Een mythe voor Belgen in Frankrijk

‘Mensen vergeten vlug. Weinig Belgen herinneren zich dat ze hun onafhankelijkheid eigenlijk aan Frankrijk te danken hebben,’ schreef  le Grand Echo, één van de meest gelezen kranten in Noord-Frankrijk in 1897. Op het einde van de negentiende eeuw verbleven zo’n half miljoen Belgen in Frankrijk. Officieel waren ze Belgisch, maar de meeste migranten hadden hun hele leven uitgebouwd in Frankrijk. Sommigen knipten de draad met het vaderland door en namen de Franse nationaliteit aan. Anderen probeerden hun Belgische roots met hun Franse leven te verzoenen. België mocht dan wel het vaderland zijn, Frankrijk was ontegensprekelijk de mère nourricière, de zorgzame moeder. Maar loyauteit koesteren tegenover twee natiestaten tegelijk, kon dat eigenlijk wel?

Ons Belgisch verleden, onze Franse toekomst

Brief van Arthur Dupont-Gruss aan de prefect van het departement Nord met de stempel van de Société des anciens officiers et sous-officiers belges/de l’armée belge.
Brief van Arthur Dupont-Gruss met de stempel van de Société des anciens officiers et sous-officiers belges/de l’armée belge.

‘Jazeker!’ bevestigde een groepje Belgische migranten onder leiding van Arthur Dupont-Gruss, Belgisch ondernemer in Rijsel. Dupont was een vooraanstaand man in de Belgische migrantengemeenschap. Hij was voorzitter van de Noord-Franse Société des anciens officiers et sous-officiers de l’armée belge en droeg in die hoedanigheid de Belgische vaderlandsliefde hoog in het vaandel. ‘Een overtuigd patriot, behulpzaam en gedienstig voor de gemeenschap,’ typeerden de leden hun voorzitter toen die een gooi deed naar de functie van Belgische consul in Rijsel. ‘Een arrogant man, bekend maar daarom niet geliefd,’ rapporteerden de lokale autoriteiten aan het Franse ministerie voor Buitenlandse Zaken. Dupont greep naast de post van consul, maar wierp zich des te meer op als vertolker van de Belgische sentimenten in Noord-Frankrijk.

In een tijdperk waarin nationaliteit synoniem was voor loyauteit, beweerden Arthur Dupont-Gruss en zijn aanhangers dat zij zich zowel Belgisch als Frans voelden. Ze voerden dit gevoel terug tot 1832, toen Frankrijk militaire hulp verleende aan het jonge België om zo het beleg van Antwerpen, door de Nederlandse koning Willem I, te breken. Met zijn interventie verzekerde Frankrijk zijn kersverse noorderbuur van een onontbeerlijke economische levensader en dus ook van een toekomst als koninkrijk. ‘We zijn een vrij volk,’ verkondigde Dupont tijdens een verenigingsbanket, ‘maar vergeten we vooral niet dat het Franse volk ons heeft gemaakt tot wat we zijn.’ Belgische patriotten die hun geschiedenis kenden, vonden het daarom niet meer dan normaal Frankrijk erkentelijk te zijn. En hoe kon men dit beter doen dan met een monument voor de gesneuvelde Franse soldaten van 1832?

De citadel van Antwerpen na het beleg van 1832
De citadel van Antwerpen na het beleg van 1832

Een Frans monument in België

Het idee voor het monument was eerder al in België gelanceerd. Als reactie op een flamingante propagandacampagne vóór een grandioze herdenking van de Boerenkrijg tegen Frankrijk in 1798, lobbyde een Fransminnende elite in Brussel voor een monument français in Antwerpen. Onderhuidse sympathieën voor één van de naburige grootmachten Frankrijk of Duitsland creëerden in de loop van de negentiende eeuw geregeld spanningen in het officieel neutrale België. Het voorstel van een monumentale zuil ter ere van 871 gesneuvelde en gewonde Franse soldaten werd afgewezen door het Antwerpse stadbestuur, dat een vrij liberale en flamingante herdenkingspolitiek voerde. Het monument zou uiteindelijk in Doornik komen te staan. De zwakke motivatie voor die keuze luidde dat de Franse troepen in 1832 via Doornik richting Antwerpen hadden opgerukt.

Foto van het Frans monument in Doornik. (fotograaf: Jean-Pol Grandmont)
Foto van het Frans monument in Doornik. (fotograaf: Jean-Pol Grandmont)

Op 19 september 1897 werd het monument français ingehuldigd op de Doornikse Place de Lille – de vroegere veemarkt – in bijzijn van Belgische en Franse hoogwaardigheidsbekleders en militaire vertegenwoordigers. De katholieke krant La Croix du Nord verheugde zich enkele dagen later over de grote Noord-Franse belangstelling voor de officiële plechtigheid. Het Belgische organisatiecomité verkondigde in zijn toespraken dezelfde boodschap als ook Dupont had gedaan: ‘België, […] hul je in vrijheid en trots, en wees erkentelijk tegenover je grote zus en vriendin, Frankrijk.’ Hoog op de stenen zuil keek België, een zegepalm in de hand, richting Frankrijk. Het publiek applaudisseerde vriendelijk en ging daarna vol overgave feesten aan de Rijselsesteenweg.

Een mythe voor Belgische migranten

Arthur Dupont-Gruss creëerde met zijn aandacht voor het beleg van Antwerpen in 1832 een verhaal waarmee de Belgische migranten in Frankrijk zich konden identificeren. Frankrijk was de beschermende moeder: in tijden van nood konden de Belgen altijd op haar rekenen. In 1832 stuurde ze soldaten voor de Belgische vrijheid, in 1897 verwelkomde ze Belgische arbeidsmigranten op zoek naar lonen en kansen op de arbeidsmarkt. Elke Belgische migrant in Frankrijk had daarom twee ‘ouders’: het Belgische vaderland en de Franse moederschoot.

Dupont bereikte met zijn boodschap slechts een gedeelte van de Belgische migrantengemeenschap. De meeste migranten maakten zich niet druk over de verzoening van hun Belgische roots met hun Franse leven, althans totdat externe omstandigheden zoals identiteitsbewijzen, werkvergunningen en legerdienst hen dwongen keuzes te maken. De morele leider van de Belgische migrantengemeenschap was Dupont dus nooit, maar hij was wel degene die de Belgische migranten in Noord-Frankrijk voorzag van een verleden dat paste bij hun dubbele eigenheid: Belgisch én Frans te zijn.

(Saartje Vanden Borre)

Saartje Vanden Borre is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750. Ze publiceerde over het sociaal-culturele leven en de integratie van Belgische migranten in Noord-Frankrijk in de tweede helft van de negentiende eeuw. Momenteel werkt ze aan een geschiedenis van Kulak, de Kortijkse campus van de KU Leuven.

Titelafbeelding: Foto van Arthur Dupont-Gruss (links) tijdens de Frans-Belgische feesten in Rijsel in 1907.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *