Het lichaam als spiegel van de moraal

In de negentiende en de vroege twintigste eeuw was het anatomische museum een populaire attractie op de Belgische kermis. Het publiek kon er kennismaken met de werking van het menselijk lichaam, de embryologie en de nieuwste chirurgische ingrepen. In het cabinet reservé werd de bezoeker geconfronteerd met de symptomen van verschillende ziekten. De nadruk lag hierbij op de gevolgen van geslachtsziekten. In Brussel kan je het pathologische kabinet van het voormalige kermismuseum Musée de l’Homme bezichtigen. De verzameling van tumoren en geslachtsdelen laat me gedegouteerd achter. Is dit wel fatsoenlijk? De meeste historici delen mijn intuïtieve aversie. Het populaire anatomische museum wordt in de dominante literatuur afgewezen als sensatiebelust, obsceen of zelfs pornografisch. Nochtans beweerden de eigentijdse uitbaters van anatomische kermismusea dat hun collecties de moraal  van de bezoeker net versterkten…

De onwetendheid baart de ziekte

Er zijn verschillende tentoonstellingscatalogi van de vroegere anatomische kermismusea bewaard. Zonder uitzondering benadrukken ze de didactische en preventieve doelen van hun collecties. Ziekte is een gevolg van onwetendheid, zo luidt het. Wie over medisch inzicht beschikt, kan voorzorgen nemen om in de toekomst gezond te blijven. En hoe kan je deze kennis beter overbrengen dan met realistische wassen modellen? Bij het zien van de pathologische modellen zullen de bezoekers denken aan wat mis kan gaan met hun eigen lijf. Dit schokeffect moet leiden tot een blijvende mentaliteitsverandering. Met dat doel voor ogen sporen de catalogi de bezoekers aan om “zonder blozen de gruuwzaamheid der ziekten” te beschouwen:

“MEN IS VERPLICHT TE WETEN, deze werken zijn zedekundig, zij spreken krachtiger tot den geest, dan ieder ander leerstelsel der wijsheid… de verschrikkelijke klippen waarop onze GEZONDHEID, ’t GENOT van ons LEVEN kan stranden, DIENT MEN TE KENNEN, ‘t gruwelijke dat ’t onderricht ervan bevat, zal hen in ons geheugen doen leven…”

Eigen schuld

Bovendien zijn de anatomische modellen volgens de catalogi niet alleen leerrijk, maar ook fatsoenlijk. Preventie en moralisering zijn nauw met elkaar verbonden. Het centrale idee is dat wie de gevaren van een losbandig leven kent, zich fatsoenlijker zal gedragen. Ziekte is een natuurlijke versterking van de moraal. Een zedelijk leven staat gelijk aan een gezond leven. Wie niet monogaam is, krijgt geslachtsziekten. Overmatig drankgebruik wordt bestraft door leverfalen. En de vrouw die uit ijdelheid een korset draagt, zal haar borstkas misvormen.

Zo lijken de kermismusea ook mee de gedachte te voeden dat iedereen zelf aansprakelijk is voor zijn lichaam en gezondheid. Als ziekte volgt uit onwetendheid, kan de bezoeker met kennis van zaken immers kwaaltjes vermijden. Ieder dient zijn eigen lichaam te kennen, en is er vervolgens individueel verantwoordelijk voor. Meer nog, anatomische musea verkondigen tussen de regels door dat je inwendige anatomie een uiting is van je manier van leven: de waarheid zit vanbinnen. Een alcoholicus kan proberen zichzelf als een eerbaar burger voor te doen, maar zijn gelige huid en zieke organen zullen zijn immoraliteit verraden. Je lichaam, je anatomie, toont je fatsoen. Op deze manier wordt een ziek lichaam een symptoom van een gebrekkige moraal. Ziek? Eigen schuld, dikke bult.

En vandaag?

Hoe zit het met de hedendaagse rol van de anatomie? Gunther von Hagens toont op Bodyworlds de lichamelijke gevolgen van alcoholisme en obesitas. Zo probeert hij naar  eigen zeggen het gedrag van de bezoekers bij te sturen. Met wat probeert de overheid rokers af te schrikken om sigaretten te kopen? Juist, met een afbeelding van een rokerslong op de verpakking. De visuele representatie van onze inwendige anatomie is ook nu nog één van de sterkste wapens van het preventiebeleid. Bovendien wordt het discours over gezondheid, zo lijkt het, meer dan ooit gekleurd door ideeën over individuele verantwoordelijkheid en schuld. Denk maar aan de discussie over de terugbetaling van ziektekosten aan rokers en zwaarlijvigen, die recent weer oplaaide. Moet de maatschappij opdraaien voor hun behandeling? Ze kenden de risico’s toch op voorhand? Ook vandaag lijkt preventie nog verweven met moralisering, net zoals in de populaire anatomische musea van de negentiende eeuw. Het plaatst de collectie van het Musée de l’Homme in een heel ander perspectief.

(Tinne Claes)

Meer lezen:

C. Pirson, Corps à Corps. Les Modèles anatomiques entre art et médecine, Parijs, 2009.

E. Stephens, Anatomy as Spectacle. Public Exhibitions of the Body from 1700 to the Present (Representations: Health, Disability, Culture and Society), Liverpool, 2011.

Bezoeken:

Musée de la Médecine, Campus Érasme, Route de Lennik 808, 1070 Brussel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *