Hoe het embryo een kind werd

Op Pasen herdacht aartsbisschop Léonard tijdens de hoogmis alle ‘kinderen’ die sinds 1990 ‘slachtoffer’ werden van de abortuswet. Hij maande de aanwezige gelovigen aan om ‘nooit te vergeten dat wij allemaal ooit dat kleine embryo, die foetus waren in de moederschoot’. De logica van Léonard lijkt ons evident. Omdat wij allemaal ontstonden uit een embryo, voelt het natuurlijk een embryo te beschouwen als een klein mensje, als een individu in de kiem. Toch zijn embryo’s minder natuurlijk dan cultureel bepaald. Het was de negentiende-eeuwse embryoloog die het embryo construeerde als een onafhankelijk persoon. Het embryo werd geïsoleerd van de vrouw, die het alleenrecht over haar zwangerschap verloor – een denkwijze die doorleeft tot vandaag.

De geboorte van het embryo

De Duitse modelleurs Adolf en Friedrich Ziegler waren de belangrijkste producenten van embryologische modellen in de late negentiende en vroege twintigste eeuw. Zelf beweerden ze over embryologie te ‘publiceren in plastiek’.
De Duitse modelleurs Adolf en Friedrich Ziegler waren de belangrijkste producenten van embryologische modellen in de late negentiende en vroege twintigste eeuw. Zelf beweerden ze over embryologie te ‘publiceren in plastiek’.

Vroeger verwachtten zwangere vrouwen geen embryo. Voorstellingen van de inhoud van de baarmoeder waren schematisch en symbolisch. Vaak werd het ongeboren leven afgebeeld als het kindje Jezus of als een volwassene in klein formaat. Het ‘residu’ van miskramen was onherkenbaar, en werd door families en medici begraven of weggegooid. De embryologische wetenschap bracht hier in de negentiende eeuw verandering in. Embryo’s en foetussen werden verzameld en onder de microscoop geplaatst. Dit ging samen met een medicalisering van het miskraam: vrouwen leerden om een arts te raadplegen bij abnormaal bloedverlies en om foetussen niet weg te gooien maar aan een dokter te geven. Zwangerschapsverlies produceerde niet langer ‘afval’ of ‘klonters bloed’, maar een belangrijk medisch object: het embryo.

Eén van de invloedrijkste reeksen over menselijke embryologie uit de late negentiende eeuw was de Normentafel van de Duitse embryoloog Wilhelm His. (Wilhelm His, Anatomie menschlicher Embryonen Teil 3. Zur Geschichte der Organe, 1885.)
Eén van de invloedrijkste reeksen over menselijke embryologie uit de late negentiende eeuw was de Normentafel van de Duitse embryoloog Wilhelm His.

Meer nog dan andere anatomen, waren embryologen afhankelijk van visuele en materiële representaties om hun onderzoeksresultaten te communiceren. De vorm van embryo’s was immers erg fragiel en hun structuur was enkel waarneembaar met een microscoop. Zorgvuldig gemaakte tekeningen, modellen en preparaten maakten het embryo zichtbaar. De belangrijkste representatievorm was de reeks. Embryologen plaatsten verzamelde embryo’s en foetussen naast elkaar om de menselijke ontwikkeling te tonen. Door embryo’s steeds groter en menselijker weer te geven, werd de zwangerschap geschetst als een lineair proces van conceptie tot geboorte; van embryo tot kind. De reeks wekte zo de illusie dat het niet ging om verschillende dode preparaten afkomstig van miskramen, maar om één levend, zich ontwikkelend individu.

In populaire publicaties gingen deze reeksen van miskramen en doodgeboortes, ironisch genoeg, het ongeboren, zich ontwikkelend leven belichamen. In de publieke verbeelding werd de dood een symbool van het leven. Bovendien moedigden reeksen aan om de continuïteit te zien tussen embryo’s, foetussen en baby’s. De menselijkheid van het laatste figuur, het volgroeide kind, werd overgebracht op het eerste figuur, het embryo. Ook vroege embryo’s – die niet op mensen lijken -kregen zo menselijkheid. De startlijn van het leven verschoof. De afbeeldingen bevatten de boodschap dat ‘wij’ niet bestaan vanaf de geboorte maar vanaf de conceptie: de boodschap waar Léonard op Pasen naar verwees.

Het embryo als persoon

De foto’s van de Zweedse fotograaf Lennart Nilsson veroverden in 1965 de wereld. Hoewel voorgesteld als ‘het drama van het leven voor de geboorte’, toonden vele van zijn beelden chirurgisch verwijderde (dode) embryo’s en foetussen.
De foto’s van de Zweedse fotograaf Lennart Nilsson veroverden in 1965 de wereld. Hoewel voorgesteld als ‘het drama van het leven voor de geboorte’, toonden vele van zijn beelden chirurgisch verwijderde (dode) embryo’s en foetussen.

Tot de negentiende eeuw nam men aan dat de vrouw de ontwikkeling van het kind stuurde. Omdat het embryo gezien werd als een deel van de zwangere vrouw, werd haar goede gemoed cruciaal geacht voor de ontwikkeling van een gezond kind. Embryologen verwierpen deze theorie als bijgeloof en stelden daarentegen dat het embryo een onafhankelijk organisme was. De ontwikkeling van het kind was volgens hen het gevolg van biologische processen waar de moeder geen invloed op had. Eens verwekt, zouden gezonde kinderen zich op hun eentje ontwikkelen. Embryo’s kregen zo niet alleen een menselijke vorm, maar ook individualiteit toegeschreven.

In vroegtwintigste-eeuwse populaire publicaties werden deze embryologische theorieën aangegrepen om te bepleiten dat het embryo een persoon was. Zo leidde een boek uit 1931 uit de eigen bloedsomloop van de foetus af dat ‘het zijn eigen leven leidt, en zich al gedraagt als een onafhankelijk geheel, als een levende eenheid, een individu.’ Sterker nog: ‘het is niet alleen een individu maar een persoon.’

TinneClaes-EmbryoKind-NilssonOok in afbeeldingen werd het embryo weergegeven als een autonoom persoon: vaak zonder vruchtvliezen of navelstreng, rechtop en met een nadruk op de menselijke vorm. Deze traditie zet zich voort tot vandaag. Op de iconische foto’s van Lennart Nilsson lijkt de foetus eerder eenzaam te zweven in de ruimte dan veilig te verblijven in de moederschoot. Hedendaagse anti-abortuspropaganda toont goedgevormde kindervoetjes, maar geen baarmoeder.

De nageboorte

Dat brengt ons bij de opvallende afwezige in dit verhaal: de zwangere vrouw. Het embryo of de foetus was niet langer deel van haar lichaam. Terwijl het embryo een persoon werd, werd de vrouw gereduceerd tot broeikas. Het embryo ontwikkelde zich weliswaar in haar lichaam, maar bestond verder op zichzelf. In het embryologische verhaal over zwangerschap was de placenta niet alleen een ondoordringbare scheidingswand tussen het embryo en de vrouw, maar ook tussen een ‘persoon’ – de foetus – en zijn of haar ‘omgeving’ – de moeder.

De verpersoonlijking van het embryo baarde legale en ethische problemen. Een zwangerschap werd een potentieel conflict tussen twee individuen. Abortus evolueerde in België van een aanvechting van de openbare zeden naar een strafrechtelijke zaak tegen een persoon – een legale verandering die recent nog door de Unie van de Nederlandstalige abortuscentra als achterhaald werd bestempeld, maar springlevend is in de redenering van onze aartsbisschop. Als we het embryo zien als een persoon wordt abortus immers moord. De opkomst van foetale chirurgie, die soms erg risicovol is voor de moeder, kan alleen worden begrepen in onze huidige Westerse conceptie van zwangerschap en ongeboren leven. Stamcelonderzoek op embryo’s wordt dan weer in verschillende landen aan banden gelegd. De groeiende gelijkstelling van embryo, foetus en kind lijkt te leiden tot een dubbele standaard, waarbij de vrouw aan belang verliest. De verpersoonlijking van het embryo gaat, jammer genoeg, ten koste van de vrouw – die nochtans ook een persoon is, met rechten.

Meer lezen

Lynn M. Morgan, Icons of Life. A Cultural History of Human Embryos (University of California Press 2009).

Tatjana Buklijas en Nick Hopwood ontwikkelden een interessante online tentoonstelling over de visualisering van menselijke embryo’s van de middeleeuwen tot vandaag: Tatjana Buklijas en Nick Hopwood, Making Visible Embryos (2008-2010): http://www.hps.cam.ac.uk/visibleembryos/.

Tinne Claes is als doctoraatsbursaal verbonden aan de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750. Samen met Veronique Deblon werkt ze op een project over anatomie in België in de negentiende eeuw. Ze onderzoekt de zichtbaarheid, het prestige en de betekenis van anatomie in de academische en populaire cultuur tussen 1860 en 1930.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *