4 keer ondergronds met Timo

Tijdens de zomervakantie polsen we naar de toeristische tips van onze cultuurhistorici. Timo Van Havere bijt de spits af.

Alvorens hij in 1788 Rome verliet, wilde Goethe de catacomben van Sebastianus bezoeken. De muffe ruimtes bevielen hem niet, zodat hij deze snel weer ontvluchtte. Met een goed boek compenseerde Goethe vervolgens het teleurstellende bezoek. Timo Van Havere zoekt naar een ondergrondse plaats waar het wel aangenaam vertoeven is.

  1. Sir John Soane’s Museum (Londen, Verenigd Koninkrijk)

De mooiste kelder ter wereld bevindt zich onder 13, Lincoln’s Inn Fields in Londen. Daar woonde vanaf 1813 John Soane. Deze neoklassieke architect maakte van zijn huis een ode aan de architectuur, waar hij graag bezoekers verwelkomde. Na zijn dood in 1837 werd de woning een museum.

De catacomben van John Soane in 1835.

Tegenwoordig blijft de voordeur van het huis gesloten. De recente restauratiecampagne heeft ervoor gezorgd dat bezoekers Soane’s woning betreden via de kelder van nr. 12. Het is jammer dat het parcours dat Soane zelf uitdacht, niet meer wordt gevolgd. Als nieuw aanvangspunt is de kelderverdieping nu belangrijker dan ooit tevoren.

De excentriciteit van het hele huis zit weliswaar al in de kelder verscholen. Een deel ervan werd een gotische fantasie, geconstrueerd rond de fictieve Padre Giovanni. Die monnik kreeg zelfs een graf, maar de inscriptie ‘Alas, Poor Fanny!’ maakt duidelijk dat de familiehond er begraven ligt. De laatste restauratie herstelde de verzameling grafurnen, die gepresenteerd worden in pseudo-catacomben. Toch lonkt de trap naar boven.

  1. Saint Agatha’s Historical Complex (Rabat, Malta)

Echte catacomben vindt men onder meer in Malta. Vooral Rabat, de voorstad van de voormalige hoofdstad Mdina, biedt ondergrondse bezienswaardigheden. Daar bevindt zich onder meer Saint Agatha’s Historical Complex, met een museum, een crypte en catacomben.

De overdaad in het museum contrasteert met de ondergrondse eenvoud.

Al wie de crypte van Sint-Agatha en de catacomben wil bezoeken, moet eerst wat tijd doorbrengen in het museum. Daar wordt een archeologische collectie getoond, aangevuld met een verzameling mineralen, kerkelijke kunststukken en diverse objecten. Er valt genoeg te ontdekken in dit wonderbaarlijk kabinet, van een vierduizend jaar oude Nijlkrokodil tot stukjes van de Berlijnse Muur.

In het ondergrondse labyrint holt de gids met gemak door de smalle, kronkelende gangen. Hoogtepunt is een ondergrondse ‘kapel’ met een fresco uit de derde eeuw. De weg daarheen leidt langs ontelbare graven, die door grafrovers en archeologen werden leeggehaald. Enkele skeletten bleven achter. Sommige zijn erg klein: de catacomben waren er voor heel het gezin. Na het bezoek is de Mediterrane zonneschijn des te fijner.

  1. Praetorium (Keulen, Duitsland)

Na de vernielingen van de Tweede Wereldoorlog had Keulen nood aan een nieuw stadhuis. De zogenaamde Spanischer Bau die daarom tijdens de jaren 1950 werd gebouwd, is niet lelijk. Het gebouw is wel erg onopvallend. De ingang van het Praetorium bevindt zich bovendien in een zijstraat, in de Kleine Budengasse.

Het betonnen dak scheidt het Praetorium van de Spanischer Bau.

De fundamenten van het Praetorium, het gouverneurspaleis uit de Romeinse tijd, werden ontdekt tijdens de bouwwerken. In 1956 opende de tentoonstellingsruimte onder het stadhuis, verbonden aan de ruïnes. Dit was een voorloper van het bovengrondse Römisch-Germanisches Museum dat in de jaren 1970 naast de Dom verrees.

Sindsdien werd de tentoonstelling in het Praetorium aangepast, maar toch voelt deze verouderd aan. Een nieuw museum is echter in de maak, met dank aan de grootschalige opgravingen vlakbij. Eerder werd hier al een stuk Romeins riool opengesteld, 150 meter lang. Bezoekers met claustrofobie wordt afgeraden zich daarin te wagen. Wie doorzet kan historisch slenteren, 10 meter onder de Keulse drukte.

  1. Brockville Railway Tunnel (Brockville, Canada)

‘Er kan maar één de eerste zijn,’ klinkt het in het Brockville Railway Tunnel Park Information Centre. En inderdaad, in Brockville – halfweg tussen Montreal en Toronto – bevindt zich de oudste spoorwegtunnel van Canada. Vanaf 1860 verbond de tunnel de industrie langs de Saint Lawrence met de rest van de regio.

De zuidelijke ingang van de spoorwegtunnel, vlakbij de Saint Lawrence.

De laatste trein passeerde in 1970. Vervolgens kocht het stadsbestuur de tunnel, maar het grootste deel ervan verdween achter een hek. Na een opknapbeurt is het nu mogelijk om door de volledige tunnel te wandelen. Die is kleurrijk verlicht en rijkelijk voorzien van infoborden. Het water dat van de tunnelwand drupt, zorgt voor wat avontuur.

Een nieuw bezoekerscentrum zal het succes van de heropening moeten bestendigen. In Brockville heerst enige verbazing over de geslaagde restauratie. Volgens een vrijwilliger zorgen de goede beoordelingen op TripAdvisor ervoor dat de tunnel op de 73ste plaats van de 4458 bezienswaardigheden in Ontario prijkt. Het historisch museum van Brockville droomt intussen ook van uitbreiding.

Timo Van Havere is als aspirant van het FWO verbonden aan de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750. Hij doet onderzoek naar archief en historische cultuur in de negentiende eeuw.

Een gedachte over “4 keer ondergronds met Timo

  1. A most interesting read! The underground, the less visible, the less obviously present, is just as, or even more, awe-inspiring! Well done to the author!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *