Proeftuin van nieuwe architectuur

Gastblog door Brecht Dewilde

“Ananas! Voor de lieve vrede, gun hem zijn ananas!” Het was nauwelijks geveinsde wanhoop waarmee de Leuvense medische faculteit in 1761 haar brief aan regeringscommissaris De Neny besloot. ‘Hem’, dat verwees naar Joannes-Josephus Michaux: hoogleraar plantkunde en beheerder van de academische plantentuin, maar volgens collega-professoren vooral een neurotisch en licht ontvlambaar heerschap. Het ergste was nog dat Michaux een ziekelijke passie voor exotische en zeldzame planten koesterde. Hij droomde van de academische plantentuin als een lusthof vol koffiestruiken, bananenplanten, meloenenranken en, zijn persoonlijke favoriet, ananasplanten. Michaux’ obsessie joeg de medische faculteit op kosten en in de gordijnen. “Beperk zijn budget maar laat hem zijn ananas,” knipoogde de faculteit. Had de bekende medicus Herman Boerhaave immers niet beweerd dat deze doeltreffend waren tegen wispelturigheid en een slecht humeur?

Tovenaarsleerling

Bron: Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, Prentenkabinet, S II 13008.
Het anatomisch theater en de Leuvense plantentuin in 1771.

In 1762 zwichtte de Leuvense medische faculteit voor Michaux’ nieuwste plan met de tuin: een gloednieuwe serre. De constructie van het soort serre dat Michaux voor ogen had – hypermodern en kunstmatig verwarmd – was op dat moment in onze contreien niet ingeburgerd. Het bouwdossier van dit nieuwe plan werpt een fascinerende blik op de figuur van de achttiende-eeuwse architect. In een periode waarin het beroep niet in wettelijke normen was vastgelegd, blijkt ‘architect’ een wel zeer vluchtig begrip te zijn geweest, dat bovendien bijzonder gevoelig was voor stemmingwisselingen…

Van meet af aan trok Michaux het initiatief naar zich toe. Hij bestudeerde een traktaat over serrebouw en vergeleek Italiaanse en Nederlandse modellen. Hij correspondeerde tevens met een plantenkweker uit Leiden, wat hem praktische tips opleverde in verband met proporties, verluchting, isolatie, beglazing en de beheersing van vochtigheid, temperatuur en lichtinval.

Michaux’ enthousiasme werd in de knop gebroken toen bleek dat de medische faculteit het ontwerp uitbesteedde aan een ‘doodgewone’ timmerman. Naar achttiende-eeuwse normen was Natalis Josephus Corthout inderdaad doodgewoon. Hij was als meester-timmerman ingeschreven in het ambachtsgilde en hij had de stiel bij vader op de werf geleerd. Maar ondanks die bescheiden achtergrond gaf Corthout zich liever uit voor ‘architect’. Vóór de hervorming van het kunstenonderwijs in de jaren 1770 en de wettelijke definitie van het beroep onder het Franse regime was die titel niet voorbehouden aan personen die aan gestelde objectieve criteria beantwoordden. De befaamde Encyclopédie omschreef ‘architect’ in de eerste plaats als iemand die technische vaardigheden en inzicht in de bouwkunde combineerde met smaak en een brede ontwikkeling. Corthout pakte gretig uit met zijn kennis van de klassieke auteurs en hij claimde inzicht in zowel de “civiele als hydraulique architecture”. Ook de medische faculteit sprak Corthout aan als architect, wat aangaf dat ze vertrouwen in zijn kunde had en hooggespannen verwachtingen koesterde.

Bron: Livre concernant les Endroits les plus Remarquables du Chateau Royale de Terrevure, Et de son plan Général Releué En Perspective; Le Tout Dessinné sur les lieux par F.N. de Sparr En 1753 (uit facsimile uitg. Alain Jacobs en Claude Lemaire, Brussel 1987) z.p.
Oranjerie van landvoogd Karel van Lotharingen in Tervuren (1753), studiemateriaal van Corthout.

Op eigen vraag deed Corthout inspiratie op in de koninklijke oranjerie van Tervuren. Ongevraagd kreeg hij een lesje serrebouw van Michaux. Op 12 maart 1762 diende de timmerman-architect een voorstel in dat, met enkele verbeteringen en aanpassingen, op 9 april als een definitief ontwerp aan De Neny werd voorgelegd. De uitvoering verliep rampzalig. Vrij snel beschuldigde Michaux Corthout ervan dat hij constructiefouten maakte en dat zijn oplossing voor de beheersing van vocht en temperatuur geen garanties bood voor een optimale bewaring van de tropische planten. Michaux verweet Corthout incompetentie en verzocht De Neny een ‘echte’ architect naar Leuven te sturen. In de ogen van de professor was Corthout zoals de tovenaarsleerling uit het sprookje, die overmoedig zijn eigen capaciteiten overschat, maar vervolgens niet meer weet hoe de situatie te bemeesteren.

Architect zonder guirlandes

De constructie van Corthout had inderdaad met belangrijke stabiliteitsproblemen af te rekenen en ook de isolatie en het warmtesysteem functioneerden niet naar behoren. Voor Michaux lag de fout duidelijk bij Corthout. Corthout op zijn beurt weet zijn falen aan de drassige bodem en aan de wispelturigheid van een bemoeizieke Michaux. Die kwam telkens terug op zijn ideeën en stuurde op die manier het hele ontwerp in de war.

De Leuvense botanische tuin ca. 1830, op de huidige locatie.
De Leuvense botanische tuin ca. 1830, op de huidige locatie.

Wie of wat de grote boosdoener was, is nooit helemaal duidelijk geworden. Maar nadat ook beroemde architecten zoals Laurent-Benoît Dewez hun tanden stuk beten op de botanische tuin, bleek de enige oplossing om aan het begin van de 19de eeuw gewoon helemaal opnieuw te beginnen, op een hoger gelegen locatie. En die veilige locatie is waar de Leuvense Kruidtuin zich vandaag nog steeds bevindt.

Voor Corthout bracht de geschiedenis geen eerherstel. En daar zat een wrokkige Michaux voor iets tussen. Uit de correspondentie met De Neny wordt pijnlijk duidelijk hoe broos de toegekende status van ‘architect’ wel was. Toen Michaux’ barometer zakte tot op het punt waarop zelfs ananas niet langer soelaas bood, verdween de titel van ‘architect’ voor Corthouts naam en werd hij terug eenvoudigweg als ‘timmerman’ aangeduid. Jaren later klonk het nog steeds neerbuigend “un charpintier nommé Corthout … (qui) passoit à Louvain pour architecte”. Toen bleek dat de ‘voormalige’ architect bovendien een onnauwkeurige kostenberekening had gemaakt, verdween ook het laatste restje fatsoen: “Corthout n’etoit pas moins un constructeur ignorant, qu’un mauvais calculateur”. Zelfs De Neny kreeg het nu danig op zijn heupen. Corthout probeerde nog wel goodwill te winnen door zich nederig te degraderen tot “personne de metier”, maar voor de regeringscommissaris was de maat vol. Geërgerd waarschuwde hij de medische faculteit ervoor de timmerman geen cent extra uit te betalen: “Si son ignorance l’a trompé, tant pis pour lui, il ne devoit pas se meler d’un metier qu’il ignorait”.

(Brecht Dewilde)

Brecht Dewilde is gastblogger. Hij is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de onderzoeksgroep Nieuwe Tijd van de KU Leuven. Zijn onderzoek betreft de sociaal-economische en culturele geschiedenis van vroegmoderne secundaire steden, met als casus Leuven.

Titelafbeelding: Ontwerp van Natalis-Josephus Corthout voor de serre van de Leuvense hortus botanicus, 1762. (Brussel, Algemeen Rijksarchief, Kaarten en plattegronden, nr. 1.770, 9 april 1762.)

Een gedachte over “Proeftuin van nieuwe architectuur

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *