De eerste vrouw in Leuven

‘Ofschoon de Leuvense Alma Mater niet langer kan weigeren de vrouwen een hogere vorming te geven,’ sprak rector mgr. Paulin Ladeuze in zijn openingsrede van het academiejaar 1920-1921, ‘hopen wij toch dat ze zich niet in grote getale zouden begeven naar beroepen die niet overeenstemmen met de normale functies die de natuur hen toewijst in de maatschappij.’ In 1920 liet de Leuvense universiteit voor het eerst meisjesstudenten toe, maar van harte ging dat kennelijk niet. Anne B.C. Hart maakte op datzelfde moment als Amerikaanse uitwisselingsstudente haar opwachting in Leuven. Ze geeft een unieke blik van buitenaf op de Leuvense universitaire zeden.

Watch your language!

Een gelukje, dat was het zeker volgens Hart. Een gelukje te mogen studeren aan een universiteit waar de houding van de rector ten opzichte van studerende vrouwen door de (mannelijke) studenten was overgenomen. Hart kwam in 1920 aan in Leuven als uitwisselingsstudente van de C.R.B. Educational Foundation. Deze stichting was opgericht met het geld dat was overgebleven van de hulporganisaties voor bezet België tijdens de Eerste Wereldoorlog. De twee mannen van zaken die aan het hoofd van die hulp stonden, Herbert Hoover en Emile Francqui, wilden de goede relaties tussen de Verenigde Staten en brave little Belgium na de oorlog voortzetten. Daartoe diende de studentenuitwisseling, waar ook Hart van profiteerde.

De eerste 'boat' Belgische fellows van de CRB Educational Foundation die in 1920 naar de VS ging. Hart maakte in dat jaar de omgekeerde beweging.
De eerste ‘boat’ Belgische fellows van de CRB Educational Foundation die in 1920 naar de VS ging. Hart maakte in dat jaar de omgekeerde beweging.

Nou ja, profiteerde… Uit het rapport dat Hart na haar jaar in Leuven schreef, bleek dat niet bij iedere Amerikaan het enthousiasme voor de Belgische zeden en gewoonten even groot was. Om preciezer te zijn: Anne Hart waarschuwde haar opvolgers voor de gevaren en valkuilen van een verblijf als student in Leuven. Gevaar schuilde ook toen al in de taalkwestie. In de jaren 1920 liepen de spanningen tussen Nederlands- en Franstalige studenten in Leuven op. De Amerikanen moesten hiervan op de hoogte zijn, opdat zij geen partij zouden kiezen in het conflict zoals de Zuid-Amerikanen hadden gedaan – ‘with consquent damage to their ribs’.

Wel nonnen, geen thee

Veel meer nog ging Hart in op de ondergeschikte positie van vrouwen in Leuven. Ze had genoten van de goede colleges paleografie en iconologie en de behulpzaamheid van vice-rector Albert Carnoy. Die behulpzaamheid had Hart ook nodig. Zij was ‘the first woman to do advanced work at the University of Louvain’ en had daardoor veel moeilijkheden ondervonden. Moeilijkheden waarmee de 39 andere meisjesstudenten (op een totaal van drieduizend studenten) ook te kampen hadden.

Mgr. Paulin Ladeuze
Mgr. Paulin Ladeuze

Leuven was laat: in Brussel, Luik en Gent konden studerende vrouwen al vanaf de vroege jaren 1880 terecht. Dat de bisschoppen, die hierover het laatste woord hadden, uiteindelijk toch toegaven was grotendeels ingegeven door angst. De angst was vooral dat katholieke meisjes elders zouden gaan studeren. Rector Ladeuze zag in zijn rede ook wel een positieve kant. Een hoog opgeleide vrouw zou beter de positie kunnen innemen die de Schepper voor haar bedacht had, namelijk ‘une aide semblable’ voor de eveneens hoogopgeleide man zijn. Als Ladeuzes opvattingen ook maar enigszins representatief waren voor de Leuvense academische gemeenschap, nodigde dat de meisjesstudenten nauwelijks uit tot deelname aan het mannelijk studentenleven.

Dat gebeurde dan ook niet. Hart noemde daarvoor twee oorzaken: de onwillige houding van de jongens en de strenge reglementen waaraan de meisjes zich moesten houden. Over dat reglement hoorde Hart pas een maand na haar aankomst, zo schreef ze in haar verslag. De confrontatie tussen de jonge Amerikaanse studente en het benepen reglement is deerniswekkend. Omgang tussen jongens- en meisjesstudenten was praktisch onmogelijk. Aanwezigheid van een non bij de maaltijden van Hart en haar zes Belgische en Russische medestudentes: verplicht. Aanwezigheid bij de vroege mis: idem. Een onschuldig vermaak als ‘tea at a town pastry shop’: forget it.

Herhaaldelijk kwam Hart in botsing met het reglement. Vaak was dat onbewust. Iedere keer mocht ze uitleggen dat in de Verenigde Staten de dingen heel anders lagen. Bij de autoriteiten leidde dat tot ongeloof, maar voor haar medestudentes had Hart nog hoop. Deze ‘fine minded, intelligent girls’ zagen in dat zij onderworpen waren aan ‘absurd rules’. Hart keerde in 1921 terug naar de Verenigde Staten om docent te worden aan Smith College en Rutgers University. De Leuvense ‘studentinnen’ wachtten langer op hun vrijheid. Nog diep in de jaren zestig schreef het universitaire reglement voor dat jongens- en meisjesstudenten niet bij elkaar op kot mochten komen. Tot in de jaren tachtig bleven niet-gemengde studentenhuizen de norm. En vandaag? Vandaag zijn er ook uitwisselingsstudentes die de lof van Leuven zingen.

(Pieter Huistra)

Pieter Huistra is postdoctoraal onderzoeker van de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750. In 2013 behaalde hij de doctorstitel op het proefschrift Bouwmeesters, zedenmeesters. Geschiedbeoefening in Nederland tussen 1830 en 1870. Zijn onderzoek betreft de geschiedenis van de geesteswetenschappen, de sociale en biomedische wetenschappen.

Titelafbeelding: de opbouw van de Leuvense universiteitsbibliotheek met Amerikaanse steun in 1925, gezien vanop de Volksplaats, het latere Ladeuzeplein. Foto via Leuven Weleer / KIK-IRPA.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *