Op bezoek in een middeleeuws bordeel in Leuven

Gastblog door Jelle Haemers.

Waar boden prostituees hun diensten aan in middeleeuws Leuven? We zoeken het even voor u uit, en bezoeken met een nieuwsgierige blik een bordeel. Prostituees waren geen ‘marginalen’ in de middeleeuwen, zoals soms gedacht wordt, want ze bevonden zich in het hart van de stad.

Waar kon je terecht?

Leuven kende twee rosse buurten. Ten eerste vond je ‘vrouwen van lichte levene’, zoals prostituees toen heetten, rond het Ladeuzeplein, waar nu de universiteitsbibliotheek gevestigd is. Die ligt immers op het tracé van de oude, twaalfde-eeuwse stadsomwalling. Aan de buitenkant van die muur tippelden prostituees, zoals in de Ravenstraat en Vlamingenstraat. Toen de muur gebouwd werd, bevond de rosse buurt zich dus buiten de stad, maar na verloop van tijd raakte deze buitenwijk volgebouwd. Toch bleven de prostituees er klanten lokken. Ze bevonden zich dus voortaan in het midden van de stad, en konden er relatief vrij hun gang gaan. Prostitutie was geen misdaad, maar wel een zonde. Het werd afgekeurd vanuit moreel oogpunt, maar strafbaar was het niet.

Een man leidt een vrouw binnen in een slaapkamer, een ander koppel eet er.

Ten tweede vond je in het noorden van Leuven enkele bordelen, langs de aanlegplaatsen op de Dijle, bij de abdij van Sint-Geertrui. De uitgeputte reiziger kon er bijvoorbeeld terecht in het pand ‘De Roose’ waar er gepast vermaak werd aangeboden. Ook vandaag nog zijn havenbuurten (of treinstations) een geliefkoosde plaats voor prostitutie – in Leuven daarentegen is de gentrificatie er nu doorgedrongen, en verdwenen de ‘quade herberghen’, zoals ze soms genoemd werden. Ook verder stroomopwaarts kwamen mannen aan hun trekken. In de Wieringstraat, dichtbij het paleis van de hertog van Brabant, lag namelijk een gerespecteerd bordeel. Maar ook de Halvestraat stond bekend om zijn seksueel vertier. Beide etablissementen waren aan de Dijle gelegen, want bordelen verbruikten veel water.

Hoe zag een bordeel er vanbinnen uit?

Bordelen waren bovenal badhuizen. De bezoeker betaalde er voor een duik in een badkuip, gevuld met heet water, want niet iedereen beschikte over de faciliteiten om zelf een verwarmd bad te nemen. Door middel van een buizenstelsel dat aan een kachel verbonden was, werd warme lucht door het gebouw vervoerd. Die kachel heette een stoof, en heeft zijn benaming aan het hele gebouw gegeven. Middeleeuwse ‘stoven’ zijn dus huizen waar je met het gezin terecht kon voor een verkwikkend bad. Op sommige dagen konden mannen of vrouwen er afwisselend terecht, op andere dagen baadden koppels of gezinnen er gezamenlijk. Niet alle badhuizen lieten dus prostituees toe.

Drie koppels hebben vertier in dezelfde kamer: ze drinken en tafelen er, en gaan er naar bed.

Waar dat wél het geval was, hadden de verschillende ruimtes in het pand toepasselijke namen. In het bordeel in de Wieringstraat kon je bijvoorbeeld de kamer ‘De Pauw’ boeken, ‘De Papegaai’, of ‘De Roos’. Vogel- en bloemennamen waren erg populair voor kamers in dergelijke stoven, want ze stonden symbool voor de activiteiten die er plaatsvonden. De papegaai met zijn felle kleuren, of de pauw met zijn uitbundig verenkleed om vrouwtjes te lokken, waren populaire erotische metaforen. In het bordeel ‘De Roose’ was er een zogenaamde ‘gevogelte kamer’, die tot de verbeelding sprak. In de Wieringstraat bood de eigenaar zelfs een ‘Hertogenkamer’ aan, een luxueus vertrek met een fauteuil, drie bedden en twee schrijnen.

De meeste kamers bevatten trouwens meerdere bedden. Je trof ze zowel in gewone badhuizen als bordelen aan: kamers waarin gezinnen of koppels terecht konden voor een verpozing. Privacy was relatief in de middeleeuwen. Schrijnen of gordijnen schermden je af, maar je begaf je met meerdere vrienden of familieleden naar hetzelfde vertrek. De iconografie spreekt boekdelen: koppels nemen in dezelfde ruimte een bad terwijl ze een maaltijd nuttigen. De tafel en het bed staan gedekt. Uit onlangs opgedoken inventarissen van bordelen weten we dat de prenten aan de werkelijkheid beantwoorden. De Wieringstraat had 42 bedden in totaal, met op één kamer (de ‘Vrouwenkamer’) zelfs zes bedden.

Wie kwam er over de vloer?

Voor zover geweten is, konden in de bordelen enkel hetero’s terecht, want homoseksualiteit was taboe. Er zijn wel verhalen bekend van vrouwen die zich in mannenkleren hulden, maar de zogenaamde ‘Donkere Kamer’ in het bordeel ‘De Roose’ was zeker geen dark room. ‘Vrouwen van lichte levene’ trof je er wel aan. Sommigen hadden faam gemaakt, anderen wilden snel iets bijverdienen.

Mannen en vrouwen feesten erop los in een gelagzaal van een bordeel.

De helft van de Leuvense bordelen werd overigens uitgebaat door vrouwen, misschien ‘prostituees op rust’ die het gemaakt hadden? Sommige van die bordeeluitbaatsters waren zelfs eigenares, hetgeen op een gefortuneerde positie wijst. Doorgaans waren badhuizen in het bezit van gegoede families. Zelfs Jan Ballinc, een priester van de Sint-Pieterskerk, bezat er één. In een huurcontract dat van zijn ‘stove’ bewaard bleef, stond wel de clausule dat de uitbater geen ‘oneerbare vrouwen’ mocht ontvangen. Het was duidelijk enkel een badhuis.

Een andere eigenaar had minder scrupules. In een huurovereenkomst van zijn bordeel in de Halvestraat uit 1456 liet Jan Van Udekem optekenen dat hij het wekelijks kosteloos mocht bezoeken. Geen clausule dit keer dat er geen prostituees actief mochten zijn. Uit andere bronnen weten we overigens dat buurtbewoners klaagden over het losbandige gedrag van de bezoekers. Bovendien, zo stond in het contract, zou de uitbaatster op de vier belangrijkste feestdagen de bezoekende eigenaar gratis een kan Rijnwijn aanbieden. Jan reserveerde zich dus het recht om er althans viermaal per jaar op gepaste wijze de feestdag te vieren.

Was de Leuvense situatie uniek? Je kan het lezen in:

Schoorens L. & Haemers J., Vogelvrije vrouwen? Prostitutie in laatmiddeleeuws Brabant, Leuven, 2018.

Haemers J., Bardyn A., Delameillieure C. (red.), Wijvenwereld. Vrouwen in de middeleeuwse stad. Antwerpen, 2019.

Geïnteresseerden kunnen zich inschrijven voor de boekpresentatie van Wijvenwereld op donderdag 7 maart om 18 uur in het stadhuis van Leuven. Op woensdag 13 maart om 19 uur geeft Jelle Haemers een lezing over prostitutie in de middeleeuwen in het Leuvens stadsarchief.

Jelle Haemers is gastblogger. Hij is hoofd van de onderzoeksgroep Middeleeuwen aan de KU Leuven. Hij doet onderzoek naar politieke conflicten in de late middeleeuwen en naar gendergeschiedenis in Europese steden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.