Hoe een Belgische spion een held werd in Frankrijk

Er ging een schok door Rijsel toen de Duitse gouverneur in november 1915 het bericht van de dood van een jonge Belgische student aan de stadsmuren liet plakken. Léon Trulin was amper 18 jaar oud. Op 8 november 1915, gisteren precies honderd jaar geleden, werd hij op beschuldiging van spionage door het vuurpeloton geëxecuteerd. Voor de Duitse bezetter was de terechtstelling een waarschuwing naar de bevolking: wie zich tegen het nieuwe bewind keert, hoeft niet op genade te rekenen. Bij het Verzet kwam het bericht van Trulins dood anders aan. Het liet de ware, barbaarse aard van de vijand zien.

Système Noël Lurtin

Foto van de achttienjarige Léon Trulin.
Foto van de achttienjarige Léon Trulin.

Trulin was één van de vele Belgische kinderen die aan het einde van de negentiende eeuw in Noord-Frankrijk opgroeide. Toen hij drie jaar oud was, was zijn familie van het arme Henegouwen naar Rijsel verhuisd, op zoek naar een beter bestaan. Als kind werd hij al gauw met de tegenslagen van het leven geconfronteerd. Hij verloor zijn vader en zijn oudere broer op jonge leeftijd, waardoor hij vanaf zijn veertiende aan de arbeid moest: eerst in de textielfabriek en daarna in de ijzergieterij. Een arbeidsongeval dat hem half-kreupel maakte, zou hem blijven achtervolgen.

Toen de oorlog in oktober 1914 Noord-Frankrijk bereikte, verheugde Trulin zich er zoals vele leeftijdsgenoten op om het vaderland te dienen. En voor Trulin was dit vaderland nog steeds België. Hij bood zich aan bij het Belgische leger, maar werd geweigerd. Te jong en vooral fysiek ongeschikt, zo luidde het oordeel. Het nieuws kwam hard aan. Toch was Trulin beslist zich niet bij de situatie neer te leggen. In het voorjaar van 1915 vluchtte hij via Nederland naar Engeland, in de hoop zo alsnog het Belgische leger te vervoegen. Toen een nieuwe weigering volgde, begaf hij zich naar Folkestone, waar hij de Britse legerleiding van zijn back-up plan wist te overtuigen: het spionagenetwerk Système Noël Lurtin of Léon 143.

Affiche met de officiële bekendmaking van de dood van Trulin.
Affiche met de officiële bekendmaking van de dood van Trulin.

Nog voor hij naar Engeland was afgereisd, had Trulin de vijandelijke loopgraven in de buurt van Rijsel bezocht. Hij had foto’s en aantekeningen over de positionering van de Duitse troepen meegenomen en beloofde het Britse leger nadere inlichtingen voor de hele regio in te winnen. Tijdens de zomer van 1915 richtte hij zijn netwerk op. Vanuit een tiental observatieposten die het spoorwegennet Wervik-Komen-Menen, Rijsel-Arras-Lens en Douai-Valenciennes in de gaten hielden, verzamelde hij met vijf leeftijdsgenoten informatie over de Duitse garnizoenen, hun staat van paraatheid en hun bevoorrading. Trulin nam zelf de gevaarlijke tocht op zich om de berichten over de Nederlandse grens naar Engeland te smokkelen. Hij slaagde hier wellicht twee keer in, tot het op 3 oktober 1915 mis liep.

Een tragisch einde

Dat Trulin na zijn dood tot een volksheld uitgroeide, had veel met de tragiek van zijn arrestatie en terechtstelling te maken. Met zijn metgezel, Raymond Derain, had hij vier lange nachten gemarcheerd (overdag hield hij zich schuil), toen hij op 3 oktober 1915 de Belgisch-Nederlandse grens nabij Putte bereikte. Daar wachtte de elektrische prikkeldraad als laatste hindernis. Volgens de overlevering waren beide vrienden al half onder de bedrading door, wanneer de Duitse grenspolitie hen plots halt toe riep. “Wer da”! Trulin en Derain werden op beschuldiging van spionage gearresteerd. Ze werden eerst naar Antwerpen en nadien naar Rijsel overgebracht, waar ze één maand later, op 7 november 1915, samen met de overige bendeleden hun vonnis te aanhoren kregen.

Executieplaats met gedenkplaat voor Trulin.
Executieplaats met gedenkplaat voor Trulin.

Voor Trulin was het verdict bijzonder zwaar. Hij kreeg als enige de doodstraf en had nog amper twaalf uur te leven. ’s Avonds nam hij afscheid van zijn zussen en mocht hij een laatste sigaret roken met zijn vrienden. Op 8 november volgde de terechtstelling in de bossen rond de citadel. De executie was niet publiek. Enkel een priester kreeg de toestemming om Trulin bij te staan. Na afloop verspreidden zich via de priester allerlei berichten over het contrast tussen de dappere houding van Trulin en de kleingeestige vernederingen van het Duitse vuurpeloton. Trulin zou de blinddoek hebben geweigerd, God om vergiffenis hebben gevraagd en gestorven zijn terwijl hij, zijn hemd openscheurend, ‘leve Frankrijk, leve België!’ riep. Toen de Duitse soldaten hem schrik probeerden aan te jagen door opzettelijk valse schoten af te vuren, gaf hij geen krimp.

In memoriam

Franse postzegel ter nagedachtenis aan Trulin.
Franse postzegel ter nagedachtenis aan Trulin.

Na de executie leidde de herinnering aan Trulin tot een gespannen relatie tussen enerzijds de familie en het Rijselse stadsbestuur, en anderzijds de Duitse Kommandantur.  De familie vroeg om een vrijgave van het lichaam en beriep zich hierbij op een schriftelijk verzoek dat Trulin tijdens zijn laatste levensuren aan de voorzitter van het oorlogstribunaal had opgesteld. Bij de Kommandantur zaten ze verveeld met dit verzoek. De soldaten van het vuurpeloton hadden Trulins lichaam immers in een put in de bossen rond de citadel begraven. Wanneer ook het stadsbestuur druk uitoefende, zwichtte de Kommandantur toch. Op zaterdag 13 november werd het lichaam in het vroegst van de ochtend door Duitse soldaten van de citadel naar het Cimetière de l’Est van de stad overgebracht.

Grafmonument Léon Trulin.
Grafmonument Léon Trulin.

Trulin werd op het kerkhof in de nabijheid van de eerder terechtgestelde spionnen begraven. Zolang de oorlog duurde, vormden hun graven een plek van ingetogen herdenkingen door zowel de familie als het Verzet. Uitingen van publieke appreciatie voor de terechtgestelden waren immers verboden. Dit veranderde na november 1918. De terechtgestelden kregen plots erkenning in de publieke ruimte. Met hun spionage-acties hadden zij hun leven gegeven voor de vrijheid van het vaderland. Onder hen bekleedde Trulin in Rijsel de belangrijkste plaats. Hij werd gehuldigd in het monument voor de gefusilleerden, kreeg een eigen standbeeld, straatnaam en twee gedenkplaten, en ontving postuum Britse, Franse en Belgische oorlogsonderscheidingen. Dat was niet alleen omdat hij de jongste geëxecuteerde spion van de Eerste Wereldoorlog was: in een stad met vele Belgische migranten symboliseerde zijn dood dat de Fransen én de Belgen dezelfde wreedheden van de Duitse agressor hadden moeten ondergaan.

Meer lezen

Robert Vandenbussche (red.), La résistance en France et en Belgique occupées (1914-1918), IRHiS-CEGES, n° 51, Rijsel, 2010.

In de herfst van 2016 opent in het Musée de la Résistance de Bondues (nabij Rijsel) een tentoonstelling over Léon Trulin.

Matthias Meirlaen is research fellow van de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750 en beleidsmedewerker onderzoek aan de faculteit Letteren van de KU Leuven. Hij deed onder meer onderzoek naar het geschiedenisonderwijs in de achttiende en negentiende eeuw en naar de herinneringscultuur van de Eerste Wereldoorlog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *