5 manieren om beroemd te worden als negentiende-eeuws avant-gardekunstenaar

Roem, succes en erkenning waren streefdoelen van veel negentiende-eeuwse kunstenaars. Ook in Brusselse avant-gardekringen en genootschappen was dat op het einde van de negentiende eeuw vaak het geval. Ondanks hun strijd met het strenge academisme en hun cultivering van het ‘kunst-om-de-kunst’-principe, streefden ook zij binnen hun eigen alternatief netwerk naar erkenning en succes. Die strijd vond plaats achter de schermen, maar was daarom zeker niet minder intens.

De onbetwiste meester in het sturen van zijn eigen succes was de Oostendse kunstschilder James Ensor (1860-1949). Als lid van de Brusselse avant-gardegroep ‘Les XX’ ontwikkelde hij een beginnende markt tussen 1883 en 1893. Al in die beginfase van zijn carrière manipuleerde hij op voortreffelijke wijze zijn eigen weg naar erkenning en succes. Deze vijf strategieën plaveiden zijn weg naar het succes.

  1. Creëer een publiek imago
Zelfportet van James Ensor uit 1883.

Negentiende-eeuwse kunstenaars streefden niet louter roem na via hun werk, maar vooral via hun persoon en het imago dat ze aan zichzelf koppelden. Op het einde van de negentiende eeuw ruimde de interesse voor het werk van zowel beeldende kunstenaars als literatoren plaats voor de interesse in de individuele persoon. Ensor maakte voorbeeldig gebruik van die evolutie en profileerde zich in de media maar al te graag als een resolute avant-gardist. Hij hechtte een enorm belang aan perceptie en gaf het beeld van zichzelf als onbegrepen genie bewust en zorgvuldig vorm.

Dat hij dit beeld van zichzelf uitdroeg in de media betekende echter niet dat erkenning en succes voor hem niets betekenden. Zelfs integendeel, door zich in de media onverschillig op te stellen, kon hij er helemaal niet van verdacht worden zijn avant-garde principes opzij te hebben gezet en een aanhanger van het establishment te zijn geworden. Het was een welgekozen vorm van self-fashioning die hem de kans gaf zich achter de schermen wel degelijk – ongegeneerd – te focussen op het uitbouwen van zijn (commercieel) succes.

  1. Ga mee in een groep
Musique Russe, 1886.

Doelbewust stapte James Ensor vanaf 1883 mee in het uniek onafhankelijkheidsverhaal van ‘Les XX’. Door zich collectief te distantiëren van de officiële instanties en het academisme ontwikkelden de Vingtisten een groepsidentiteit, die ook een commercieel nut had. Het zorgde er namelijk voor dat er zich een specifiek publiek van geïnteresseerden aan de groep kon binden. Ensor en kompanen zetten dit verhaal kracht bij door een portretcultuur op te starten waarbij ze model stonden voor elkaars werken. Op die manier werd de collectieve identiteit van ‘Les XX’ duidelijk op de wanden van hun tentoonstellingen en streefden ze als groep naar prestige. Naast een puur institutionele groep werden ze zo ook een sociale groep. Ensor stond onder andere model voor een werk van Isidore Verheyden op het ‘Salon des XX’ van 1886 en Willy Finch stond op zijn beurt model voor Ensors Musique Russe (1886) op dezelfde tentoonstelling.

  1. Plaats je werk in de spotlights

Postkaart van Ensor aan Maus (25 december 1889) met bovenaan links een plattegrond met wandafmetingen van de expositieruimte van de tentoonstelling van het jaar voordien.

Ensor was altijd en overal bezig met het in de schijnwerpers zetten van zijn werken. Naar aanloop van de jaarlijkse tentoonstellingen van ‘Les XX’ werd telkens via een lotingsysteem bepaald hoeveel wandruimte een kunstenaar ter beschikking kreeg en welke kunstenaar welk stuk wand toegewezen kreeg. Telkens Ensor zich hier niet in kon vinden, verzocht hij Octave Maus, de secretaris van de groep, om daar verandering in te brengen. In 1888 zat hij er niet om verlegen Maus te adviseren de werken van Henri de Toulouse-Lautrec naar beneden te halen en te vervangen door de zijne. In 1889 pleitte hij dan weer voor meer wandruimte door zelfs een plattegrond te tekenen waarmee hij verwees naar de ruimte die enkele collega-Vingtisten het jaar voordien verkregen. Ook verzocht hij Maus geregeld om de namen door te geven van de kunstenaars wiens werken naast die van hem zouden worden opgehangen. Dat stelde hem in staat daarop in te spelen en zich te profileren tegenover hen. Door zich op te stellen als een veeleisende perfectionist ten opzichte van de presentatie van zijn werken, zocht hij letterlijk de spotlights op.

  1. Zoek een animateur d’art
Portret van Octave Maus door Theo Van Rysselberghe (1885).

Netwerken was een sleutel tot succes en dat realiseerde een jonge Ensor zich al snel. Hij zocht contacten in zowel burgerlijke als artistieke kringen en verbond zich met verschillende animateurs d’art. Een animateur d’art was een polyvalent kunstliefhebber die actief kunst verdedigde door als tussenpersoon op verschillende manieren bruggen te bouwen tussen kunstenaars en zijn eigen milieu. Binnen ‘Les XX’ kon Ensor rekenen op steun van secretaris en kunstanimateur Octave Maus die – vaak indirect – als tussenfiguur optrad bij het promoten en verhandelen van zijn werken. Zo gaf hij Ensor bijvoorbeeld goede referenties mee toen hij in 1892 in Londen wilde exposeren en verkopen.

Buiten ‘Les XX’ knoopte Ensor een opmerkelijke relatie aan met fysicus Ernest Rousseau en zijn vrouw Mariette. Ze wierpen zich op als managers, ‘pleegouders’, mecenassen en kunsthandelaars van de jonge kunstenaar; ze nodigden hem uit op intellectuele (netwerk)bijeenkomsten in hun salon, ze voorzagen hem van onderdak, ze kochten verschillende van zijn werken aan en brachten zijn gravurecollectie bij hen thuis onder, stelden die open en onderhandelden met potentiële kopers.

  1. Bespeel je biografen
Aankondiging van het verschijnen van Eugène Demolders biografie van Ensor in L’Art Moderne van 11 september 1892.

Kunstenaarsbiografieën hadden een grote invloed op de perceptie van negentiende-eeuwse avant-gardekunstenaars. Vanuit contacten die Ensor zelf opbouwde, schreven schrijver Eugène Demolder (1893) en criticus Pol De Mont (1895) beiden een biografische studie van de jonge kunstenaar. Ze bezorgden hem grote naambekendheid en het verschijnen ervan ging vaak nog eens gepaard met de nodige media-aandacht. In tegenstelling tot recensies van critici over zijn werken, beslist de kunstenaar bij een biografie in zekere zin zelf mee wat er over hem geschreven wordt. Ensor bespeelde dan ook zijn biografen en spoorde hen aan om zijn miskenning en gebrek aan waardering ten tijde van ‘Les XX’ in de verf te zetten. Die studies stelden hem dus in staat om zijn eigen beeldvorming mee vorm te geven.

Lees meer over Ensors zucht naar roem ten tijde van ‘Les XX’.

Tekst: Marjoleine Delva. Titelafbeelding: Henry De Groux, Portret van James Ensor 1907. MuZee, Oostende (PD).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *