Maandelijks archief: augustus 2018

De 5 mooiste anatomische collecties van Europa volgens Tinne

Tijdens de zomervakantie polsen we naar de toeristische tips van onze cultuurhistorici. Deze week: de esthetiek van de dood met Tinne.

Waarom Körperwelten bezoeken, en niet het ‘origineel’? Terwijl Gunther Von Hagens rondtoert met zijn geplastineerde lichamen, kan je in Europa nog steeds de historische collecties bewonderen waarop hij zich inspireerde. Net zoals Körperwelten verbluften deze musea hun bezoekers door een bijzondere mix van kunst en wetenschap, schoonheid en weerzin, kennis en sensatie.

  1. La Specola in Firenze
Wassen anatomische modellen in La Specola.

Firenze is niet alleen de bakermat van Michelangelo en Da Vinci, maar ook van het populairwetenschappelijke museum. In 1775 opende het natuurhistorische museum La Specola haar deuren. De collectie wassen modellen van het menselijke en dierlijke lichaam stond ten dienste van de ‘verheffing’ en de ‘Verlichting’ van het volk. Typisch voor de achttiende-eeuwse tijdgeest geloofden de stichters van het museum dat wetenschappelijke kennis het publiek zowel zou beschaven als gelukkig zou maken. De bezoeker kon in het museum de natuurwetten leren kennen waarop de nieuwe politiek en cultuur van de Renaissance gestoeld was. De anatomische modellen moesten, kortom, de onwetende bezoeker transformeren in een beschaafd burger. Of het museum slaagde in deze opzet is bedenkelijk. Bezoekers vonden de modellen soms eerder sensueel dan educatief. De glazen containers waarin modellen van geslachtsorganen tentoongesteld werden, moesten opmerkelijk sneller worden vervangen dan andere objecten, wellicht door herhaalde aanrakingen van bezoekers.

  1. De Kunstkamera in Sint-Petersburg
Een weergave van een preparaat van Frederik Ruysch (Ruysch, Opera omnia anatomico- medico-chirurgica, hucusque edita, 1737 © Wellcome Collection).

Peter de Grote was diep onder de indruk toen hij het persoonlijke kabinet van de anatoom Frederik Ruysch bezocht in Amsterdam in 1697. De sierlijke en levendige manier waarop Ruysch de lichaampjes van baby’s en peuters had bewaard op sterk water beroerde de Russische tsaar sterk. Zo sterk zelfs dat hij een kind uit de pot nam en kuste op zijn wangen, die ondanks de dood nog steeds rozig waren. Twintig jaar later kocht Peter de Grote de hele collectie van Ruysch voor de aanzienlijke som van 30.000 gulden. De tsaar bouwde voor de preparaten een ‘Kunstkamera’, die het hart werd van zijn nieuwe Keizerlijke Academie van Wetenschappen. Het doel was om de Europese Verlichting en moderne wetenschappen in Rusland te introduceren.

Vandaag bevat de Kunstkamera nog steeds 916 van deze preparaten, versierd met kralenkettingen, kanten mutsjes en manchetten. De decoraties en symbolen waarmee Ruysch skeletten en andere lichaamsdelen omhulde, moesten de toeschouwers doen nadenken over hun eigen sterfelijkheid en hen er de schoonheid van doen inzien. Vaak bevatten de potten met sterk water ook een morele les. Is Sint-Petersburg een beetje te ver? Geen nood, je kan de preparaten van Ruysch sinds kort online bewonderen, en ook in Leiden zijn er enkele ‘werkjes’ van de Amsterdamse doodskunstenaar bewaard.

  1. Musée de la médecine in Brussel
Opstelling in het Musée de la médecine in Brussel.

In Brussel kan je het pathologische kabinet van het voormalige Musée de l’Homme bezichtigen. Net zoals vele gelijkaardige negentiende en vroegtwintigste-eeuwse collecties, stond dit museum vroeger op de Belgische kermis. Voor een bescheiden inkomprijs kon het grote publiek kennismaken met de werking van het menselijk lichaam en de nieuwste chirurgische ingrepen. Daarnaast waren er allerhande curiositeiten, zoals een afgietsel van een vrouw met een hoorn, een Egyptische mummie of een wassen model van de hand van Victor Hugo.

Vooral het cabinet reservé was populair. Hier werd de bezoeker geconfronteerd met de symptomen van verschillende geslachtsziekten. De idee was dat wie de gevaren van een losbandig leven kende, zich fatsoenlijker zou gedragen. Wie met gruwel de vergevorderde stadia van ziekten zoals syfilis of gonorroe had bekeken, zou minder geneigd zijn om een bordeel te bezoeken. Preventie ging zo hand in hand met moralisering: de strijd tegen syfilis was tegelijkertijd een campagne voor de huwelijksmoraal.

  1. Het Josephinum in Wenen
Anatomische Venus uit de late achttiende eeuw (© Josephinum. Sammlungen der Medizinischen Universität Wien).

Na een bezoek aan La Specola in Firenze, was Jozef II jaloers. De Keizer van het Heilig Roomse Rijk bestelde prompt 1.192 modellen van Italiaanse makelij. Na een logistiek uitdagende reis over de Alpen, arriveerden de anatomische modellen in Wenen. Daar kan je ze nog steeds in hun originele staat bezichtigen, tentoongesteld in kabinetten van palissanderhout en Venetiaans glas.

Nochtans werden de modellen in de late achttiende eeuw niet met open armen ontvangen in Wenen. Net omwille van hun sierlijkheid werden ze niet als medische instrumenten aanzien. Medici noemden de wassen modellen smalend ‘speeltjes’, zonder wetenschappelijk of didactisch belang. Hun minachting werd versterkt door de reactie van het grote publiek. Volgens eigentijdse critici beroerden de realistische lichamen met aangrijpende blikken, wulpse (echte) haren en parelkettingen niet het geheugen, maar het hart.

  1. Musée Fragonard in Parijs
De Ruiter van de Apocalypse van Honoré Fragonard.

Het museum Fragonard bevat de collecties van de Ecole Nationale Vétérinaire de Maisons-Alfort, één van de oudste dierenartsenscholen ter wereld. De collectie van dierenskeletten en preparaten genoot een grote internationale aandacht sinds haar stichting in 1766, en was bepalend voor de reputatie van de school in de achttiende eeuw.

De topstukken van het museum zijn de beroemde écorchés van de hand van Honoré Fragonard, de eerste professor anatomie van de school. Van de 700 gestroopte lichamen die hij op eigenwijze wijze prepareerde, blijven er vandaag nog 21 over. Door de dode lichamen in geanimeerde poses op te stellen – zoals een aap die in zijn handen klapt of drie dansende foetussen –  benadrukte Fragonard de bijzondere status van het anatomische preparaat, dat zweefde op de grens tussen leven en dood. Daarom gaf hij zijn preparaten ook glazen ogen met indringende uitdrukkingen.

Ook ‘De Ruiter van de Apocalypse’ balanceert tussen leven en dood, tussen kunst en wetenschap. Geïnspireerd op een lugubere tekening van de Duitse vroegmoderne kunstenaar Albrecht Dürer, bestaat dit preparaat uit een ruiter op een paard, beiden van hun vel ontdaan. De ruiter wordt omringd door menselijke foetussen op de rug van galopperende schapen- en paardenfoetussen. Körperwelten avant la lettre? Het werk van Fragonard  doet nog het meest denken aan de soms bizarre opstellingen van Gunther von Hagens, die wellicht zijn plastinaat van een man op een steigerend paard op de achttiende-eeuwse ruiter des doods baseerde.

Tinne Claes is als postdoctoraal onderzoekster verbonden aan de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750. Ze onderzoekt hoe onvruchtbaarheid werd gedefinieerd en ervaren na 1945.

Elwins 4 favoriete bibliotheken

Tijdens de zomervakantie polsen we naar de toeristische tips van onze cultuurhistorici. Wie de vakantieperiode werkend doorbrengt, vindt hier enkele erudiete tips van Elwin Hofman.

Nu al deze zomerse lijsten aanzetten tot toerisme, slaat bij de medemens die nog aan het werk is de wanhoop onverwijld toe. Voor hen trekken we deze week naar plaatsen waar het nuttige aan het aangename te koppelen valt: naar de meest bewonderenswaardige en indrukwekkende bibliotheken die onze planeet kent.

  1. Trinity College Library, Dublin
De ‘long room’ (CC BY-SA Diliff).

De bibliotheek van Trinity College in Dublin staat te boek als een van de mooiste historische bibliotheken in Europa. De befaamde ‘long room’, de 65 meter lange centrale ruimte van de oude bibliotheek, werd gebouwd aan het begin van de achttiende eeuw en herbergt nog steeds zo’n 200.000 oude drukken. De bibliotheek is een vaste waarde voor iedere toerist in Dublin, maar wordt ook nog steeds door onderzoekers gebruikt. Die onderzoekers moeten evenwel helaas in een andere – iets minder indrukwekkende – zaal werken.

  1. Mansueto Library, Chicago
Mansueto Library (CC BY-NC-ND Frank Kehren).

In 2011 opende in Chicago de Joe and Rika Mansueto Library – een enorme ellipsvormige glazen koepel. Het ontwerp van de Duits-Amerikaanse architect Helmut Jahn is niet alleen een prachtig staaltje hedendaagse architectuur, maar biedt ook een innovatieve bibliotheekwerking. Het hart van de bibliotheek situeert zich immers ondergronds: daar zitten magazijnen met ruimte voor 3,5 miljoen boeken. Het ophalen van die boeken gebeurt met een geautomatiseerd systeem: eens de aanvraag van een boek via de computer gebeurd is, wordt het automatisch binnen de vijf minuten in de leeszaal geleverd. De technische hoogstandjes komen evenwel met een prijs: onder de glazen koepel zijn laptopschermen vaak onleesbaar en ronkt de airconditioning ongenadig hard.

  1. Bibliothèque Nationale de France, Parijs
Bibliothèque Nationale de France (CC BY AndroidHel).

Dertig jaar geleden kondigde de Franse president François Mitterrand de bouw van een grootschalige nieuwe nationale bibliotheek aan. De nieuwe site, die uiteindelijk ook naar hem zou genoemd worden, werd in fases tussen 1996 en 1998 in gebruik genomen. Vier grote torens omgorden als opengeslagen boeken de ruime esplanades waarin zich de leeszalen bevinden. Centraal bevindt zich een wilde tuin – helaas niet toegankelijk voor het publiek. De collecties omvatten hier zo’n 11 miljoen boeken, wat het tot een van de grootste bibliotheken van Europa maakt. Bovendien worden in het gebouw ook exposities georganiseerd. In de Bibliothèque Nationale bestaat wel nog een klassensysteem: de bovenverdieping is voor iedereen toegankelijk, maar de benedenverdieping, waar het grootste deel van de collectie raadpleegbaar is, is enkel toegankelijk voor professionele onderzoekers. Een voorafgaand interview is vereist om die toegang te verkrijgen.

  1. Universiteitsbibliotheek, Leuven
De Leuvense Universiteitsbibliotheek (CC BY Theedi).

Het zou mijn eigen uitvalsbasis oneer aan doen als ik de Leuvense Universiteitsbibliotheek niet in dit lijstje zou opnemen. Na de vernietiging van de bibliotheek tijdens de Eerste Wereldoorlog werd een grootse wervingsactie opgezet om een nieuwe bibliotheek te bouwen. Die kwam er aan wat nu het Ladeuzeplein is. Het ietwat pompeuze gebouw werd ontworpen als ware het een renaissancistisch meesterwerk – al zijn er in België geen renaissancistische gebouwen van die grootteorde. De grote leeszaal, met veel hout en twee galerijen, bekoort niet alleen studenten en onderzoekers, maar ook talloze toeristen (“it looks just like it’s from Harry Potter!”). Ook hier moet echter zitcomfort wijken voor esthetiek – harde houten stoelen zijn er het lot van de onderzoeker.

Elwin Hofman is als postdoctoraal onderzoeker van de KU Leuven verbonden aan de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750. Zijn huidige onderzoek betreft de cultuurgeschiedenis van de criminele ondervraging.