Roze

Wie aan de Belgische kust voor een kleuter strandsandaaltjes wil kopen, heeft de keuze tussen roze en lichtblauw. Geen ouder die twijfelt: als het kind een meisje is, wordt het roze, als het een jongetje is blauw. Die vanzelfsprekendheid en de alomtegenwoordigheid van deze kleuren in de kleding en het speelgoed van jonge kinderen, kunnen doen vergeten dat de toepassing van deze genderkleuren een vrij recent gebruik is en pas in het midden van de twintigste eeuw helemaal is ingeburgerd.

Genderneutrale baby’s

De tweejarige Amerikaanse president Franklin Roosevelt in 1884 met genderneutrale kledij.

Tot de achttiende eeuw (en soms ook nog later) werden pasgeborenen stevig in doeken gewikkeld, die hen vooral onbeweeglijk moesten houden. Vanaf het einde van de achttiende eeuw werd deze maillot vervangen door het babykleed. Dit was een vrouwelijk kledingstuk (de kleine versie van een vrouwenjurk) en de kleur was wit. Dat was mogelijk gemaakt door de productie en veralgemening van goedkoper katoen en het bleken van textiel. Wit was een symbool van zuiverheid en onschuld, maar wellicht belangrijker waren praktische overwegingen: wit liet immers het frequent wassen met kokend water toe. Kleur was niet afwezig: de kleedjes konden worden voorzien van gekleurde linten en andere versierselen. Roze en (licht)blauw kwamen daarbij vaak voor, maar er zijn geen aanwijzingen dat deze kleuren werden gebruikt om jongens en meisjes te onderscheiden. Het zoontje van de Franse keizer Napoleon III werd bij zijn geboorte in 1856 gekleed in wit en blauw. Dat blauw verwees niet naar het feit dat het een jongetje was, maar naar de bescherming van de Maagd Maria.

Kleurverwarring

Rond 1900 deed er zich een kentering voor naar meer genderspecificiteit. Steeds meer werd al van bij de geboorte en in de kleding van jonge kinderen het onderscheid tussen jongens en meisjes (zichtbaar) gemaakt. De ‘binaire’ toepassing van roze en blauw werd daarvan een opvallend element. Dat de keuze van deze kleuren wezenlijk arbitrair was, blijkt uit het feit dat de toepassing lange tijd inconsistent bleef. In het Interbellum, zelfs binnen één stad als New York, werd de gendercode inconsequent toegepast. Zo werd bijvoorbeeld in 1927 in het grootwarenhuis Macy’s (in Manhattan) blauw aangeprezen voor jongetjes en roze voor meisjes, terwijl Best’s (ook in Manhattan) roze voorstelde voor jongetjes en blauw voor meisjes. Een klantenonderzoek van Lord & Taylor, ook in New York, bracht aan het licht dat driekwart van het publiek meende dat roze de meisjeskleur was en blauw de jongenskleur, terwijl de rest dacht dat het net omgekeerd was.

Een roze zijden overhemd voor jongens omstreeks 1890.

Dat de inconsistente toepassing van de genderkleuren lang aanhield, kan onder meer worden toegeschreven aan het feit dat met name voor baby’s en kleine kinderen, langer en meer dan voor oudere kinderen en volwassenen, kleren thuis door de moeders zelf werden gemaakt. Daardoor bleef de impact van de industrie en de retail-sector eerder beperkt. De industrie promootte het gebruik van de gegenderde kle(u)ren: als jongens en meisjes verschillende kleren droegen, kon er immers minder worden ‘afgedragen’ en dus meer worden verkocht.

Roze als meisjeskleur

Uiteindelijk was deze publiciteit succesvol en rond het midden van de twintigste eeuw lijken de kinderkleuren in de Verenigde Staten en West-Europa min of meer vast te liggen. Het uitgesproken ‘meisjesachtig’ karakter van roze en de associatie met traditionele vrouwelijkheid zorgden er echter al snel voor dat roze in de jaren zestig en zeventig als problematisch werd ervaren en zelfs in onbruik raakte. De culturele ‘opstand’ van de jaren zestig verzette zich tegen autoriteit en conformisme, en vocht de gangbare regels op seksueel vlak en de traditionele genderrollen aan. Feministische moeders weigerden hun dochters als stereotiepe meisjesachtige meisjes op te voeden en veel babyboomers opteerden voor ‘uniseks’ kinderkleding. Rond het midden van de jaren tachtig kwam er een einde aan dit unisekstijdperk en won gegenderde kinderkleding opnieuw terrein. Jongenskleren werden weer jongensachtiger, meisjeskleren meisjesachtiger. En het roze maakte zijn rentree.

Barbie, een pop die sinds 1959 gemaakt wordt door de Amerikaanse speelgoedfabrikant Mattel.

Eén van de mogelijke verklaringen voor de terugkeer van de genderkleuren is de ontwikkeling en verspreiding van prenatale tests, die het mogelijk maakten reeds voor de geboorte het geslacht van de baby te kennen. Veel ouders begonnen in het tweede trimester van de zwangerschap met babykleding te kopen. Als zij op dat moment het geslacht nog niet kenden, waren die kleedjes onvermijdelijk  genderneutraal, “neutral by necessity”. Als ouders wel het geslacht van de baby kenden, waren zij juist wel geneigd daar bij hun aankopen al rekening mee te houden. Een andere factor is wellicht dat (kleine) meisjes, mondiger en met meer overtuigingskracht dan voorheen, hun voorkeur als consumenten manifesteerden, en daarin ook werden gevolgd. Hun voorkeur en smaak was daarbij beïnvloed door de “pinkification of girl culture”, die zich vanaf de jaren zeventig heeft voltrokken, en waarvan Barbie het bekendste icoon is geworden. De pop dateert al van 1959, maar kreeg op het einde van de jaren zeventig en in de jaren tachtig een hele garderobe in de felroze kleur die sindsdien ‘Barbieroze’ wordt genoemd. De voorbije decennia is roze de meest dominante kleur geworden voor kleding, attributen en speelgoed voor kleine meisjes (tot pakweg zes jaar). Een “blueification” van de jongenscultuur heeft zich daarentegen niet voorgedaan. Blauw werd een code om in de speelgoedwinkels de rekken met het speelgoed voor (kleine) jongens aan te duiden, maar niet veel meer dan dat.

Meer lezen.

Scarlette Beauvalet-Boutouyrie en Emmanuelle Berthiaud, Le rose et le bleu: la fabrique du féminin et du masculin. Parijs, 2016.

Elizabeth Fischer, ‘Robe et culottes courtes: l’habit fait-il-le sexe?’, in Anne Daflon Novelle (ed.), Filles-garçons. Socialisation differenciée?, Grenoble, 2006, 241-266.

Jo B. Paoletti, Pink and blue. Telling the boys from the girls in America, Bloomington en Indianapolis, 2012. Valerie Steele (ed.), Pink. The history of a punk, pretty, powerful color, New York, 2018.

Tom Verschaffel is hoofd van de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750. Hij doet onderzoek naar onder meer historiografie, historische cultuur en literatuur in de achttiende en negentiende eeuw.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.