Toen vrouwelijke studenten nog porrekes waren

“Dus dan waren wij met achten in een zaal van vierhonderd. En dan moesten wij natuurlijk vooraan zitten, want in die tijd mochten de meisjes niet achteraan, zelfs niet op de tweede rij gaan zitten.” Aan het woord is een voormalige vrouwelijke studente die in de jaren 1960 wiskunde studeerde aan de universiteit te Leuven. De strikte scheiding van mannen en vrouwen in de aula’s doet vermoeden dat mannelijke en vrouwelijke studenten in aparte werelden leefden, maar was dat wel zo?

Gescheiden werelden

Tijdens het college anatomie zaten de vrouwen samen op een rij (universiteitsarchief Leuven).

Toen er in 1921 voor het eerst vrouwelijke studenten naar Leuven kwamen, maakten de Belgische bisschoppen zich zorgen. Ze vreesden dat de mannelijke en vrouwelijke studenten elkaar zouden afleiden van hun studies. Om vrouwelijke studenten te beschermen tegen het ‘mannelijke kwaad’ stichtten ze pedagogieën waar meisjes onder toezicht van nonnen in Leuven konden verblijven. De vice-rector Honoré Van Waeyenberg ging zo ver dat hij in 1936 de volgende regel invoerde: “De meisjesstudenten gelieven steeds met twee over straat te gaan. Onnodig te herhalen dat het nooit mag gebeuren dat zij met studenten samen naar de cursus gaan of dezelfde verlaten.” Tijdens vergaderingen en in de bibliotheek moesten vrouwelijke studenten apart van de mannelijke studenten zitten. Het was ook verboden voor vrouwen om naar bioscopen, dancings, drank- en eetgelegenheden te gaan.

In de jaren 1960 verdwenen de meeste beperkingen, maar vrouwelijke studenten bleven verplicht om hun eerste jaar op een pedagogie door te brengen. Mannen waren hier niet toegelaten. Wanneer een studente met een man wilde afspreken, moest de man aan de poort of op de gang van de pedagogie op haar wachten. De zusters controleerden daarnaast ook het doen en het laten van de vrouwelijke studenten door een avondklok in te stellen. Meisjes die op pedagogieën verbleven, moesten ten laatste om elf uur ’s avonds terug zijn. Wanneer vrouwen na hun eerste of tweede jaar naar een privaat kot verhuisden, hadden ze meer vrijheid. De avondklok verdween en ze mochten eten waar ze wilden. De meisjeskoten bleven wel verboden terrein voor mannelijke studenten en veel kotbazen bleven de meisjes controleren.

Het was een ongeschreven regel dat deze scheiding ook werd doorgevoerd in de auditoria, waar vrouwen op de eerste rijen moesten plaatsnemen. Doordat ze vooraan zaten, voelden veel vrouwen zich bekeken en waren ze ook gemakkelijke slachtoffers voor plagerijen. Vrouwen die bijvoorbeeld te laat waren, konden getrakteerd worden op een fluitconcert als ze de hele aula moesten doorlopen om de eerste rij te bereiken. De mannelijke studenten hadden ook de gewoonte om hun vrouwelijke collega’s al lachend por te noemen. Vrouwelijke studenten hadden hier weinig problemen mee: “Wij waren de porren van Leuven. Wij vonden dat wel leuk. Erg vond ik dat niet, dat paste allemaal in die tijdsgeest denk ik.”

Vermaak

Studenten in het studentenrestaurant Alma (universiteitsarchief Leuven).

De jaren 1960 luidden wel enkele veranderingen in. Voor die tijd was het studentenleven voornamelijk gericht op mannen. De exclusief mannelijke studentenclubs domineerden het studentenlandschap. Tijdens de jaren 1960 begonnen vrouwen ook meer deel te nemen aan het studentenleven. Het studentenrestaurant Alma en de bioscoop waren ideale plaatsen om samen te komen en te ontspannen. Steeds meer vrouwen werden bovendien actief in het bestuur van de faculteitskringen – meestal als secretaresse, een functie die als typisch vrouwelijk werd aanzien.

Tijdens de avondactiviteiten van de studentenkringen, zoals cantussen en thé-dansants waren ook steeds meer vrouwen aanwezig. Op cantussen dronken vrouwen samen met mannen bier, al deden ze dat meestal in mindere mate. Thé-dansants waren dansgelegenheden waar mannen en vrouwen per twee dansten. Vrouwen moesten wachten tot mannelijke studenten hen ten dans vroegen. Het was gebruikelijk dat deze laatsten hun danspartners trakteerden en hen na een avondje uit naar hun pedagogie of kot brachten.

Studerende vrouw, werkende vrouw?

Studenten verpozen in het Begijnhof.

De jaren 1960 kunnen gezien worden als een overgangsperiode naar een gemengd studentenmilieu. Toch bleven de oude genderspecifieke rollenpatronen voortbestaan. Vrouwelijke studenten werden geacht rokken te dragen en in de faculteitskringen  zogenaamd vrouwelijke taken zoals secretaresse op zich te nemen. Deze maatschappelijke rollenpatronen kwamen nog meer tot uiting in hun latere leven. Veel vrouwelijke alumni merkten dat de uitbouw van een loopbaan moeilijk te verzoenen viel met maatschappelijke verwachtingen rond hun rol als moeder. Veel afgestudeerde vrouwen gingen dan ook nooit werken of kwamen terecht in de onderwijssector.

Lies Depickere was in het academiejaar 2017-2018 masterstudent cultuurgeschiedenis. Ze schreef een masterproef over de ervaringen van vrouwelijke studenten aan de Leuvense universiteit in 1960-1968.

Een gedachte over “Toen vrouwelijke studenten nog porrekes waren

  1. Meestal werden de plaatsen in de aula verdeeld: vooraan de vrouwelijke studenten, direct erachter de religieuzen (mannen en/of vrouwen), dan de mannelijke studenten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *