Indianen als beschermde soort

Sarasin - Reisen in Celebes‘Indianen’? Dat is verrassend. Het staat er wel degelijk. ‘Eskimo’s’ ook. ‘Bosjesmannen’. En ‘Vuurlanders’.

Het gaat om natuurvolkeren die de Zwitserse zoöloog Paul Sarasin beschermd wilde zien.

Ik lees het na in zijn ‘Ueber die Aufgaben des Naturschutzes’, de speech die hij in 1913 hield voor het comité voor wereldnatuurbescherming in Bern. Sarasin was de drijvende kracht achter dat comité. Omwille van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, leidde het initiatief aanvankelijk tot niets. Op lange termijn vormde het echter een inspiratiebron voor de oprichting van de invloedrijke International Union for the Conservation of Nature en het World Wildlife Fund.

Sarasin had het in zijn speech over de nakende uitroeiing van robben en walvissen gehad. Over de snel teruglopende populaties van ijsberen en olifanten. En dan maakte hij feilloos de overgang naar wat hij ‘antropologische natuurbescherming’ noemde. Zijn argument om ook mensen te beschermen was van evolutionaire aard. Dier en mens waren door de evolutie bloedverwant: als het onze ethische plicht was om dieren van de uitroeiing te redden, hoeveel meer gold die plicht dan niet ten aanzien van ‘de edelste van alle vrij levende natuurschepsels’? Net als ijsberen waren Vuurlanders wetenschappelijk interessant, en het was dus onze plicht hen in ‘ongeschonden’ staat voor het nageslacht te bewaren.

Dit alles is enigszins ontzettend. Hoe deze antropologische beschermingsmaatregels te interpreteren? Is dit een opstapje naar de romantiek over natuurvolkeren die nog steeds in bepaalde natuurbeschermingskringen circuleert? Is het ouderwets negentiende-eeuws racisme waarin personen tot objecten worden herleid? Of een wat onhandige erkenning van de waarde van niet-westerse culturen? Waar kwam de idee van ‘antropologische natuurbescherming’ vandaan? En hoe wijdverspreid was ze?

Sarasins speech laat me enigszins gedesoriënteerd achter. Toen ik aan een onderzoek over de geschiedenis van de internationale natuurbescherming begon, dacht ik me te moeten inlezen in de ecologie van grote panda’s en witte neushoorns. Nu blijkt ook de vroeg-twintigste-eeuwse antropologie van de volkeren van Tasmanië en de Andaman-eilanden relevant. Sarasin had in zijn beschermingsijver de definitie van de ‘natuur’ immers danig opgerekt.

(Raf de Bont)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *