Categorie archief: Brokstukken

Een autopsie in het Sint-Jansziekenhuis te Brussel, 1892.
Een autopsie in het Sint-Jansziekenhuis te Brussel, 1892.

In de late negentiende eeuw werden gedwongen dissecties controversiëler. Tot dan toe konden de lijken van arme ziekenhuispatiënten voor onderzoek en onderwijs worden gebruikt, zonder hun toestemming en ongeacht protest. De rechtvaardiging hiervoor was dat ‘gratis’ zorg het lichaam van de arme tot gemeenschappelijk goed maakte. Met de kennis geborgen in hun lichaam betaalden arme patiënten hun schulden aan de maatschappij, die hun behandeling had bekostigd.

Onder invloed van protest van de opkomende socialistische partij (die onderzoek op lichamen van armen veroordeelde als klassenjustitie) werden strengere regels opgesteld. Armen mochten niet meer zomaar worden gedissecteerd. Dit leidde tot een tekort voor de medische faculteit, die een oplossing vond in een vermeerdering van het aantal autopsieën. Autopsieën konden immers worden uitgevoerd zonder toestemming én in het geniep: medici maakten zich sterk dat familieleden niet zouden merken dat er een autopsie op het lichaam van hun overleden geliefde was uitgevoerd.

Autopsiehandboeken hechtten inderdaad steeds meer belang aan de integriteit van het lichaam. Snijden moest zo gebeuren dat het ‘volledig verborgen kon worden door een hemd’. Het gezicht en de handen, de lichaamsdelen die wij het meest vereenzelvigen met identiteit, mochten niet worden aangeraakt. Verwijderde organen werden vervangen door ‘watjes of doeken’ opdat de uiterlijke vorm van het lichaam niet zou veranderen. De praktijk van de autopsie veranderde zo onder invloed van sociale gevoeligheden. De autopsie was voortaan onzichtbaar. Lijken werden innerlijk geplunderd, maar bleven uiterlijk intact. Op deze manier is de vrouw op de foto, wier lichaam ondanks de vele verwijderde organen verrassend intact lijkt, een stille getuige van de worsteling van de laatnegentiende-eeuwse anatoom, die steeds moeilijker aan lijken kwam.

Tekst: Tinne Claes. Foto: Archief OCMW Brussel.

Bezoekersalbum van het museum van het Sint-Janshospitaal in Brugge, eind negentiende eeuw.
Bezoekersalbum van het museum van het Sint-Janshospitaal in Brugge, eind negentiende eeuw.

Vandaag ligt in vele musea bij de uitgang een album waarin het publiek persoonlijke bedenkingen kan neerschrijven. Musea peilen op die manier naar de beleving van hun bezoekers. In de negentiende-eeuwse musea waren ook al bezoekersalbums in gebruik, maar die hadden toen nog een ander doel. Bezoekers werden verzocht om er hun naam, beroep en woonplaats in te noteren. De albums waren nog geen instrument om de appreciatie van het publiek te achterhalen, maar dienden in de eerste plaats om de internationale uitstraling van de museumcollecties aan te tonen.

Van het museum van het Sint-Janshospitaal in Brugge, vandaag bekend als het Memlingmuseum, is een uitzonderlijke reeks bezoekersalbums bewaard gebleven. Die albums bestrijken de periode van 1843 tot 1920 en illustreren treffend hoe het museumbezoek, dat aanvankelijk vrijwel uitsluitend een culturele activiteit van de intellectuele en sociale elite was, in de loop van de negentiende eeuw geleidelijk ingang vond bij een groter en gedifferentieerder publiek. Terwijl het museum van het Sint-Janshospitaal tot circa 1860 overwegend werd bezocht door onder meer schrijvers, notarissen, advocaten, artsen en bankiers, vonden nadien geleidelijk ook sociaal lagere bevolkingsgroepen de weg naar het museum. Steeds vaker registreerden bijvoorbeeld bakkers, landbouwers, kachelmakers en kruideniers zich in de albums. De pleidooien voor de democratisering van het museumbezoek, die in de tweede helft van de negentiende eeuw almaar luider weerklonken, leken dus een zeker succes te ressorteren.

Sommige bezoekers meenden de albums ook voor hun eigen doeleinden te kunnen aanwenden. Op bovenstaande foto is bijvoorbeeld te zien hoe de fabrikant Carl Knorr uit Heilbronn het bezoekersalbum van het museum van het Sint-Janshospitaal in augustus 1890 gebruikte om zijn ‘Suppen’ aan te prijzen.

Tekst: Liesbet Nys. Foto: Brugge, OCMW-archief, Registre des personnes qui ont visité le Cabinet de tableaux de l’hôpital St. Jean à Bruges, renfermant les chefs d’œuvre de Jean Memling.