zeker, er wordt ook een didactische waarde aan toegekend, en die kan worden ingeroepen om deze hobby te legitimeren. Zonder twijfel kunnen toeschouwers er inderdaad iets van opsteken. Maar voor de re-enactor is dat bijzaak. Het is niet waar het hem om te doen is. (Of haar, maar de meeste re-enactors zijn mannen.) Re-enactors zijn geen acteurs, en omgekeerd worden acteurs die in een historische films of theaterstukken spelen, geen re-enactors genoemd.

Wat re-enactment maakt tot wat het is, is niet het tonen of kijken, maar het doen zelf. De website van de National Association of Re-enactment Societies (NARES) heeft het over ‘an absorbing experience’, over opwinding en adrenaline. Dat zijn geen hoedanigheden van re-enactment, maar de finaliteit ervan. En het doel wordt bereikt als de speler zich daadwerkelijk in het verleden waant en helemaal met zijn personages samenvalt. Dat is waar hij het voor doet, de ervaring die re-enactors van de Amerikaanse Burgeroorlog een ‘wargasm’ hebben genoemd. De beoogde suspension of disbelief is niet die van de toeschouwer, maar die van de speler zelf.

Zij veronderstelt medeplichtigheid. Re-enactment is immers een activiteit die niet individueel, maar in groep wordt beoefend. De rol die een speler opneemt, maakt deel uit van een groter geheel en kan niet zonder een setting waarin ook anderen optreden. Dat zijn medespelers en dus ingewijden. Re-enactors worden als een ‘community’ omschreven. Ze vormen een gemeenschap, een sociaal universum, waar eigen geplogenheden en regels gelden. De Standaard (17 juni 2015) citeert Gerd Hoad, een 54-jarige Brit, in het legerkamp waar de soldaten de reconstructie van de strijd afwachten: ‘Een echte re-enactor draagt zijn volledige uniform als hij het bivak verlaat. Zie je die kerels daar in hun hemdsmouwen? Dat hoort echt niet.’ Echte re-enactors zijn ingewijden, die de regels kennen en onderhouden. Ze onderscheiden zich van wat de NARES-website omschrijft als ‘those outside re-enactment’. Toeschouwers zijn per definitie buitenstaanders, maar ook indringers en stoorzenders.

Tom Verschaffel is als hoogleraar verbonden aan de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750. Zijn onderzoek richt zich onder andere op geschiedschrijving en brede historische cultuur in de achttiende, negentiende en twintigste eeuw.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *