Hoe Franse boeren de natie moesten redden in de Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog had Frankrijk te kampen met een ernstig voedseltekort. Om dit prangende probleem op te lossen, rekenden het Franse staatshoofd Maréchal Pétain en zijn regering niet alleen op de boerenbevolking, maar ook op jonge stedelingen. Zij werden gevraagd om hun handen uit de mouwen te steken en de boeren te helpen.

Landbouw als redmiddel

Cover van een Franse infobrochure uit 1941.

Het Duitse bliksemoffensief in juni 1940 was een grote verassing voor Frankrijk. Het land kreeg op zeer korte tijd grote verliezen te verwerken en kon niet anders dan een nieuwe strategie bedenken. Over welk plan dan wel het beste was, raakte men het niet eens. Het ene kamp wilde verder vechten vanuit de kolonies en het andere gaf de voorkeur aan capituleren. Generaal Pétain maakte deel uit van het laatstgenoemde winnende kamp. De wapenstilstand die volgde, hield in dat officieel enkel het noorden van Frankrijk bezet zou worden. Het zuiden werd herdoopt tot État Français en kwam onder leiding van Pétain te staan.

Aan deze ‘autonomie’ zat een belangrijke voorwaarde verbonden: Vichy-Frankrijk moest grote hoeveelheden grondstoffen en landbouwproducten leveren aan Duitsland. Ondertussen hielden de Duitsers ook een miljoen Franse krijgsgevangenen vast, onder wie veel landbouwers. Alsof de situatie nog niet erg genoeg was, richtten de geallieerden aan het begin van de oorlog een handelsblokkade op tegen Duitsland en zijn bondgenoten. Vichy-Frankrijk werd afgesneden van zijn kolonies en dus ook van al het voedsel dat deze leverden. Het gevaar van een hongerige protesterende bevolking lonkte. De landbouw zou Frankrijk moeten redden van de honger, en dus ook van de ondergang.

Samen sterk

De boeren moesten deze zware opdracht niet alleen volbrengen. Het Vichyregime pakte uit met allerlei initiatieven die het hen makkelijker konden maken. Zo kregen ze een eigen corporatistische organisatie, werd er geïnvesteerd in de modernisering van landbouwapparatuur en werden er hogere lonen beloofd. Dit alles maakte deel uit van de “Mission de Restauration Paysanne” vanaf augustus 1940, die het platteland moest herstellen en revitaliseren.

Aan de Franse burgers werd gevraagd de moeilijke omstandigheden te accepteren.

Een belangrijk aspect van deze missie was de bevoorrading van de landbouwsector met voldoende werkkrachten. Speciaal voor jongeren van 17 tot 21 jaar werd in maart 1941 de Service Civique Rural (SCR) gecreëerd. Dit programma had tot doel jonge stedelingen in te zetten op het platteland, waar zij de boeren zouden helpen voedsel te produceren. Bij een tekort aan vrijwilligers konden zij ook verplicht worden. In ruil kregen zij onderdak bij de boeren zelf, drie maaltijden per dag en een waardevolle opleiding. Het Vichyregime zette sterk in op de promotie van de SCR in haar propaganda.

Vooral aan pas afgestudeerde jongemannen werd gevraagd hun ‘vrije armen’ nuttig te gebruiken. Langs alle kanten werden zij bestookt met infobrochures en inschrijvingsbrieven. Zelfs moeders werden aangespoord hun zonen weg te sturen naar het platteland. Hen werd verteld dat zij dankzij de hulp van hun zonen in de toekomst minder lang zouden moeten aanschuiven voor het rantsoen. De jongeren zelf kregen te horen dat het hun morele plicht was om hun vaderland te helpen voeden en een voorbeeld te stellen aan hun leeftijdsgenoten.

Ontoereikende resultaten

Aan ieder vertrek ging een hele procedure vooraf, dat begon met een medisch onderzoek dat bepaalde of de kandidaten fysiek geschikt waren voor het werk. Daarna zocht de SCR een geschikte verblijfplaats. Meisjes kwamen terecht in een speciaal centrum waar ze leerden het huishouden in de boerderij te runnen. Jongens kregen meestal wel onderdak bij een familie. Vrijwilligers moesten zeker vier tot zes weken blijven, maar verplichte hulp kon tot drie maanden duren. Tevreden boeren konden hun werkkrachten daarna een vast contract aanbieden.

Brochure van de Service Civique Rural.

Het is onduidelijk hoeveel jongeren in totaal via de SCR naar het platteland vertrokken en hoe lang ze daar bleven. Zeker is dat er heel wat afvielen doorheen het plaatsingsproces. Begin 1943 meldde het regime dat bijna 40 000 jongeren zich vrijwillig hadden ingeschreven sinds maart 1941. Sommigen bedachten zich en kwamen niet opdagen voor het onderzoek. Van de 25 000 die overbleven, bleken 7 500 ongeschikt. Uiteindelijk werden 17 500 jongeren effectief aan het werk gezet, waarvan er 14 000 hun verblijf verlengden.

Dit aantal kon onmogelijk compenseren voor het gebrek aan arbeiders op het platteland. De afwezigheid van krijgsgevangenen, gedeporteerde arbeiders en buitenlandse seizoensarbeiders zorgde voor een groot voedseltekort. De boeren klaagden dat hun nieuwe werknemers nog te veel moesten leren en niet hard genoeg konden werken. Zij hadden nood aan sterke arbeiders met kennis van zaken, niet aan leerjongens. Toch waren er ook goede ervaringen. In getuigenissen in kranten en brieven aan het thuisfront beschreven de jongeren hoeveel zij hadden geleerd en hoe mooi het leven op het platteland was. Een opmerkelijk succesverhaal was dat van een jongen uit Roubaix die geplaatst werd in een familieboerderij in de Ardèche en uiteindelijk trouwde met de dochter. Hij zou permanent bij de familie intrekken en mee de boerderij runnen.

Aan (bijna) alles komt een einde

Onder de bevolking was er vooral vanaf de harde winter van 1940 steeds meer kritiek te horen over het voedselprobleem. Vooral het feit dat gigantische hoeveelheden voedsel naar Duitsland werden geëxporteerd, zette kwaad bloed. Ondertussen werden de rantsoenen steeds beperkter en de rijen voor de winkels langer. Zowel producent als consument zocht in toenemende mate heil in de zwarte markt, waartegen de overheid slechts weinig kon aanvangen. Na vier jaar hadden de Fransen er dan ook de buik van vol (of juist niet) en verwelkomden ze de bevrijding.

De kersverse Vierde Republiek schafte meteen alle organisaties van het Vichyregime af, waaronder ook de SCR. De meeste jongeren keerden dan ook terug naar de stad. Sommigen wilden geen afscheid nemen van het platteland en startten er een nieuw leven, gedreven door een passie voor de natuur, noeste arbeid of de liefde.

Hannah Fluit is masterstudent cultuurgeschiedenis. Ze werkt aan een masterproef over politieke communicatie rond voedselschaarste in Vichy Frankrijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *